Als ik van jou hield en jij van mij, wat zou ik dan van je houden!


Tijdloze liefdesgedichten van Paul Géraldy vertaald door Jack van Vlijmen

Laatst in het Rijksmuseum had ik bij één schilderij ineens dat de afstand verdween. Het hoofd van de afgebeelde man leek zich los te maken van de witte kraag en fluwelen jas en ik kom mij hem voorstellen bij mij in de kroeg op de hoek. Hij begon te leven. Ik voelde dat hij net als ik een echt mens is geweest – bang voor de dood, zin in vers brood, behoefte aan liefde – en dat hij ooit, net als ik, langs de Amsterdamse grachten moet hebben gelopen.

De gedichten van Paul Géraldy hebben diezelfde tijdloosheid. Ik kan bijna niet geloven dat ze al in 1913 zijn geschreven. Zinnen als ‘Dat je kust is belangrijker voor je dan met wie’ en ‘Als je een man was had ik je dan willen ontmoeten?’ zijn van alle tijden. Ik herken mezelf en veel te veel exen in al deze gedichten.

Het zijn af en toe meer gedachten dan gedichten. Lees je het hardop, dan is het alsof je de hoofdpersoon hoort denken en praten. En bij alles denk ik: ja, zo is het precies. Jack van Vlijmen heeft knap werk verricht bij het vertalen van de bundel ‘Toi et Moi’. De bundel beschrijft de geschiedenis van een relatie van af het begin tot op het punt waarop de partners aan het voortzetten van een relatie gaan twijfelen. Alle kleine emotionele voorvallen die een relatie bemoeilijken komen aan de orde.

De gedichten in deze bundel zijn inzichtelijker dan de meeste studieboeken die ik over het onderwerp heb moeten lezen. Ze hebben de vorm van een gesprek waarin de man aan het woord is en zijn liefde voor zijn partner en zijn zorgen over de relatie in gewone dagelijkse woorden bespreekt. Jaloezie, schuldgevoel, achterdocht en conflicten komen aan de orde, maar ook de vraag wat liefde nu eigenlijk is.

Op deze site kun je de bundel bestellen. Hieronder een voorproeve van wat je te wachten staat:

Mea culpa
Kijk, de grootste stommiteit,
wat ik echt verkeerd heb gedaan,
is dat ik jou heb belast
met heel de zwaarte van mijn bestaan.

Toen je hart voor me open ging
heb ik gedacht,
dat mijn hele ziel en zaligheid
wel bij jou kon worden ondergebracht.

Dat was een fatale fout.
Daar ondervinden we nu de ellende van
omdat je de wereld nu eenmaal niet
in één persoon stoppen kan.

Je hart is groot en gastvrij.
Je bent vurig en trouw
maar een vriend of een moeder
zal ik nooit vinden in jou.

eKudos Nu Jij

Kun je na vijf minuten weten of een stel bij elkaar zal blijven?


Ja, blijkbaar. De bekende relatiepsycholoog John Gottman kan in zijn ‘liefdeslaboratorium’ na vijf minuten observatie met een zekerheid van 91 procent zeggen of een stel bij elkaar blijft of niet. Hij laat ze een ‘oude’ discussie opnieuw voeren en afgaande op de manier waarop ze hun conflicten proberen op te lossen weet hij al snel genoeg.

Stelletjes die later uit elkaar gaan communiceren volgens Gottman niet optimaal. Laten we als voorbeeld een conflict over de afwas nemen.

Stelletjes die uit elkaar zullen gaan beginnen met een valse start, een negatief, sarcastisch verwijt waarmee de ander direct in de hoek wordt gezet. Iets als: ‘De afwas? Jij doet het toch niet.’ Daarmee is de toon gezet. De ander heeft de keuze om zich te verdedigen of in het verdomhoekje te gaan staan. Welke strategie hij/zij ook kiest, de uitkomst is hoogstwaarschijnlijk (met 96 procent kans) negatief. Of er ontstaat een discussie die niemand wint of hij of zij voelt zich vernederd. Zelfs als de afwas daarna blinkend op het druiprek staat, belooft dit geen goeds voor de relatie.

Gottman, die ook de hartslag van deze mensen meet en alle negatieve woorden telt, kan na een paar minuten zeggen of deze mensen het zullen halen als ze zo doorgaan.

Uit vervolgonderzoek van Gottman en andere psychologen blijkt dat partners die elkaar adempauzes gunnen en niet bang zijn omwille van de harmonie hun gelijk op te geven een betere kans hebben om bij elkaar te blijven dan stellen die de koude oorlog proberen vol te houden. Ook hadden eerstgenoemden minder last van gezondheidsproblemen. De spanning eist duidelijk haar tol.

Als een stel elkaar niet de mogelijkheid geeft om regelmatig te ontsnappen aan de dreigende sfeer, dan geeft dat serieuze relatieschade.

Veel mannen die als verwijt krijgen dat het ze ‘geen bal interesseert’ of dat ze ‘koud, kil en afstandelijk’ zijn laten bij nadere beschouwing een heel ander plaatje zien als je hun hartslag meet. Hun ‘afgestompte houding’ – of de ‘muur’ die ze hebben opgebouwd – is een heel logische reactie op de schijnbaar niet aflatende dreiging die ze voelen binnen de relatie. Bij stellen die hun problemen niet weten op te lossen en die geen veilige rustmomenten inbouwen is de ‘kille muur’ vaak het enige toevluchtsoord.

Een oplossing voor dit probleem lees je hier.

eKudos Nu Jij

Weet wie je date: hoe vind je een betrouwbare partner op internet?


Internetdaten heeft bij sommigen het imago foute lui of anderzijds ongeschikt relatiemateriaal aan te trekken. Op seks beluste gelukzoekers, fakers, schuinsmarcheerders en zelfs psychopaten zouden er hun slag slaan. Echte intenties zouden op internet makkelijker maskeren te maskeren zijn dan tijdens ontmoetingen in het wild.

Is het echt zo slecht gesteld met de gemiddelde datingsite-bezoeker? En hoe vind je er een partner die wél deugt?

