Match made in hell

Mensen verschillen niet alleen in hoeveel ze praten, maar ook in de mate waarin ze zichzelf censureren als ze praten. Marlies bijvoorbeeld, zegt alles wat in haar opkomt. Luid, duidelijk, ze laat zich ‘lezen’ als een langdradig audioboek, ingesproken door Youp van ‘t Hek. Aan de andere kant van het spectrum heb je Geert, haar vriend. Die zegt pas iets als hij zeker weer of het klopt of gewenst is. Het eh… duurt… mmm… even voordat hij… ja, eh… weet wat hij ervan vindt en de woorden heeft gevonden om zijn gevoel te uiten.

In relatietherapie zie je deze twee tegengestelde karakters vaak terug. Vaak is een van beiden een kritische, veeleisende vrouw en de ander een wat tragere, ingehouden man met weinig ruggengraat. Onderzoek laat zien dat deze mensen grote kans hebben hun relatie als extreem vervelend te ervaren en toch eeuwig bij elkaar blijven. Of, zoals Marlies het zegt: ‘We lijken verdomme verdoemd tot mekaar, ik kan niet mét of zónder die gozer.’

Je zou verwachten dat deze mensen ruim van tevoren toch wel hadden kunnen inzien in welk ongeluk zij zich zouden storten door voor elkaar te kiezen. De ironie wil dat de eigenschappen die zo’n koppel uiteindelijk tot waanzin drijven, hen aanvankelijk juist bij elkaar brengen. Onderzoek verklaart dit ‘hellepartners’-syndroom:

Mannen die heel lastig hun gevoelens kunnen uiten blijken eigenlijk meer op vrouwen te vallen die zoals zijzelf zijn, maar helaas maken die vrouwen hen in de praktijk zenuwachtig. Een date met zo’n vrouw is vaak minder vruchtbaar dan een date met een praatgrage vrouw. Een vrouw die veel uit zichzelf praat heeft niet per se een vaardige gesprekspartner nodig. Deze vrouw heeft in haar date bovendien een goede en geduldige luisteraar gevonden. En omdat koppels in het date-stadium sowieso positiever doen, blijven haar kritische trekjes nog op de achtergrond.

Die komen natuurlijk in een later stadium van hun relatie weer de hoek om kijken. Vooral wanneer zij zich begint te ergeren aan zijn gebrekkige vermogen om zijn gevoel te uiten. Dat onvermogen neemt bovendien toe wanneer zij hem onder druk begint te zetten om meer over zichzelf te delen. Hierdoor voelt hij zich juist in een hoek gezet.

Praatgrage, kritische mannen en hun introverte, zachte vriendinnen hebben vaak ook communicatieproblemen, maar meestal zijn die minder hels. Dat heeft mogelijk te maken met stereotiepe man-vrouw-verwachtingen. Vrouwen verwachten meer ruggengraat van een man dan andersom en ze worden daardoor extra kritisch als hij dat niet laat zien.

Of zoals Geert het zegt: ‘Ik… eh… ik ben dus niet zoals zij wil dat ik ben, hè? Maar ja… je gaat toch.. eh… van elkaar houwe na zo’n tijd.’

eKudos Nu Jij

Hoe controlefreaks de liefde wegjagen


Mensen die alles materieel gezien op orde hebben, krijgen dat niet per se voor elkaar als het om hun liefdesleven gaat. Ze zijn gewend dat hard en gedisciplineerd werken goede resultaten oplevert, maar komen bedrogen uit als ze die strategie op de liefde toepassen. Misschien zien ze er goed uit doordat ze veel sporten of geld hebben om mooie kleren te kopen. Dat geeft wellicht meer kans op seks of aandacht, maar niet op een bijzondere connectie met een ander.

Ik denk aan Joop, een zorgvuldig afgetrainde man op de sportschool die ik vaak hoor klagen tegen een vrouw met wie hij na afloop altijd twee giftig uitziende energiedrankjes drinkt. De kern van zijn verhaal is meestal: ‘Ik neuk verdomme wat af in mijn penthouse, maar waar zijn in vredesnaam de écht leuke, knappe vrouwen die met mij een gezin willen stichten?’ Zij klaagde eerst weleens mee over haar eigen liefdesleven, maar sinds kort heeft ze een vriend en luistert ze amper. Ze knikt af en toe, maar aan haar lege blik is te zien dat ze in gedachten elders is.

Goede baan, extra nulletje op de bankrekening, mooi huis, betere gezondheid, strak lijf. Al deze aspecten zijn relatief maakbaar als je bereid bent te investeren met tijd en moeite. Voor de liefde zelf geldt dat nooit. Hoe krachtiger we proberen haar te grijpen, hoe meer ze ons door de vingers glipt. Doelbewustheid staat vaak haaks op ontspannen samenzijn. Het gaat meestal samen met valse lachjes, gespeelde nonchalance of zelfs emotionele chantage. En daar zijn veel mensen wars van.

Uit onderzoek blijkt bovendien dat mensen sneller verliefd worden als ze de controle over hun leven (een beetje) kwijt zijn. Als ze uit evenwicht zijn. Bijvoorbeeld omdat ze in een kwetsbare, nieuwe fase van hun leven zijn beland. Een verhuizing, een nieuwe baan. Die kwetsbaarheid maakt ze meer ontvankelijk voor hun omgeving. Als je anderen meer nodig hebt, kan oprechte interesse onevenredig veel indruk maken. Timing in de liefde is essentieel.

Maar zo groots als een verhuizing hoeft het niet te zijn. Ook ongemakkelijke situaties in het dagelijkse leven brengen mensen bij elkaar. Niet voor niets zie je in romantische films regelmatig dat geliefden elkaar van de sokken rijden, wijn over elkaar heen gieten of per ongeluk iets heel gênants roepen. Door onalledaagse incidenten en kwetsbare momenten kan de vonk ineens overspringen. Vooral als het daarna lukt om het samen weer goed te maken. Die twee mensen hebben daarna samen iets raars meegemaakt. Dat soort situaties kun je helaas niet scripten, ze ontstaan gewoon.

Het moge duidelijk zijn, de controlefreak heeft het lastig op liefdesgebied. Die moet de liefde voortaan maar gewoon weer aan het toeval overlaten.

eKudos Nu Jij

‘Gadver, wat een vreselijk boek dat ik van mezelf moet uitlezen.’

Ik heb een kennis die zichzelf regelmatig teistert door een slecht boek tot het bittere einde te moeten uitlezen. ‘Maar ja, ik heb nu al vijftig bladzijden gelezen… en bovendien, deze klassieker moet je gewoon gelezen hebben.’