De meeste internetdaters zijn oké en zoeken echte liefde
Online daten wordt in sommige kringen nogal eens geassocieerd met mislukking. Als een laatste strohalm voor mensen die het face-to-face niet redden of als makkelijk middel voor mensen die onzuivere bedoelingen hebben. Onzin, weten onderzoekers. Internetdaters hebben gek genoeg juist meer zelfvertrouwen, weinig datingangst en zijn iets socialer. Bovendien zijn de belangrijkste redenen om online te gaan eerder van sociale dan individuele aard. Mensen gaan niet online omdat ze verlegen of wereldvreemd zijn, maar omdat ze bijvoorbeeld naar een nieuwe stad verhuisd zijn, of weinig tijd hebben om nieuwe mensen te ontmoeten.

En hoe zit het met onzuivere intenties? Uit een iets oudere poll (2007) op onze eigen datingsite Relatieklik.nl bleken 19 van de 20 respondenten op zoek te zijn naar een duurzame relatie. Het merendeel stond daar in ieder geval voor open. Een kwart ging zelfs niet voor minder. Slechts 1 op de 20 bezoekers kwam niet voor een duurzame relatie, maar had andere bedoelingen: zij waren waarschijnlijk nieuwsgierig, kwamen voor de spanning van een avontuurtje of wilden checken of ze nog goed in de markt lagen. Uit een andere poll bleek dat veel singles een datingsite steeds vaker zien als een van de vele mogelijkheden – naast bijvoorbeeld hun vereniging, het café of een vakantie – om een partner tegen te komen. Er zijn dus genoeg leuke mensen te vinden.

Een eerste aanwijzing dat iemand op een datingsite deugt is een helder profiel met een persoonlijke welkomsttekst en representatieve foto. Daarnaast proberen ze je als persoon te leren kennen voordat ze beginnen over seks en intimiteit. Een tweede (en betere) deugdzaamheidsfilter is Google. Op het moment dat je iemands naam hebt kun je al veel checken. Je weet tenminste dat iemand niet gelogen heeft over wie hij of zij is. Misschien vind je op iemands Facebook-profiel zelfs hobby’s, interesses, ouders en vrienden terug. Dat geeft je over het algemeen een redelijk idee over met wie je te maken hebt. De autoriteiten vinden mensen zonder profiel op internet niet voor niks verdacht. Bijna iedereen is tegenwoordig te vinden.

Hoe kan het dat internetdaten voor sommigen zo’n slechte naam heeft? Een paar oorzaken: de kans dat je (vooral als vrouw) een foute man ‘tegenkomt’ is groter omdat dit type man veel actiever is. Terwijl oprechte liefdeszoekers vaak maar een selectief aantal mensen benaderen, sturen genotszoekers soms wel honderden berichten (de zogenaamde hagelschot-benadering). Die groep fouterds lijkt al snel groter dan dat die is. Verder onthouden mensen eerder nare en vreemde gebeurtenissen dan normale of saaie gebeurtenissen en geven die (terecht) groter gewicht. Als je na een aantal relatief leuke dates ineens een vervelende ervaring hebt kan dat genoeg zijn om ermee te stoppen en online daten (onterecht) af te doen als dé schuilplek voor gevaarlijke of vervelende idioten.

Hoe scheid je kaf van het koren?
Je kunt op internet makkelijk een profiel faken, maar tussen het bekijken van iemands profiel en iemand bij je over de vloer laten komen zijn er talloze momenten waarin je een wolf in schaapskleren kunt herkennen. Een ontmoeting in de kroeg waarbij je in beschonken toestand beslist over het verdere verloop van de avond, is waarschijnlijk riskanter dan nuchter via internet in je eigen tempo contact opbouwen. Angst en voorzichtigheid kunnen een behoorlijke spelbreker zijn als het om daten gaat, maar toch is het nuttig een neus te ontwikkelen voor mensen die niet deugen.

Hieronder enkele signalen en types die je maar beter kunt mijden als je een serieuze of leuke relatie wilt:

Hoe weet je of iemand liegt?
Hoe herken je mensen die liegen (zoals de types hieronder)? Als het gaat om het herkennen van leugens kun je daarbij vooral letten of het woord ‘ik’. Leugenaars vermijden vaker woorden die naar zichzelf of hun gevoel verwijzen (ik, mij, mijn, mezelf enzovoorts) en gebruiken eerder onpersoonlijke taal om zich van de leugen te distantiëren. Leugenaars gebruiken minder woorden, maar wel meer ontkenningen, tegenvragen en afleidingsmanoeuvres. Op die manier worden ze minder snel ontmaskerd. Wil je een schuinsmarcheerder betrappen dan is het overigens niet handig om iemand het gevoel te geven dat ie aan een kruisverhoor wordt onderworpen. Mensen die goed zijn in het betrappen van leugens zorgen juist gewoon voor een ontspannen en gemakkelijke sfeer. Naarmate hij meer denkt dat het wel goed zit, zullen zijn echte bedoelingen eerder doorschemeren. Dat is de geinige paradox van onderzoek naar leugens: mensen die goed van vertrouwen zijn hebben ze veel eerder door dan de mensen die achterdochtig zijn. Zie ook dit artikel over liegen op internet.

Mensen zonder foto (of profielbeschrijving)
Tja, waarom geen foto? Grote kans dat iemand iets te verbergen heeft omdat hij/zij zich voor zijn uiterlijk schaamt of vreemdgaat en niet herkend wil worden. Dat wordt verder duidelijk als iemand zich verantwoordt met een disclaimer als: ‘Het gaat toch om het innerlijk?’ Of: ‘Vanwege persoonlijke redenen/mijn publieke functie mail ik mijn foto liever persoonlijk naar je.’ Je moet niet iedereen over een kam scheren, maar over het algemeen kun je het beste doorscrollen naar iemand die niks te verbergen heeft. Er is al zo weinig tijd.