Veel mensen blijven om overeenkomstige redenen in een vervelende relatie hangen. ‘We hebben nu al zo lang samen geploeterd, er zit zoveel verdriet en emotie, ik wil en kan er nu niet uitstappen.’

Dit was – min of meer – het unanieme antwoord dat ik van een stelletje kreeg op de vraag: ‘Wat maakt dat jullie hier nog zitten en moeite voor elkaar willen doen?’

Na een korte verliefdheid en ruim zeven jaar sukkelen, besloten deze mensen in relatietherapie te gaan. Als laatste redmiddel. Deze mensen – die best lief waren, behalve tegen elkaar – werden geteisterd door de zogenaamde illusie van de investering. Hoe meer je in iets of iemand geïnvesteerd hebt, en hoe ongelukkiger of slechter je af bent, hoe meer je je er juist aan zult vastklampen in de hoop dat je je investeringen er toch uitkrijgt.

Soms is het overduidelijk: deze partners zijn een match made in hell, maar ze durven elkaar niet los te laten. Er kan veel liefde en hechting tussen twee mensen zijn, maar dat betekent niet per se dat er ook een mooie, harmonieuze relatie van te bakken valt. Als persoonlijkheden en behoeften te verschillend zijn (en elkaar niet toevalligerwijs aanvullen) dan blijft de relatie een gevecht tot het bittere eind.

Als je partner wil dat je zijn hobby of interesses deelt, dan kun je daar best voor openstaan. Een bijbelklasje bijwonen, een housefeestje meepikken, misschien zelfs seks met de overburen. Als er van je wordt verwacht dat je een vroom christen, extraverte feestganger of swinger wordt terwijl dat niet in je zit, dan hebben jullie een onoplosbaar probleem. Wel of geen kinderen is ook een dealbreaker. Daar had ons stelletje last van: hij wilde beslist níet, zij beslist wél.

Volgens psycholoog Dan Wile valt helaas bijna 70 procent van de conflicten in de categorie ‘permanent’. Wow Na vier jaar vervolgonderzoek ruziën stelletjes nog steeds over precies dezelfde dingen als in hun begintijd. Wile: ‘Bij het kiezen van een vaste partner kies je onvermijdelijk ook voor een specifieke reeks onoplosbare problemen waarmee je de volgende tien, twintig of vijftig jaar zult worstelen.’ Het heeft geen zin om te gaan wachten tot je partner verandert, want dat zal niet gebeuren. In goede relaties worden permanente problemen dan ook niet opgelost, maar beide partners zoeken en vinden samen een manier om ermee om te gaan.

Er zijn vaak goede redenen om een lastige relatie vol te houden, maar rekening houden met alle verloren bloed, zweet en tranen is daar niet per se één van. Dat maakt het alleen maar nog lastiger om de onvermijdelijke conclusie te trekken dat jullie gewoon écht niet bij elkaar passen.

Het stel uit de relatietherapie heeft inmiddels de stekker uit de relatie getrokken. Ze zijn inmiddels ook weer lief tegen elkaar.

eKudos Nu Jij

Waar de een gelijk krijgt, verliezen er twee


Ik ken een stel dat regelmatig hevige ruzies had om het gebruik van de computer. Hij had de computer bijvoorbeeld nodig voor zijn werk, maar woensdag was normaliter haar online pokeravond. Of zij had afgesproken te skypen met haar zus in Australië, terwijl hij net mee wilde doen aan een online antiekveiling. Dat werk.

Deze intelligente, welgestelde mensen konden geen goed antwoord geven op de meest voor de hand liggende vraag: ‘Waarom kopen jullie eigenlijk geen tweede computer?’

Hadden ze tijdens hun emotionele getouwtrek geen tijd om daar eens constructief over na te denken? Onwaarschijnlijk. De oorzaak van hun issues lag natuurlijk dieper dan de strijd om de computer. Die was exemplarisch voor hoe zij met al hun onvrede omgingen. Hun ruzies gingen namelijk ook over rondslingerende tandpastadopjes en open kastdeurtjes. Eigenlijk over niks dus.

Hun relatie was verzand in een egostrijd waarbij het niet ging om de vraag ‘Hoe kunnen we leuker met elkaar omgaan?’ maar ‘Wie heeft er gelijk?’ mooi!

Op het gevaar betuttelend te klinken: veel psychologische klachten en relatieproblemen zijn overbodig. Ze zijn het product van een groot ego, zelfmedelijden en ongepaste trots en klinken zo:

‘Niemand luistert toch naar mij’
‘Waarom zou ik afwassen, als hij het ook niet doet’
‘Als hij lief doet, doe ik het misschien ook.

‘Zelfmedelijden is de meest destructieve kracht waar de mens aan kan lijden. Het verziekt alles om zich heen, behalve zichzelf,’ zei komiek Stephen Fry ooit. ‘Het houdt je tegen iets van je leven te maken.’

In relatietherapie wordt dat soms pijnlijk duidelijk. Niet het tandpastadopje is de oorzaak van de laatste ruzie, maar twee gekrenkte ego’s die eindeloos kunnen blijven wachten op een stukje liefdevolle ‘rechtvaardigheid’. Een bekende uitspraak onder relatietherapeuten luidt niet voor niks: ‘Waar de één gelijk krijgt, verliezen er twee.’

Terug naar ons stel. Behalve dat ze hun egostrijd hebben gestaakt en meer van elkaar (en hun leven) hebben leren genieten, hebben ze inmiddels ook minder vrije tijd om ruzie te maken: hij heeft haar een iPad cadeau gegeven. En om hun snel escalerende ruzies te voorkomen hebben ze nu met elkaar afgesproken conflicten voorlopig alleen nog via de mail te beslechten. De ander mag die mail pas een dag later lezen en beantwoorden. Op die manier doorbreken ze hun gebruikelijke ruziepatroon. Dat blijkt prima te werken.

Wanneer twee partners allebei het laatste woord willen hebben, neemt de Lulligheid der Dingen waarover ze het oneens zijn exponentieel toe. En dat terwijl ze ook iets leuks of nuttigs kunnen doen. Zoals online pokeren.

eKudos Nu Jij

Goede voornemens voor 2014? Verwacht niet dat je brein er ook zin in heeft

Waarom is het zo verbazingwekkend lastig destructieve gewoonten te veranderen? Zelfs als je je heus beseft dat drinken meer kapot maakt dan je lief is, dat de schurende ademhaling rechtstreeks met de sigaret te maken heeft en het vermijden van spoken of eeuwige piekeren je echt niet verder helpt. Veel mensen weten heus wat er mis is en toch is dat inzicht zelden genoeg om te veranderen. Hoe dat kan?