Genotzoekers en spanningsverslaafden
Daters bij wie het alleen om de seks en spanning te doen is, kun je vaak snel herkennen. Genotszoekers zullen meestal al snel laten weten wat ze willen. Dat bespaart tijd en energie. Ze hoeven je niet te leren kennen, maar willen vooral weten of jij ‘open’ staat voor ‘avontuur’ of een ‘leuke, gekke date’. Als jij niet openstaat voor vrijblijvende seks dan zijn er waarschijnlijk genoeg trefwoorden en korte zinnen in iemands mail of profiel te vinden die jou het rode licht zouden moeten geven. Veel gebruikte trefwoorden in de profieltekst of eerste mail: ‘vrijheid blijheid’, ‘ruimdenkend’, ‘discreet’, ‘heerlijk genieten’, ‘masseren’, ‘hygiënisch’. Ze beginnen hun mails soms zonder introductie met iets als: ‘Ik hou niet van mailen daarom geef ik je meteen mijn nummer… Durf jij mij te bellen?’

Vreemdgangers en schuinsmarcheerders 


In tegenstelling tot wat je weleens hoort, is internet niet dé meest voorkomende of beste manier om vreemd te gaan. Sommige mensen staan soms op een datingsite voor wat extra spanning in hun leven, maar het échte vreemdgegaan wordt vaak niet zozeer met voorbedachte rade gedaan. Vaak ontstaat dat gewoon in het moment. Met wildvreemden in een geïsoleerde setting (congres, vakantie, prostitutie) of juist met bekenden die ze vertrouwen (collega’s, oude bekenden), exen). De meeste mensen willen zichzelf in de spiegel kunnen aankijken en zullen niet systematisch op zoek gaan via een datingsite om buiten de deur te neuken. Gelegenheid maakt de dief (en dat is meestal niet op een datingsite want daarvoor moet teveel worden gepland en gelogen).

Mensen die vooral affaires en korte relaties (met weinig commitment) hebben zullen wel eerder via een datingsite op zoek gaan naar nog meer nieuwe avontuurtjes. Kun je iemand herkennen die al een relatie heeft of er meerdere partners op nahoudt, puur voor de spanning? Zie ook Genotzoekers. Andere tekenen aan de wand dat iemand niet oprecht is: mensen die heel selectief te bereiken zijn of eisen hebben over waar en hoe en wanneer het contact moet plaatsvinden. Meestal met een aannemelijk excuus. Vaak hebben vreemdgangers er enige haast bij om contact, seks of lichamelijkheid te hebben. Het gaat er waarschijnlijk niet echt om jou beter te leren kennen voor een relatie. Zie ook dit artikel over vreemdgaan.

Te mooi om waar te zijn (nep dus)
Lijkt iemands profiel op meerdere vlakken te mooi om waar te zijn, iemand met het uiterlijk van een fotomodel of filmster bijvoorbeeld, en daarbij ook nog érg gewillig om contact met jou te hebben… Helaas, dan is het vast te mooi om waar te zijn. Pas op voor ‘razend aantrekkelijke’ types die overal voor in lijken te zijn: ze bestaan niet! Vaak zijn het oplichters die jou willen laten sms’en naar een betaalde sms-box of iets anders willen wat jij niet wilt. Vaak zijn hun teksten vertaald met de Google-vertaler, maar niet altijd. Veel mensen blijken hier ook anno 2013 nog in te trappen. Hoe meer we liefde willen, hoe meer we onszelf soms voor de gek houden.

Ook mensen met een bijzondere status of bijzonder beroep zijn soms verdacht. Advocaten, piloten, rijke zakenmannen, chirurgen. Sommige mensen vinden het leuk om zo iemand te spelen. Al dan niet voor de lol. Teken aan de wand dat het nep is: koketteren over eigen beroepssuccessen en inkomen. Mensen die succesvol zijn voelen de behoefte niet zo het daarover te hebben, het is normaal voor ze. En als ze het wel doen dan zal dat op een meer subtiele manier gebeuren, waarschijnlijk zonder spelfouten. Vertrouw je het niet? Google is your friend. Dit zijn overigens vaak onschuldige mensen die niet komen opdagen als jullie een date hebben. Ze durven (of hoeven) zichzelf niet te laten zien.

Verleidelijke vrouwen die als puntje bij paaltje komt niet afspreken
Internetdatende mannen krijgen vroeg of laat te maken met verleidelijke vrouwen die heel graag mailen en chatten, maar als puntje bij paaltje komt niet afspreken. Er lijkt een kleine subgroep van vrouwen te bestaan die het heel fijn vindt – om in de veiligheid en anonimiteit van het internet – digitaal te flirten en romantisch te zijn, zonder het ooit tot een échte ontmoeting te laten komen. Zij weten dat de werkelijkheid de romantiek alleen maar zou verstoren. Op een gegeven moment moet je je realiseren dat deze vrouw nooit zal afspreken. Zij hoeft geen relatie met jou, ze wil je exclusieve aandacht (totdat jij je geduld verliest). Pas op voor herhaaldelijke uitspraken als: ‘Binnenkort sta ik misschien open voor een ontmoeting, maar nú vind ik het fijn om op deze manier contact te houden.’

Nare, dwingende mensen

Opdringerige daters die drammen om contact(gegevens) en geen ‘nee’ accepteren, zijn geen mensen waarvan je een leuke date hoeft te verwachten. Laat staan een relatie. Afkappen dus. Lijkt nogal voor de hand liggend, maar het zal je verbazen hoeveel mensen zich emotioneel laten chanteren door manipulatieve uitspraken als: ‘Raar van jou om eerst gezellig met mij te gaan mailen om daarna niks meer te laten horen? Behandel je iedereen als vuil?’ Omdat sommige mensen niet arrogant willen overkomen zullen ze zich willen rechtvaardigen en soms spreken ze zelfs af. Dwingende en obsessieve mensen kun je beter links laten liggen. Geef ook nooit zomaar adresgegevens. Voor je het weet heb je een stalker aan de haak geslagen.

Romantische stalkers
We zijn allemaal mensen, maar we leven niet allemaal in dezelfde werkelijkheid. Sommige mensen zien diepere betekenissen en verbanden die niet per se op waarheid of alledaagse logica berusten. Sommige mensen kunnen ineens een intense band met jou ervaren die jijzelf helemaal niet voelt. Hoewel dat aanvankelijk best vleiend kan zijn, kan het ook vervelend en eng worden als deze mensen jouw leven vervolgens proberen binnen te dringen omdat ze denken dat ze daar recht op hebben. Stalkers zijn een slag apart. Die leven in een waan. Je herkent dit soort types meestal vrij snel vanwege de eenzijdigheid waarmee ze dingen voelen en waarnemen. Na een kleine mailwisseling laten deze idealistische mensen vaak al weten wat ze zoeken en verwachten van een partner. Iemand wil jou bijvoorbeeld al heel snel als een soulmate, dé oplossing voor alle problemen, de persoon op wie ze al hun hele leven wachten, zien. Deze mensen leven in een romantische fantasie die weinig met jou te maken heeft. Gelukkig zijn ze meestal ongevaarlijk. Maar pas op: afwijzing – vooral na een echte affaire of relatie – kan sommige mensen soms gevaarlijk maken. De combinatie romantische waan, dwangmatig, agressief en/of drugsgebruiker betekent ‘politie inschakelen’.

Psychopaten en koele oplichters
En dan bestaat er nog een speciaal subtype mensen. Mensen die de gevaarlijke combinatie ‘geen/weinig empathie’ en ‘goede sociale vaardigheden’ hebben. Het zijn de mensen die anderen weten te bespelen en voor hun karretje weten te spannen. Puur voor eigen gewin, want ze geven verder niet om anderen. Een op de honderd mensen heeft volgens onderzoek een psychopathische inslag en past binnen dit profiel. Psychopathisch zijn betekent overigens niet dat iemand jou fysiek pijn wil doen of met een kettingzaag wil bewerken. Het betekent dat ze andere mensen puur als een gebruiksvoorwerp zien, een instrument tot zelfbevrediging. Voor seks of geld bijvoorbeeld. Psychopaten weten hun slachtoffers goed te kiezen: onzekere mensen die veel bevestiging nodig hebben. Als je niet verblind bent door je eigen romantische fantasie of verlangen dan kun je dit type op een gegeven moment herkennen. Oprecht medeleven en liefde laat zich niet faken. Als iemand dat ontbeert voel je dat. Iemand zoals de psychopaat (zonder schaamte, spijt of schuldgevoelens en enkel oppervlakkige emoties als drang naar sensatie en frustratie) laat vroeg of laat zijn ware gezicht zien.

En dat brengt ons bij mijn laatste advies:
Je belangrijkste wapen is uiteindelijk je intuïtie: als je iemand uiteindelijk niet helemaal vertrouwt, stop er dan mee. Ook als je niet kunt duiden waar het aan ligt. Gevoelsmatige beslissingen blijken achteraf namelijk vaak de beste. Intuïtie is het resultaat van subtiele aanwijzingen die je onbewuste over iets of iemand bij elkaar heeft gesprokkeld. De tijd is aan jouw kant. Laat je niet overhaast tot acties verleiden waar jij gevoelsmatig nog niet aan toe bent (seks, afspreken, vakantie, de huissleutel geven).

Een klein kanttekening daarbij: het zal je niet verbazen dat mensen die achterdochtig zijn (eerst de kat uit de boom kijken en anderen niet snel vertrouwen) de ander stimuleren om ook wat afstandelijk terug te doen. We spiegelen elkaar daarin. De meest effectieve manier om verkeerde bedoelingen te spotten is paradoxaal genoeg juist om mensen jouw vertrouwen te gunnen. In ieder geval tijdelijk. Als jij vertrouwen schenkt en mensen een kans geeft, dan krijg je dat in de meeste gevallen terug. Mensen worden daardoor meer zichzelf, waardoor het makkelijker wordt te zien wat voor vlees je echt in de kuip hebt.

Wil je de ontmoeting toch een kans geven? Over veiligheid is genoeg geschreven en op elke datingsite vind je hierover nuttige tips. Hoewel de meeste mensen onschuldige bedoelingen hebben doe je er goed aan de richtlijnen te kennen. Het grootste gevaar blijkt gelukkig nog altijd een saaie date te zijn. Vooral vrouwen klagen daar tweemaal zo vaak over als mannen.

eKudos Nu Jij

Misverstand: ‘Vrije wil bestaat en daarom neem ik nu een kopje koffie.’

Jij hebt vrije wil, toch? Want als ik je zou vragen een willekeurige hand op te steken dan zou je, afhankelijk waar je behoefte aan hebt, je linkerhand kunnen opsteken. Of je rechterhand. Of géén hand. Of beide handen. Of je linkervoet? Jíj kiest wat je wilt, omdat je een vrije wil hebt. Vrije wil = kunnen kiezen. Simpel.

Sjonge, waarom precies doen filosofen dáár ook alweer zo moeilijk over?

Nou, ten eerste omdat die redenering toch niet klopt. Even terug naar dat simpele testje met die hand. Steek nu maar eens echt een van beide handen omhoog. Kies maar. Ik wacht wel even.

Stel dat jij je rechterhand had opgestoken. Kun jij verklaren waarom je niet je linkerhand opstak? Of géén hand. Als je eerlijk bij jezelf te rade gaat, kun jij niet precies zeggen waarom je het ene deed in tegenstelling tot het andere. Je kreeg gewoon ineens de behoefte om het ene te doen. En dus niet het andere. En stel dat je besloot juist het tegenovergestelde te doen als wat jouw eerste impuls je ingaf. Waar kwam die behoefte dan ineens vandaan? Misschien werd die ingegeven omdat mijn verzoek je irriteerde en je toch wilde bewijzen dat jíj in controle bent? Wie weet. In alle gevallen: waar ook is hierin plaats voor de vrije wil?

Wetenschappelijk gezien is er alvast geen enkele ruimte voor. In de jaren zeventig deed neuroloog Benjamin Libet een nogal schokkende ontdekking. Bij eenzelfde soort testje als hierboven kon hij met vrij simpele EEG-hersenapparatuur (een soort badmutsje met elektroden dat potentiaalverschillen in de hersenen in kaart brengt) een halve seconde eerder voorspellen wat zijn proefpersonen zouden doen voordat ze het zelf wisten. De keuze was: klik op de rechter- of linkerknop, wat je maar wilt.