Ons brein is ‘gebouwd’ om verandering te weerstaan.

Onze hersenen zijn geëvolueerd om gedrag te automatiseren in de hersenstam zodat we er verder niet over na hoeven te denken. Dat vergroot de overlevingskans. De diepere, dierlijke hersengebieden die we delen met reptielen en zoogdieren, zijn veel bepalender voor ons gedrag dan de jongere, meer aan de oppervlakte gelegen hersengebieden (frontaalschors). Het idee dat ons gezonde verstand het voor het zeggen heeft is een misverstand. Pas als de ‘dierlijke hersengebieden’ noodzaak voelen om te veranderen – bijvoorbeeld door een levensbedreigende situatie of sterk lijden – zijn we geneigd daadwerkelijk te veranderen. Omdat dat gelukkig maar weinig gebeurt, moeten we onze hersenen een handje helpen als we destructieve gewoonten willen aanpakken.

Er zijn dan een aantal slimme trucs van de hersenen die we moeten doorzien. Onze hersenen zijn namelijk geneigd om (1.) lijdensdruk te verlagen zodat we geen noodzaak voelen om te veranderen en (2.) ons te laten geloven dat wij toch niks kunnen of hoeven te doen om te veranderen. Het eerste heeft te maken met cognitieve dissonantie en de tweede met de atrributiefout. En daarnaast (3.) hebben onze gewoonten en klachten soms een belonende functie in sociaal verband.

1. Zelfs als we maar al te goed weten dat ons gedrag ons op de lange termijn beschadigt (zoals roken), dan zullen we om die spanning te verlagen toch zo lang mogelijk proberen vol te houden dat de ‘schade’ wel mee zal vallen (‘Mijn stokoude opa rookte ook’) of menen dat de voordelen uiteindelijk zwaarder wegen dan de nadelen (‘Wat is het leven waard als je niet geniet?’). Ook kul-argumenten gaan tellen (‘Rokers zijn leukere mensen’). Als we op een gegeven wel besluiten te veranderen dan worden we nog steeds tegengehouden doordat we de doelen vaag houden, uitstellen (‘Na mijn 30ste stop ik echt’) of naar beneden stellen (‘Ik rook alleen nog als ik me klote voel’).

2. De tweede truc heeft te maken met het beschermen van ons zelfbeeld. Mensen neigen er over het algemeen toe om succes aan zichzelf toe te schrijven en mislukkingen aan de buitenwereld. Ons zelfbeeld komt op die manier niet in gevaar, en dat beschermt ons tegen depressie en negatieve, pijnlijke gedachten. Deze truc zorgt er echter voor dat wij ‘ontspannen’ omdat we toch niks aan de ‘mislukkingen’ kunnen doen. Het ligt aan je partner, de economische crisis, het feit dat je met ADHD bent gediagnosticeerd of je vader ook altijd vreemdging. Het is niet echt jouw verantwoordelijkheid, denk je.

3. Het hebben van klachten of slechte gewoonten heeft, naast de voor de hand liggende voordelen, vaak ook andere minder opzichtige fijne kanten. Soms krijgen we daardoor extra aandacht of privileges en worden we van vervelende taken en verplichtingen ontheven. ‘Ah, wat sneu dat je zo belabberd voelt, ik kook vanavond wel.’Dat noemen we ziektewinst. Dat kan maken dat we stiekem niet zo gemotiveerd zijn om de klachten echt aan te pakken. Vaak is ook de identificatie met een groep – en het daarbij willen horen – een reden waarom we dingen doen die we van nature niet eens zouden willen doen. Veel rokers zijn zo begonnen. Dit ‘groepslidmaatschap’ maakt verandering ook lastiger.

Om te veranderen moet de kracht van deze trucs en excuses tijdelijk worden geannuleerd. En dat betekent het verwelkomen van een periode van leren, ploeteren, twijfelen, terugvallen en doorzetten. Alleen positief denken of boeken over the Secret lezen zullen niks voor je doen. De snelste route naar gedragsverandering is: je gedrag veranderen. Een tijdlang, zodat de veranderingen in je hersenen verankerd raken.

eKudos Nu Jij

Over het grote vogelenbeest en andere monsters: hoe het individu groot kan zijn

Wanneer het gaat om natuurspektakels is weinig zó indrukwekkend als de dans van een spreeuwenzwerm. Soms duizenden vogels die zich gedragen als één groot angstaanjagend beest. Het is een indrukwekkende evolutionaire strategie om vijanden te verjagen. Met een beetje fantasie zie je in luttele seconden trechters, tornado’s, zandlopers, schroeven, roggen en waaiers ontstaan. Het Nationaal Ballet is er niets bij.

Filosofisch ingestelde geesten zullen zich bij dit schouwspel vast afvragen: bezitten vogels die in zwermen vliegen een collectieve geest die hen in staat stelt als één geheel te bewegen? Zijn het dieren met een hogere intelligentie, een complex instinct of telepathische gaven?

De uiteindelijke wetenschappelijke verklaring blijkt simpeler. Middels een computermodel (dat levende systemen imiteert) kunnen wetenschappers met slechts drie simpele wiskundige regels de ogenschijnlijk onnavolgbare patronen van een spreeuwenzwerm nabootsen:

1. Zorg dat de digitale spreeuwen allemaal op dezelfde snelheid vliegen.
2. Laat elke spreeuw op hun directe buren letten zodat ze niet met elkaar botsen.
3. Geef elke spreeuw de mogelijkheid van richting te veranderen als deze een (vermeende) vijand of obstakel ziet.

Wanneer elke vogel zich aan deze drie gedragsregels houdt ontstaat er een enorm vogelenmonster dat razendsnel van vorm kan veranderen. De zwerm gaat in seconden van langwerpig naar breed, van donker en geconcentreerd naar open en groot. Die dramatische vormveranderingen ontstaan doordat spreeuwen altijd met dezelfde snelheid blijven vliegen. Ook als zij een bocht maken. Hierdoor worden ze tijdens elke draai gedwongen om langs, onder of boven elkaar te vliegen en steeds een nieuwe positie in het geheel te krijgen. Een zwerm die plat en breed is, wordt na een draai van negentig graden lang en smal, enzovoorts.