Wat de proefpersoon ook besloot, via de aangesloten EEG kon Libet het al eerder zien. Dit is nogal een harde klap in het gezicht van de voorvechter van vrije wil. De klappen worden harder. Met de moderne apparatuur (fMRI) van nu blijken onderzoekers zelfs 7 tot 10 seconden eerder te weten wat hun hun proefpersonen doen voordat zij het zelf door hebben. Deze experimenten zijn keer op keer herhaald. Hoe geavanceerder onze apparatuur wordt hoe duidelijker te zien valt: je hersenen hebben al besloten wat jij gaat doen voordat jij het zelf weet. Pas op het moment dat jij je de beslissing gewaar wordt, denk je er iets bij als: ‘Mijn vrije wil kiest nu voor koffie en niet voor thee.’

Gedachten verschijnen gewoon
Eigenlijk zouden de resultaten van Libet & co ons niet zo moeten verbazen. We hebben die breinscanners niet nodig om te zien dat vrije wil een illusie is. Puur door introspectie kunnen we dat ook zien: jij weet nu net zo min wat je over tien seconden zult denken als over tien jaar. Het is net zo mysterieus. Ik kan zou jou nu kunnen vertellen over een pingpongende man met een rode pruik, een wit geschminkt gezicht en een rode fopneus en jij ziet misschien een clowneske figuur in je bewustzijn opduiken. Het volgende moment – als je stopt met lezen – denk je weer misschien na over je afspraak morgen, de volgende maaltijd, Geert Wilders? Je weet het pas achteraf. Gedachten en behoeften komen (onophoudelijk) voort uit oorzaken en redenen waar we ons niet bewust van zijn.

Het komt erop neer: we merken alle veranderingen in ons bewustzijn wel op, maar we hebben er niet zelf voor gekozen. Net zoals je niet kiest voor je huidige zintuiglijke waarneming, geldt dat ook voor je gedachten en verlangens. Je eigen gedachten verschijnen net zo ‘mysterieus’ in je bewustzijn, als de woorden op dit blog. Die verschijnen gewoon zonder dat jij daarover bewuste controle uitoefent. Ze overkomen je. (Wat overigens niet betekent dat je er geen invloed over kunt hebben.)

Slimmeriken zullen tegenwerpen dat de vrije wil erin schuilt dat je bewust kunt kiezen iets niet te doen. ‘Dieren’, zullen ze zeggen, ‘hebben geen vrije wil, wij wel. Wij kunnen onze natuur overstijgen, omdat we de keuze hebben onze impulsen te onderdrukken.’ Nogmaals, deze afleidingsmanoeuvre brengt ons nergens. Elke beslissing, gedachte of intentie komt uiteindelijk voort uit voorgaande oorzaken waar jij uiteindelijk weinig tot niets mee te maken hebt gehad. Ook de keuze om iets niet te doen. Elke gewaarwording leidt, als je ver genoeg zou kunnen terugkijken, naar het begin van het universum de Big Bang. Het hele universum heeft gemaakt dat jij dit nu leest. Een mooie gedachte vind ik.

Misplaatste trots
Als de vrije wil eigenlijk al meteen in jouw rechtstreekse ervaring verloren gaat, dan voorspelt dat weinig goeds voor jouw leven als geheel. Laten we voor de volledigheid toch ook maar de volgende confronterende vraag stellen: ben jij (als de persoon die je nu bent) het resultaat van je vrije wil? Ben jij geworden wie je bent door eigen verdienste? Kun je terecht dat je trots kunt zijn op wat je puur door jouw eigen toedoen hebt bereikt? Of teleurgesteld omdat je weinig van je dromen terecht hebt gebracht?

Hmm, laat eens zien. Je koos alvast niet waar en wanneer je geboren ging worden. Geslacht, genen, taal, cultuur, eerste kleuterklasje, algemene intelligentie, lengte. Ook niet echt jouw keuze, wel? Laten we het iets lastiger maken. Je hobby’s en muzieksmaak bijvoorbeeld, zelf gekozen? Daar heb je toch wel echt invloed op gehad? Denk er rustig over na: kun jij écht verklaren waarom je liever met poppen speelde dan met autootjes? Of waarom je tekenen leuker vond dan spelen met lego? Of waarom de Beatles je meer raakten dan de Stones? Zal ik doorgaan of is het inmiddels duidelijk? Ook jouw verlangens, angsten en neigingen overkwamen je.

De belangrijke keuzen op knooppunten in jouw leven zijn door willekeur en automatisch wikken en wegen in je onbewuste brein tot stand gekomen, zonder dat jij er uiteindelijk echt veel over te zeggen had. Hoeveel je er ook over las, met wie je ook praatte, hoeveel je er ook over nadacht, je deed uiteindelijk gewoon elke keer datgene wat het meest voor de hand liggend voelde. Zonder dat je helemaal precies wist waarom. De ene studie trok je toch net wat meer dan die andere. Je was uiteindelijk toch liever alleen dan met die ene partner. Je ging meestal liever naar het café dan naar de sportschool, maar soms niet. Daar had je achteraf misschien even spijt van toen je merkte dat een vriend die harder studeerde een topbaan kreeg aangeboden. Maar dat ging voorbij toen je nieuwe partner in het café ontmoette, enzovoorts.

Vrije wil versus de ziel
Veel mensen proberen de vrije wil op hun plek gehouden door geloof in God, de ziel, karma, kwantummechanica of andere bovennatuurlijke zaken. De metafysica biedt echter ook geen échte uitweg. Zelfs als het van een transcendente ziel zou kloppen: je hebt uiteindelijk ook niet voor die ziel gekozen? Of je karma. Waarom heeft de ene persoon de ziel van een loser of psychopaat en de ander van een winnaar of held? Zoals een bekende psycholoog ooit na een gedachte-experiment concludeerde: ‘Als ik atoom voor atoom jou zou zijn geweest, dan was er niks in mij dat zou kunnen beslissen iemand anders te zijn.” Jij hebt er uiteindelijk net zomin voor gekozen te zijn wie je bent als de seriemoordenaar Jeffrey Dahmer dat heeft gedaan. Hoe vreselijk het gedrag van laatstgenoemde ook is, jij zou in zijn situatie (met zijn lichaam, achtergrond en hersenstaat) precies hetzelfde hebben gedaan. Jij hebt hopelijk meer mazzel met jouw levenslot dan hij en zijn slachtoffers.