De spreeuwenzwerm is vergelijkbaar met een clubje haringen en andere vissen die in scholen zwemmen. Ook zij verenigen zich tot een groot collectief om individueel minder kwetsbaar te zijn voor roofvissen. Er is echter een verschil. De dramatische vormveranderingen blijven uit. Een vissenmonster is vormvaster en blijft als het kan langgerekt. Vissen die elkaar achterna zwemmen, remmen af om een botsing te vermijden. Naburige vissen schuiven dan naar binnen om de opengevallen ruimte op te vullen. Zo blijft de school over het algemeen langwerpig.

Wij hebben veel gemeen met onze gevederde en geschubde vrienden. Bestudeer het gedrag op een treinstation maar eens is. De georganiseerde chaos die je daar ziet wordt ook door een paar simpele gedragsregels bepaald. Het lijkt totaal chaotisch, maar in werkelijkheid gaan er maar een paar simpele, voorspelbare gedragspatronen aan vooraf:

1. Loop in een zo recht mogelijke lijn naar jouw trein zonder te botsen.
2. Ren als de trein bijna gaat, loop op normaal tempo als dat niet zo is.
3. Zoek een rustig plekje en/of iets te snacken als je moet wachten.

Het brein van de meeste dieren is een instrument om met elkaar in harmonie te leven en hun lot succesvol aan dat van anderen te verbinden. Samen staan ze sterk. Dat geldt des te meer voor de mens. Onze individualiteit is een functie van samenzijn. Jouw gevoel van individualiteit en uniciteit = de som van al jouw reacties op andere mensen. Jouw rol in het geheel is in samenspel met het geheel gecreëerd. Ook revolutionaire dissidenten, kunstenaars en andere bijzondere mensen zijn uiteindelijk producten van het collectief. Ze werden groot of bekend doordat hun afwijkende acties in een bepaalde tijd of situatie als speciaal en vernieuwend werden herkend. Zonder die herkenning van de rest zouden ze in de anonimiteit ten onder zijn gegaan of worden verketterd. We voelen ons allemaal bij tijd en wijle eenzaam en onbegrepen, in werkelijkheid zijn we onlosmakelijk deel van het grote mensenmonster. Of je daar blij mee moet zijn is een tweede.

Nog meer over de kracht van het collectief:

eKudos Nu Jij

Was liefde vroeger eenvoudiger?

Opa en oma zijn meer dan vijfenzeventig jaar samen geweest. Oma is onlangs gestorven. Ze hebben, ondanks wat irritaties, nooit aan elkaar getwijfeld, onder elkaars aanwezigheid geleden of veel ruzie gemaakt. Over de vraag naar het geheim van hun liefde hoefde opa niet lang na te denken: ‘Nooit met een kwaaie kop naar bed gaan, da’s voor die ander niet zo leuk.’

Opa en ik schelen zestig jaar, twee generaties. In evolutionaire termen gezien is dat verwaarloosbaar, maar qua beleving van de liefde lijken we uit verschillende universums te komen. Ik snap zijn voorkeur voor oma’s hutspot, maar wat de liefde betreft is hij voor mij een black box. Geen idee wat hem heeft gedreven. Hij heeft volgens mij nooit de twijfels, moeilijkheden en angsten gehad waar ik mee worstel. Zijn dagelijkse strijd ging over ‘brood op de plank’, niet over te weinig romantiek, lust of passie. Ik deed laatst een nonchalante poging om hem te interviewen, maar hij snapte mijn vragen niet, hoe ik ze ook verwoordde. ‘Andere tijden,’ herhaalde hij, om van het gezeur af te zijn. ‘Waar blijft de koffie?’

De relatie met oma was geen vuurwerk, maar ze leken gelukkig met elkaar. Hun liefde was eenvoudig en lag in het verlengde van hun dagelijkse routines. Hij was fietsenmaker, zij huisvrouw. Samen ontbijten om zeven uur, hij daarna fietsen repareren, zij schoonmaken, samen koffie om tien, dan banden plakken en boodschappen doen, lunch om twaalf uur, weer aan het werk tot vier uur, tijd voor koffie en een dutje, gevolgd door eten koken, want om zes uur gingen ze aan tafel. vervolgens tijd voor tv en krant, tot een uur of tien. Daarna bedtijd met de wekker op halfzeven.

Ergens in dit uurwerk tikte de liefde tussen oma en opa rustig voort. Tot het einde der tijden. Zij waren daarin niet uniek. Mijn andere grootouders deden het net zo. Zij woonden in Spanje, dus dat heb ik minder meegekregen. Het lijkt erop dat zij geen speciale kennis genoten over het hebben van een duurzame relatie. Ze hadden er gewoon geen bijzondere verwachtingen van. Zij eisten weinig en maakten het beste van hun samenzijn. Zo waren ze opgevoed.

Het leeuwendeel van de mensen (dood of levend) zou vinden dat wij hier en nu de liefde en passie schromelijk overschatten. Ze zouden vinden dat we het onszelf onnodig moeilijk maken. Je hebt namelijk geen romantiek en passie nodig – dat is veel te vluchtig. Je hebt meer aan iemand die het dak repareert, een kast in elkaar timmert en de aardappelen haalt, of iemand die je kinderen baart en het huis schoonhoudt. De rest is meegenomen. Liefde en passie zijn pas heel recent het hoofdingrediënt van een relatie. Als je een paar generaties terug (in de negentiende eeuw) al mocht kiezen met wie je wilde zijn, dan was die keuze erg beperkt en liefde stond daarbij heel laag op het verlanglijstje. Daten was geen spannende, verwarrende activiteit zoals bij ons. Je had misschien een paar potentieel huwbare partners in je omgeving en daarvan waren gezondheid en werkkracht belangrijker dan fysieke aantrekkelijkheid of een charmante, aardige persoonlijkheid.

Je had niet alleen een relatie met elkaar, maar met de hele gemeenschap. Omdat mensen vroeger in kleine gemeenschappen leefden was er aan sociale cohesie sowieso geen gebrek. Die werd niet speciaal in een partnerrelatie gezocht. Partnerrelaties stonden in dienst van een groter geheel. Het was een praktische, meestal economisch gunstige afspraak, waarbij ouders, dorpshoofden of religieuze autoriteiten vaak een belangrijke rol speelden. De sociale druk was zo groot dat je er als alleenstaande niet over hoefde na te denken wie voor jou de juiste partner was. Daar kwam weinig vrije wil aan te pas.

Psycholoog Ruut Veenhoven beschrijft in zijn boek De liefde ontleed hoe men elkaar in het negentiende-eeuwse Europa het hof maakte. Het ging er nogal droogjes aan toe:

‘Zij hadden gemeen dat het proces van loven en bieden op de huwelijksmarkt op een tamelijk efficiënte, onpersoonlijke en voor iedereen waarneembare wijze verliep. Vaak was er sprake van een soort roulatiesysteem, waarbij huwbaren tegenover elkaar werden geplaatst en door middel van vaste, veelal non-verbale signalen, te kennen konden geven of ze al dan niet geïnteresseerd waren. Als eenmaal het besluit tot een huwelijk was gevallen, dan schijnt dit meestal geen grote euforie in de aanstaanden te hebben opgeroepen. Afwijzing van een aanzoek gaf meer aanleiding tot gekwetste statustrots dan tot liefdesverdriet.’

Het klinkt als een soort speeddaten, maar dan met bemoeizuchtige ouders erbij. Wij zijn deze ‘methode’ ontgroeid, maar in veel culturen gaat het nog steeds zo: liefde is daar geen individuele aangelegenheid, het wordt je gegeven. En dat is niet ideaal, maar niet kunnen kiezen heeft ook voordelen. De missie wordt daarmee erg simpel. Je wordt gedwongen er samen het beste van te maken en dat werkt in de praktijk verrassend goed – als je tenminste niet wordt gekoppeld aan een afzichtelijke, nare of sadistische partner.

Recent onderzoek naar uithuwelijking wijst hetzelfde uit. Huwelijken die gebaseerd zijn op liefde beginnen vaak goed als het gaat om het ervaren van intimiteit en verbondenheid, maar de ‘cijfers’ dalen behoorlijk na verloop van tijd. Gearrangeerde huwelijken beginnen met een lager gevoelscijfer, maar groeien naar het niveau waarmee de liefdeshuwelijken begonnen. Lastig voor te stellen misschien, maar er zijn aannemelijke redenen voor te bedenken.

Relaties waarin passie en chemie de boventoon voeren zijn op de lange duur minder stabiel dan relaties waarin vriendschap en een overeenkomstige basis centraal staan. Je kunt ervan uitgaan dat uitgehuwelijkte partners (noodgedwongen) vaak veel gemeen hebben qua normen, waarden en herkomst. Een belangrijkere reden: in ‘liefdeshuwelijken’ liggen de verwachtingen hoger, waardoor partners eerder teleurgesteld raken. Verliefdheid als basis van een relatie is vragen om teleurstelling. Je begint in de zevende hemel en alles wat daarna komt lijkt al snel schraal. Al is het maar omdat je lichaam de chemie achter de roes niet kan blijven volhouden.

Hoe we liefde ervaren is dus voor een groot gedeelte een cultuurding. De beperkingen die cultuur en religie ons eeuwenlang hebben opgelegd hebben de liefde werkbaar en duurzaam gehouden. In de vorige eeuw is ons beeld van de liefde en relaties echter drastisch veranderd.

Verstedelijking, individualisering, emancipatie, anticonceptie en later legale abortusmogelijkheden hebben ertoe geleid dat liefde steeds minder een noodzaak werd en steeds meer een keuze. In de loop der jaren, naarmate de democratische principes van vrijheid en individuele verantwoordelijkheid verder raakten ingeburgerd, namen ook de individuele rechten en vrijheden in de liefde flink toe. Die vrijheid was aanvankelijk behoorlijk beperkt als we het vergelijken met nu. Er waren talloze ongeschreven regels die het liefdesleven organiseerden.

Zo was duidelijk rond welke leeftijd je een serieuze relatie diende te hebben en in welke vorm. Alleen vrijdenkers en excentriekelingen deden het op hun eigen vaak promiscue manier, maar het gros hield zich aan de meetlat: tussen je twintigste en dertigste moest je een respectabel iemand hebben gevonden met wie je trouwde, een gezamenlijk huishouden voerde en een gezin stichtte. Scheiden werd niet zomaar geaccepteerd, tenzij je een heel goed excuus had: als je partner bijvoorbeeld losse handjes had of chronisch dronken was.

Maar ook deze ongeschreven regels zijn niet heilig meer. Onder invloed van de hippies werd experimenteren met liefde en seksuele vrijheid een nieuwe norm. Liefde werd steeds meer een feestje om te vieren, minder een instrument om een gezin mee te stichten. Vooral in de flowerpowerperiode vielen veel oude taboes weg. Waar voorheen lusten en voorkeuren werden ingeperkt door de familie en andere autoriteiten, konden de remmen vanaf toen los. De hippies maakten voor ons de weg vrij om de liefde te beleven zoals we zelf willen.

We mogen tegenwoordig doen wat we willen, met wie we willen, waar en wanneer we maar willen. Althans, dat denken we. Nu onze verlangens minder worden ingeperkt door sociale druk en de kans op ongewenste zwangerschap zijn we in zekere zin meer dan ooit overgeleverd aan de grillen van oeroude evolutionaire programma’s. Die krijgen vrij spel. Helaas zijn we niet vrij om onze verlangens te kiezen. Die heb je gewoon. We zijn alleen vrij om ze te uit te leven of te verkennen. En dat leidt tot… zoiets.

eKudos Nu Jij

Een moment van overgave

We hebben graag de illusie dat we ons leven in de hand hebben. Ondertussen weten we donders goed dat het niet zo is. Probeer maar eens een hele ochtend volgens planning te laten verlopen. Dat lukt niet, het leven van alledag is vol willekeur en toeval. Je wordt wakker met een puistje op je neus, de koffiemelk valt om, de buurvrouw belt onaangekondigd aan. Pets, er vliegt een mus tegen het raam. Dat zat allemaal niet in de planning. Je kunt dit soort incidenten negeren in je analyse van de dag, maar ze regeren feitelijk je hele leven.

Ook essentiële gebeurtenissen en beslissingen in het leven zijn zonder onze actieve bemoeienis tot stand gekomen. Te beginnen met onze geboorte en alles wat daarna volgde: naam en geslacht, het huis waarin we opgroeiden, de school waar we naartoe werden gestuurd, de vriendjes en vriendinnetjes waar we mee werden opgezadeld, de eerste hobby’s en interesses waarvan anderen dachten dat ze ‘goed’ voor ons waren, de manier waarop anderen op ons reageerden, het zelfbeeld dat daaruit ontstond, op wie we voor het eerst verliefd werden. Vanuit ons perspectief gebeurde het gewoon. En we hadden het maar te accepteren. Nu we volwassen zijn is het niet zo anders.