Oeps, zei ik levenslot. Voor je me nu wegzet als een deterministische fatalist die denkt dat we gedoemd zijn ons leven als een marionet van willekeur en toeval te slijten. Zo is het ook weer niet. Behalve dat het nuttig en onvermijdelijk is om te leven alsof we wel vrije wil hebben – dat geeft richting aan ons leven – worden wij ook gedwongen om keuzen te maken. Als jij gelukkig en gezond wilt zijn dan moet je daar actief moeite voor doen. Als jij op vakantie wilt naar Turkije, dan zal dat niet zomaar gebeuren. Daarvoor moet je plannen, geld overmaken, je tas inpakken, het vliegtuig pakken, enzovoorts. Als jij wilt stoppen met roken dan zul je daar actief iets over moeten beslissen. Plannen hoe je ‘nee’ zult zeggen als iemand je een sigaret aanbied op een feestje en hoe je met moeilijke momenten zult omgaan.

Wel zouden we kunnen zeggen dat jij niet gekozen hebt voor je behoefte om te stoppen met roken. Ineens vond je het écht welletjes en besloot je dat het maar voorbij moest zijn. Maar waarom precies op dat moment en niet eerder of later? Dat weet je nooit helemaal. En zal het je lukken succesvol te stoppen? Met de kennis en motivatie van nu lukt het je misschien wel. En zelfs als het niet lukt, leer je (onbewust) misschien iets waardoor het volgende keer wel lukt. Bijvoorbeeld dat het lastig is om te stoppen als je liefdesverdriet hebt. Hoe dan ook: je hebt geen vrije wil nodig om de keuzes maken en besluiten moeite te doen voor een doel in de toekomst. Ze sluiten elkaar niet uit. En door bepaalde dingen wel of niet te doen vergroot je de kans dat je leven lijkt op wat je wilt dat het is.

Vrije wil en liefde
Veel mensen worden verdrietig van het idee dat vrije wil niet bestaat. Ze hebben het gevoel dat dat het leven minder waard maakt. Het maakt het lastiger om trots te zijn op eigen prestaties en de rotte appels in onze maatschappij te veroordelen. Niemand is uiteindelijk écht verantwoordelijk voor zijn (mis)daden. Conservatieve geesten zijn bang dat mensen zich als beesten gaan gedragen als wij de vrije wil tot illusie verklaren.

Je kunt het ook anders zien. Zonder vrije wil wordt het makkelijker om sympathie en liefde te voelen voor anderen en onze verbondenheid te vieren. Natuurlijk, de psychopaat die een gevaar is voor de maatschappij moet achter tralies, de belastingfraudeur die leeft op kosten van de rest moet bestraft worden. En inderdaad, het is lastig om te houden van een pestkop, maar zonder de illusie dat dit door zijn vrije wil komt, krijg je wel meer inzicht in en begrip voor voor hoe hij is geworden. De liefdeloze psychopaat, die zich niet met anderen verbonden voelt, heeft in zekere zin heeft veel pech gehad met zijn levenslot.

Het gemis van de vrije wil betekent niet dat we onverschillig moeten zijn voor het leed en onrecht dat we om ons heen zien, het betekent alleen dat we helderder zien waarom de wereld is zoals zij is.

Meer lezen? Neuropsycholoog en filosoof Sam Harris schreef een kort, glashelder boek zonder onnodig jargon: Free will.

eKudos Nu Jij

Waarom ook heel incompetente mensen president worden?

Psychologisch woordenboek: het Dunning-Kruger-effect
Misschien heb je jezelf in een cynische bui wel eens afgevraagd: waarom wordt de wereld bestuurd door schietgrage malloten? Waarom ziet de tv scheel van praatzieke kakelkoppen die eigenlijk niks te zeggen hebben? Hoezo is mijn baas – die in zijn eentje amper koffie kan zetten – ooit op die directeursstoel gekomen? En, erger, waarom nemen mijn collega’s hem überhaupt serieus?

Het antwoord heeft deels te maken met het Dunning-Kruger-effect, een vorm van zelfoverschatting. We spreken van het Dunning-Kruger-effect wanneer iemand zijn eigen capaciteiten en kennis op een bepaald gebied, in vergelijking met anderen, veel te hoog inschat. Juist door een grote mate van incompetentie kan iemand blind zijn voor hoe incompetent hij eigenlijk is: hij weet eenvoudig niet wat het betekent om (op dat gebied) goed en competent te zijn. En daarom kan hij ongestoord denken dat hij dat zelf is.

Andersom hebben mensen die werkelijk bovengemiddeld competent zijn – echt begaafde mensen – al snel de neiging hun eigen kunnen te onderschatten. Wanneer het vaardigheden betreft die henzelf makkelijk afgaan, kunnen zij ten onrechte denken dat dit bij anderen ook wel zo zal zijn. Het is voor hen niet zo bijzonder.

Heel incompetente mensen schatten zichzelf al snel te hoog in, erg competente mensen schatten juist anderen snel te hoog in. Dit fenomeen werd in 1999 op de wetenschappelijke kaart gezet door de psychologen Dunning en Kruger. Zij lieten zien dat hoe slechter psychologiestudenten op een test scoorden hoe meer zij dachten dat dit niet zo was. Het Dunning-Kruger-effect is daarna door andere onderzoekers op tal van gebieden bevestigd.

Oké, zul je misschien denken, dat snap ik wel, maar hoe kan het dat extreem incompetente mensen soms de absolute top van de sociale ladder bereiken? Zijzelf kunnen denken dat ze fantastisch zijn, maar anderen zien daar toch zo doorheen? Goede vraag. Hoe kan een onbenul als Sarah Palin bijna vice-president van het machtigste land van de wereld worden? Hoe kan een baviaan als Silvio Berlusconi jarenlang de hoogste baas van een heus (democratisch) land zijn geweest?