Onze diepste verlangens vallen zelden samen met de werkelijkheid. We willen van alles, maar het leven maakt het niet makkelijk. De manier om hiermee om te gaan is door onze dromen te beschermen tegen de werkelijkheid. Dat doen we door te fantaseren over morgen. Dat lukt de meesten aardig. We hebben geleerd de grillige willekeur in ons leven zoveel mogelijk te negeren en onze blik strak op de toekomst te houden. Ondertussen doen we – zo goed en kwaad als het gaat – wat er van ons verwacht wordt en houden we ons aan gemaakte afspraken. We weten tenminste wanneer we waar moeten zijn en wat we daar moeten doen.

We negeren ondertussen noodgedwongen het mooie uitzicht op weg naar het werk, we breken een goed gesprek met een goede vriend af omdat de lunchpauze voorbij is, we slurpen de koffie naar binnen omdat het sportklasje zo begint. Dat gaat vaak de hele dag zo door. Als we ons aan de planning houden doen we het goed. Zelfs als we daarvoor af en toe moeten haasten, liegen, bluffen en onze gezondheid op het spel zetten. De stress die het ons geeft bespreken we wel met de coach, schudden we van ons af in de sportschool of drinken we weg met vrienden in de kroeg. Daarvoor hebben we nog net genoeg tijd. Het blijft oppassen, want de wekker gaat altijd eerder dan we verwachten. En dan begint de race tegen de klok weer opnieuw.

Al die vergeefse inspanningen die we doen om ons leven in de juiste banen te leiden, het is makkelijk te vergeten waarom we dat ook alweer doen. Om de zoveel tijd worden we daar weer aan herinnerd. Dan zijn we de planning even vergeten en hebben we ons overgegeven… aan het huidige moment zelf. Het enige moment dat er bestaat.

eKudos Nu Jij

Hoe één lullig gebeurtenisje jouw wereld(beeld) kan veranderen

Heb je vertrouwen in de toekomst? Reageer je ongemakkelijk als iemand in een volle tram je vraagt welke politieke partij je stemt? Eet je ecologisch? Vind je het belangrijk om goed belezen te zijn? Doe je je best om gezond en fit te blijven? Zeg je makkelijk ‘nee’ tegen verzoeken van anderen? Maak je snel een praatje met anderen?

Jouw antwoorden op die willekeurige vragen verraden enkele zaken die jij over jezelf en de wereld bent gaan geloven. Dit bolwerk van veronderstellingen geeft jou een coherente kijk op het leven en stuurt jouw gedrag. Jouw specifieke wereld- en zelfbeeld bepalen heel direct jouw dagelijkse acties en hoe je met anderen omgaat.

Twijfel je daaraan? Probeer je in te denken hoe het zou zijn als je de volgende veronderstellingen écht zou geloven:

1. Je hebt nog één maand te leven
2. Je bent ervan overtuigd dat jij de nieuwe Messias bent
3. Je hebt een miljoen euro gewonnen in de loterij

Het zijn slechts woorden… totdat je ze gelooft. Op het moment dat deze gedachten als werkelijkheid voelen, bepalen ze hoe je je leven inricht en waar je prioriteiten liggen. Het geloof in die gedachten vertaalt zich in specifieke gevoelens, verwachtingen en acties.

Stel dat jij – net als zovelen – gelooft dat je nou eenmaal niet zo leuk en spontaan bent als je zou willen. En daar gedraag je je ook naar. Je gedraagt je als een saaie grijze muis, omdat dat is hoe je over jezelf denkt. Stel ook dat je eigenlijk wat vaker spontaan en charmant zou willen reageren op de mensen die je ontmoet. Misschien weet je zelfs hoe dat eruit zou zien. Je weet bijvoorbeeld dat vrienden vaak om jouw grappen lachen. De mensen bij wie je je op de gemakt voelt. Toch vertaalt die wetenschap zich lang niet altijd niet naar je gedrag als je op een feestje met onbekenden bent, of wanneer je iemand aantrekkelijk vindt. Dan word je ineens hyperbewust van jezelf. En geremd. Dan komen die weerstanden ineens weer op, en voel je je onhandig, misschien zelfs onaantrekkelijk.

Als jij wilt veranderen kom je er niet onderuit deze huidige veronderstellingen over jezelf onder de loep te nemen en uit te dagen. Klopt het wel echt wat je denkt? Zijn er ook andere verklaringen? Wat zou iemand anders daarover zeggen?

Een heel ander voorbeeld. Stel dat jij net als zoveel werknemers geen nee durft te zeggen tegen een veeleisende baas of iemand anders die veel van je vraagt. Telkens neem je je voor ‘nee’ te zeggen op het volgende rekwest, totdat je jezelf haast automatisch hoort zeggen: ‘Ja, is goed, kijk ik wel even naar.’ Dit kan natuurlijk jarenlang zo doorgaan, totdat een burnout je dwingt om ‘nee’ te zeggen. Om dat voor te zijn moet je nu al ‘nee’ leren zeggen.

Je zult echter vast al gemerkt hebben: je kunt vanalles willen en denken, maar die beperkende aannames over jezelf en je mogelijkheden zitten in de weg. Je gelooft nou eenmaal wat je gelooft. Je hebt jezelf daar jarenlang in gespecialiseerd. Maar als je jezelf kunt laten geloven dat je niks waard bent, dan is het omgekeerde ook mogelijk. Het probleem daarbij is vaak dat ons gevoel sterker is dan ons verstand. Veel mensen wéten verstandelijk heus wel dat anderen niet écht meer (of minder) waard zijn dan zijzelf, en toch gedragen ze zich daar niet naar. Ze laten anderen toch de agenda van hun leven bepalen en durven niet te zeggen wat ze echt denken in het bijzijn van anderen. Ze weten ook dat het vriendelijk weigeren van het zoveelste verzoek van een baas best redelijk is, en toch voelen ze dat ze ‘ja’ moeten zeggen. Veel mensen weten ook dat vliegen statistisch gezien een van de veiligste manieren van transport is. Hun neiging te hyperventileren als het zover is laat zien dat ze daar toch niet helemaal van overtuigd zijn.

Er is vaak een conflict tussen wat we voelen en wat we denken dat we zouden moeten voelen. En het gevoel wint daarbij meestal. Het veranderen van oude veronderstellingen en geloofsels is daarom lastig. Ze voelen als de enige waarheid. Ze zijn vervlochten geraakt met je identiteit en je kunt ze – zelfs als ze je tot last zijn – niet zomaar opzij schuiven.

Een periode waarin je deze ‘waarheden’ bewust uitdaagt en test kan maken dat je andere dingen over jezelf gaat geloven. En zoals inmiddels duidelijk moge zijn: ‘anders denken’ is niet genoeg. Om te veranderen moet je experimenteren met ander gedrag. Je gevoel verandert pas als je nieuwe ervaringen opdoet die de oude veronderstellingen laten afbrokkelen. Soms kan slechts één nieuwe ervaring in een keer een oude veronderstelling teniet doen. Daar zit een eenvoudig principe achter.

Je kunt bijvoorbeeld overtuigd zijn dat alle zwanen wit zijn. Je hoeft er maar eentje tegen te komen die zwart is om dat geloof in duigen te laten vallen. Ik dacht ooit dat ik nooit een coherent praatje voor een groep van meer dan vier mensen kon houden. Dat wist ik zeker. Ik was nog nooit goed uit de verf gekomen in een grotere groep. Ik hakkelde voor mijn gevoel over mijn eigen woorden en zinnen totdat ik – goddank – door een andere spreker werd afgelost. Alleen al mezelf voorstellen in een grote groep vond ik vreselijk. Helaas kon ik mijn afstudeerpresentatie niet vermijden. Ik moest – hopelijk voor het allerlaatst – de vernedering van mijn onkunde publiekelijk aangaan. Ik was overtuigd dat mijn goed voorbereide praatje in de soep zou draaien, maar hoopte dat de nederlaag zou meevallen. Ondanks dat ik het goed had voorbereid en enkele sleutelzinnen uit mijn hoofd had geleerd, was er wodka voor nodig om mijn zenuwen te kalmeren

Wonderwel, wonderwel… ging het deze keer redelijk. Er werd zelfs gelachen.

Voor de andere aanwezigen was dit het zoveelste praatje waar ze verplicht bij moesten zijn, voor mij was het een overwinning. De deur naar een leven waarin ik iets durfde te zeggen in groepen. Ik wist nu dat ik – met een beetje voorbereiding – best iets zinnigs zou kunnen zeggen tegen meerdere mensen. Ik vond dat voorheen zo eng dat ik zelfs het in mijn uppie oefenen van een praatje al vermeed. Pas tijdens mijn afstudeerpresentatie had ik mezelf voor de eerste keer gedwongen hardop te oefenen. Dat hielp.

Het niet confronteren van je angsten en weerstanden is jezelf de mogelijkheid ontzeggen om uit oude beperkende veronderstellingen te groeien en gelukkiger en succesvoller door het leven te gaan. Vermijding is de slechtste strategie als je een vruchtbaarder leven wilt leiden. Zelfs aan positief denken heb je weinig, je moet positief doen. Dingen op een andere manier doen is de koninklijke route naar verandering.

Geloof je niet dat zo’n soort positieve ommekeer voor jou is weggelegd? Geeft niks. Gewoon nog een tijdje oefenen en doen alsof dat wel zo is. Soms kan slecht één positieve ervaring alles veranderen.

eKudos Nu Jij

Waarom word je verliefd op de een en niet op de ander?


Wat nu precies de vonk doet overslaan tussen twee mensen is lastig te beantwoorden. Stom toeval en timing blijken daarbij heel belangrijk. Toch lukt het wetenschappers om langzamerhand meer grip te krijgen op de magische vonk.

Een van de bekendste liefdeswetenschappers van dit moment, Helen Fisher, heeft als biologisch antropoloog baanbrekend onderzoek gedaan naar verschillende stadia in romantische relaties. Zij gebruikte niet alleen vragenlijsten om de liefde beter te begrijpen, maar keek ook rechtstreeks in het brein van veel van haar proefpersonen.

Zij heeft inmiddels overtuigend laten zien hoe lust, verliefdheid en hechting in het brein ontstaan. Die worden volgens haar in gang gezet door fysiek onderscheidbare emotionele ‘hersencentra’. Zo drijft een speciaal ontworpen lustcentrum ons op zoek te gaan naar seks, het verliefdheidscentrum doet ons onze aandacht voor langere tijd richten op één bepaalde partner en het hechtingcentrum zorgt ervoor dat wij lang genoeg bij die partner blijven om voor jonge nakomelingen te zorgen. Deze ingewikkelde chemie wordt aangedreven door biologische, toevallige en aangeleerde triggers.

Wie eindigt met wie
Om een globale indruk te krijgen van wie met wie eindigt kijken we eerst naar de uitkomsten van verschillende demografische onderzoeken. In de praktijk vinden de meeste mensen een partner met dezelfde etnische en sociale achtergrond, met een vergelijkbare intelligentie, opleiding, aantrekkelijkheid, overeenkomstige normen en waarden. Het is logisch te veronderstellen dat die mensen sowieso al in elkaars buurt verkeren, wat de kans vergroot dat zij elkaar zullen vinden.

Een groot misverstand is dat tegengestelden elkaar aantrekken. In de praktijk vallen de verschillen inderdaad meer op dan de overeenkomsten, maar uiteindelijk zijn het de overeenkomsten die ons aantrekken en bij elkaar houden. Wij vinden mensen die qua persoonlijkheid als uiterlijk op ons lijken interessanter als het gaat om relaties en vriendschappen. We worden meer gedreven door herkenning dan de zucht naar het onbekende. Zo vinden de meeste mensen iemand aantrekkelijker naarmate deze meer dezelfde gezichtsverhoudingen heeft als zijzelf. Oer-psycholoog Freud had gelijk dat wij vaker vallen op mensen die enigszins op onze vaders en moeders lijken. We zien graag enige genetische en familiale verwantschap in onze partner.

Naast deze en andere voor de hand liggende evolutionaire redenen om mensen te vallen (zoals gezondheid en schoonheid) zijn er nog allerlei situationele toevalligheden die bepalen of we iemand leuk vinden. Zo wordt het archetype van de ideale partner door toevallige ervaringen in onze vroege jeugd bepaald. Psycholoog John Money stelt dat we vanaf ons achtste levensjaar een soort mentale blauwdruk van onze ideale liefdespartner ontwikkelen. Je guitige campingvriendje, het meisje met de lieve glimlach of je favoriete tv-held kunnen de eerste vlinders in je buik laten ontstaan. Vanaf daar kleurt de liefde en lust-plattegrond zich langzaam verder in. In onze jeugd koppelen we gevoelens van liefde en lust aan bepaalde mensen. Zo ontstaat ‘jouw type’. Die gevoelens worden steeds opnieuw opgeroepen door mensen die aan dat beeld voldoen. De ervaringen en associaties die je gaandeweg meemaakt zorgen voor meer details en variatie. Rond de pubertijd hebben de meeste mensen al een sterke mentale blauwdruk van de liefde. Naarmate we ouder worden gaan we innerlijke eigenschappen meer waarderen, maar nog steeds brengt uiterlijk en uitstraling mensen ook dan bij elkaar.