Zelfoverschatting is een ‘nuttige’ illusie, wánt niet gehinderd door zelftwijfel kan iemand puur op toeval, doorzettingsvermogen en bluf heel erg ver komen. Terwijl jij gepijnigd wordt door faalangst en twijfels of je niet… toch… misschien… morgen… of overmorgen een sollicitatiemailtje moet sturen, heeft de Zelfoverschatter (M/V) al ergens zijn voet tussen de deur.

Door zijn gevoel van superioriteit is de Zelfoverschatter veel actiever bezig zijn doelen te halen dan anderen. Daarbij krijgt hij al snel het voordeel van de twijfel omdat mensen nou eenmaal geneigd zijn te vertrouwen op mensen die zichzelf vertrouwen. Waar rook is, is vuur en waar zelfvertrouwen is, zijn vast ook vaardigheden die dat zelfvertrouwen rechtvaardigen. De Zelfoverschatter krijgt door dit vooroordeel, ondanks zijn incompetentie, meer dan genoeg kansen aangeboden. En hij zal die uiteraard ten volle benutten en promoten, waardoor hij in de gelegenheid komt waardevolle dingen te leren, een netwerk op te bouwen en zijn cv te pimpen. En hierdoor zwaaien deuren in de toekomst nog makkelijker voor hem open.

Daarnaast hebben Zelfoverschatters vaak simpele oplossingen voor complexe problemen. En daar houden mensen van. Complexiteit doet ‘auw’ in de hersenen. Snelle, haalbare antwoorden, uitgesproken met kracht, verlichten direct de spanning van die onzekerheid. Zelfs als die antwoorden nergens op slaan. ‘Nou, hij zal het wel weten dan.’ Mensen die lang nadenken (over de nuances en alternatieven) weten blijkbaar niet wat er te doen staat. Dit werkt allemaal in het voordeel van de Zelfoverschatter. Hij kan een reputatie opbouwen als iemand met lef, rauwe eerlijkheid en heldere antwoorden. ‘Hij zegt tenminste wat wij stiekem denken.’

Als de Zelfoverschatter op een gegeven moment wat macht of status heeft verworven dan zullen ineens andere mensen iets van hem (en zijn succes) willen. Dat maakt zijn positie nog sterker. Zelfs al is zijn incompetentie voor buitenstaanders nog zo zichtbaar, wanneer de Zelfoverschatter eenmaal wordt omringd door slijmerds die iets van hem nodig hebben, kan hij zijn imperium rustig verder uitbouwen. Op een gegeven moment gaan ook sceptici twijfelen: ‘Misschien heb ik iets over het hoofd gezien en moet ik mijn oordeel bijstellen. Blijkbaar doet-ie toch iets goed.’ En als zelfs de sceptici overstag gaan, kan het hard gaan. Voor je het weet is de Zelfoverschatter directeur, hooggeplaatst politicus of president van een land.

In een maatschappij waar gebakken lucht, marketing en zelfpromotie overgewaardeerd worden, is het voor de gemiddelde Zelfoverschatter goed toeven. Had je dit allemaal geweten, dan had je dat sollicitatiemailtje vast al eerder verstuurd.

eKudos Nu Jij

Gids voor langdurig samenzijn: hoe houd je de liefde brandend?

Een moderne definitie van de liefdesrelatie? Twee mensen met verschillende persoonlijkheden, achtergronden en verlangens die proberen elkaar vrijwillig zo lang als mogelijk te bevredigen op emotioneel, seksueel, intellectueel, vriendschappelijk en huishoudelijk niveau. Het liefst zonder pauzes en seksuele inmenging van derden, vaak in het hetzelfde huis.

Een hachelijk project als je het zo bekijkt. Eentje dat zelfs de meest stabiele, harmonieuze mensen regelmatig met elkaar in conflict zal brengen en tot momenten van waanzin zal drijven. Hoe meer twee mensen van elkaar verwachten, hoe intenser, maar ook ingewikkelder en teleurstellender hun relatie zal zijn.

Eén ding is zeker: hoe specifieker, uitgebreider of tegenstrijdiger de verwachtingen over een relatie zijn, hoe groter de uitdaging een partner te vinden die daaraan kan (en wil) voldoen. Daarom is het handig als partners een beetje op elkaar lijken, hetzelfde over dingen denken en elkaar – daardoor – begrijpen. Maar als je zo’n persoon hebt gevonden dan ben je er nóg niet. Het blijft werken om de liefde erin te houden.

De grote nachtmerrie van romantische zielen is in een relatie belanden die je kunt reduceren tot matte blikken, krulspelden, trainingsbroeken, bankhangen, eten halen, filmpie kijken, schoonouders, af en toe seks op zondag. Het is oké, meer niet. Niemand wil zo worden, en toch – wóéhóéhóé – het is overal om ons heen. Onvermijdelijk? Een beetje misschien – en het is prima om op je gemak te zijn – maar het gaat snel bergafwaarts naarmate je elkaar als vanzelfsprekend ziet. Je liefdesleven kakt in als jullie je fantasie verliezen en stoppen moeite voor elkaar te doen.

Om dat te voorkomen heb ik hieronder alvast twintig belangrijke do’s en don’ts op relatiegebied samengevat. Ze zijn afkomstig uit mijn eigen praktijk en de wetenschappelijke literatuur. (Kleine disclaimer: sommige punten overlappen met elkaar.)

1. Blijf je voor elkaar interesseren
Uit Zwitsers onderzoek blijkt: hoe langer partners bij elkaar zijn, hoe minder goed ze elkaar kennen. Oude stelletjes dachten hun partners door en door te kennen, maar maakten meer fouten dan jonge stelletjes toen zij moesten raden wat hun partner ergens van vond. Rara, hoe kan dat? Elkaar kennen is géén kwestie van tijd, maar van aandacht. Een belangrijke reden waarom veel stellen uit elkaar groeien is vooral omdat ze zich minder verdiepen in de belevingswereld van hun partner. Ze verwarren het gevoel van vanzelfsprekendheid met ‘elkaar goed kennen’.