Ook allerlei toevalligheden in het hier en nu zijn van belang voor de aantrekkingskracht. Zo worden we – over het algemeen – eerder verliefd op mensen die aardig voor ons zijn en die ons ook aantrekkelijk en leuk vinden. Vaak merken we dat wanneer iemand ons (met vergrote pupillen) iets langer aankijkt dan normaal. En als iemand jou ziet zitten, dan zal jij die ander ook eerder uitchecken. Vooral wanneer je daar op dat moment open voor staat en gevoelig voor bent.

We staan over het algemeen meer open voor liefde als we in een kwetsbare of nieuwe fase van ons leven zijn belandt. Bijvoorbeeld omdat we naar een nieuwe stad zijn verhuisd of een nieuwe baan hebben. Verandering helpt liefde te laten ontstaan. Maar zo groots als een verhuizing hoeft het geeneens te zijn. Alles wat het lichaam opwindt of mensen uit hun normale evenwicht haalt – zoals een ongemakkelijk momentje waarbij per ongeluk koffie over elkaar heen wordt gemorst – kan mensen meer ontvankelijk voor elkaar maken. Tot slot blijken mensen diegene waar ze uiteindelijk verliefd op worden vaak een tikkeltje mysterieus te vinden. Waarom ze die persoon mysterieus vinden? Dat is natuurlijk een mysterie. Zowel voor de verliefde als voor een buitenstaander. Het lijkt haast alsof Moeder Natuur – vrij willekeurig – ineens een verborgen (verliefdheids)knop heeft ingedrukt.

Verliefdheid is een pure harddrug. Onder invloed daarvan kan het eten van een patatje onder felle tl-buizen in een snackbar voelen als een diner in een vijfsterrenrestaurant bij mooi gedimd licht. In de hersenen is deze toestand duidelijk te herkennen aan een stevige toename van bepaalde hormonen en hersenstoffen (onder andere fenylethylamine, noradrenaline, adrenaline, endorfine, dopamine en oxytocine). Verliefde mensen zien er door deze hormonale hyperactiviteit vaak ook beter uit. Ze gaan ervan stralen. Deze hormonen zijn verslavend, waardoor het leven zonder de geliefde voelt als wachten en afkicken.

Waarom verliefdheid zo heftig voelt valt best te verklaren. De evolutie is niet gebaat bij twijfelaars en verliefdheid is dé manier om alles te negeren en helemaal op te gaan in de parendans. Dat vergroot de kans op succesvolle voortplanting. Als iemand aan jouw liefdesideaal voldoet, laat je lichaam je dat onomwonden weten. Verliefde mensen willen maar één ding: bij hun geliefde zijn. Het is een obsessieve focus die maakt dat we één persoon interessanter, mooier, leuker, beter vinden dan de overige zeven miljard mensen op de planeet. Een waan waar werk, studie en andere relaties onder lijden. Het geeft zelfs de grootste nihilist betekenis aan het leven.

Kurt Cobain, iemand die ondanks zijn succes het leven als tragisch en zinloos ervoer, voelde dat het leven zin kreeg toen hij verliefd werd op Courtney Love. Johnny Depp vond hetzelfde toen hij Vanessa Paradis ontmoette. Deze ietwat zwaarmoedige, kettingrokende jongens waren in ieder geval tijdelijk volmaakt gelukkig. Als je met je geliefde bent is alles even perfect zoals het is. Alles in het universum lijkt even zijn vaste plek en betekenis te hebben.

De duistere kant van verliefdheid wordt duidelijk als de liefde niet beantwoord of verbroken wordt. Dat is de hél, net als afkicken van heroïne zonder morfine. Afwijzing door de geliefde maakt sommigen waanzinnig, depressief en (zelf)moordlustig. 

Een belangrijk bindmiddel
Zeker nu we ons tegenwoordig niet meer door anderen (sociale druk, cultuur, religie) laten vertellen met wie we verkering moeten hebben is verliefdheid het sterkste bindmiddel dat we hebben. De roes maakt dat twee mensen met elkaar willen versmelten, dat ze eigenschappen en liefhebberijen van een partner accepteren die ze normaal als afstotelijk ervaren en dat ze bereid zijn te investeren in een gezamenlijke toekomst. Vrouwen krijgen, als ze verliefd zijn, meer zin in seks doordat het de productie van testosteron stimuleert, terwijl dit bij mannen juist andersom is. Hierdoor blijven zij gefocust op één vrouw en neemt hun drang tot ‘jagen’ af. Verliefdheid laat mannen en vrouwen iets meer op elkaar lijken.

De obsessieve focus neemt na verloop van tijd af. Meestal na een paar maanden tot een paar jaar (18 maanden gemiddeld). En dat is maar goed ook, want zo komen de geliefden weer toe aan de orde van de dag, en kunnen ze zich weer focussen op werk, studie of kind.

Hoe completer de versmelting van de geliefden tijdens de verliefde fase, hoe meer ze ook daarna bij elkaar willen blijven. Dan hebben ze inmiddels al zoveel van zichzelf gegeven dat ze, zelfs als ze een ‘slechte’ match blijken te zijn, nog wel een keer nadenken om uit elkaar te gaan. Ze kennen elkaars gedachtewereld, vrienden, onzekerheden, familieleden, muzieksmaak, ontbijtgewoonten en mogelijk zijn ze aan sommige aspecten gehecht geraakt.

Verliefdheid maakt in het gunstigste geval plaats voor steun, vertrouwdheid en geborgenheid. Gevoelens die samen een goede basis vormen voor een langdurige liefde.

Goed nieuws voor mensen die vaak op de ‘verkeerde’ vallen: je voorkeur voor bepaalde types kan mettertijd afnemen wanneer nieuwe, frisse, meer geschikte types meer indruk op je maken. We zijn heus niet gedoemd om onze fouten te herhalen. Over het algemeen blijven er wel bepaalde kenmerken bestaan waarvoor je extra gevoelig bent. Een bepaalde blik, een manier van communiceren, een bepaalde mate van spontaniteit, of juist bedachtzaamheid. Het is een unieke, evoluerende mix van eigenschappen die je in bepaalde situaties met bepaalde types de drempel over helpen. En dan… ben je ineens weer verliefd.

eKudos Nu Jij