2. Ga samen uit de comfortzone
Een potlood tussen je tanden doen maakt je blijer dan slechts nadenken over geluk. Waarom? Het potlood activeert direct je lachspieren. Dit verraadt een belangrijk psychologisch principe: gedrag beïnvloedt je gevoel meer dan erover nadenken. Naar de liefde vertaald: partners die samen iets enerverends doormaken – zoals omwille van de wetenschap aan elkaar vastgetapet door een grote betonnen buis kruipen of meedoen aan een danscompetitie – blijken achteraf meer verliefd dan stelletjes die relaxt uit eten gaan. Alles wat het lichaam opwindt, helpt blijkbaar ook passie stromen. Samen uit de comfortzone gaan is goed voor de relatie. De roes van het avontuur versmelt zich met de band die je voor elkaar voelt.

3. Ga conflicten en ruzies niet uit de weg
Conflicten zijn nodig om uit te praten wat je stoort aan je partner. Ga je die uit de weg, dan ondermijn je het vertrouwen en de intimiteit. Conflicten aangaan is goed, als je het maar met beleid doet. Hoe? Vraag je eerst af wat de achterliggende boodschap is, zowel die van jezelf als die van je partner. Breng kritiek als een vraag of wens in plaats van een verwijt. Voel je niet te trots om ‘sorry’ te zeggen voor jouw eigen aandeel. Als jullie ruzies vaak vernederend aflopen (schelden of zelfs slaan), is het nuttig om van tevoren al af te spreken dat een van jullie van zich fysiek terugtrekt als de emoties weer eens hoog oplopen. Je kunt het gesprek hervatten wanneer jullie weer bekoeld zijn.

4. Accepteer elkaars persoonlijkheid
Het is leuk als je elkaars interesses deelt, maar niet noodzakelijk. Verwacht niet van je partner dat deze een fanatiek zeiler, extraverte feestganger of swinger wordt als dat niet bij diens persoonlijkheid past. Volgens psycholoog Dan Wile valt bijna zeventig procent van de conflicten in de categorie ‘permanent’. Na vier jaar ruziën echtparen nog steeds over precies dezelfde dingen als in hun begintijd. Het heeft geen zin om te wachten tot je partner verandert, want dat zal nooit gebeuren. In goede relaties worden die permanente problemen dan ook niet opgelost, maar beide partners zoeken en vinden samen een manier om ermee om te gaan. Mensen die hun partners proberen te veranderen maken zichzelf en de ander daarmee gek.

5. Hou communicatie overwegend positief
Niet verbazingwekkend: relaties blijven gezond door liefdevolle communicatie en positieve aandacht. Uit onderzoek blijkt dat stellen een veel grotere kans hebben bij elkaar te blijven wanneer elke negatieve uitwisseling (kritiek, schelden, kwetsen, negeren) in verhouding staat tot vijf positieve interacties (complimentje, aandacht, interesse, attent zijn). Eén op vijf dus. Negativiteit heeft een grotere destructieve kracht dan veel partners zich realiseren. Ga je over de schreef, doe daarna extra je best.

6. Je mag best een beetje egoïstisch zijn
Een relatie is geven én nemen. En door af en toe zonder schroom te nemen, wordt het makkelijker om zonder voorbehoud te geven. Op die manier blijft de relatie dynamisch en bevredigend. In prettige, gelijkwaardige relaties blijken beide partners vaak een beetje egoïstisch te zijn. Vooral op seksueel gebied is het duidelijk waaom dat nuttig is: zonder het vermogen om je op jezelf te concentreren en de ander te vergeten is het lastig klaarkomen. Relaties waarin beide partners gewoon hun eigen dingen (mogen) blijven doen, houden langer stand. Zo’n relatie vraagt minder offers.

7. Maak tijd voor (en zin in) seks
Hoe je het ook wendt of keert, seks is (meestal) datgene wat een liefdesrelatie van een vriendschap onderscheidt. Hoewel veel partners prima ‘seksloos’ door het leven gaan, geeft regelmatige seks en lichamelijke intimiteit de relatie glans. De hormonen en hersenstoffen die vrijkomen voeden zowel lichaam als relatie. Daarnaast: mannen zijn ná de seks beter in staat om conflicten en geschillen uit de praten. Dus, doen jullie het niet meer, want: stress, druk, kinderen, enzovoorts? Luister naar Tim.

8. Blijf communiceren over je beweegredenen
Kleine misverstanden en wederzijdse onwetendheid zorgen makkelijk voor scheefgroei in de relatie. Vaak ontstaat er emotionele afstand wanneer partners hun dagelijkse doen en laten niet meer delen. Uit luiheid of angst de ander te kwetsen of te confronteren. Ga je te laat komen? Kon je de afwas niet doen? Drankje met collega na het werk? Alles wat je voortijdig laat weten kan ruzie en weerstand voorkomen. Ga er niet van uit dat de ander weet of snapt wat jij van diegene verwacht. Door regelmatig te checken wat er in je partner omgaat (dat doe je overigens door vragen te stellen, niet door te raden!) blijven jullie in tune met elkaar.

9. Hou relatierituelen levend
Mensen houden van rituelen en symbolen. Alles wat jullie in het heden aan een gezamenlijk verleden bindt versterkt het wij-gevoel. De liefde moet af en toe bewust gevierd worden. Hou de voor jullie belangrijke dagen en tradities daarom levend. Ook kleinere, dagelijkse ritueeltjes zijn belangrijk: het gesprekje aan de keukentafel bij het ontbijt, koosnaampjes, seks in de duinen, krimi kijken op zondag. Dit soort rituelen scheppen vaak ook een mooie gelegenheid om elkaar opnieuw even het hof te maken.

10. Probeer aantrekkelijk te blijven voor je partner
Sommige mensen denken nog steeds dat officiële verkering harde rechten met zich meebrengt. Zoals het recht om jezelf fysiek te verwaarlozen en toch seks te krijgen. Iemand moet je toch nemen zoals je bent? Echt? Ook als je jezelf een week niet gewassen hebt? Advies uit de huis-, tuin- en keukenpsychologie: mensen zijn graag trots op hun partners. Mensen die trots zijn op hun partner willen daar vaker seks mee.

11. Niet verwijten en klagen, gewoon vragen
Mensen die lang samen zijn, zien vaak vooral wat er niet goed gaat. Het goede is vanzelfsprekend en wordt niet gezien, het ‘slechte’ springt steeds meer in het oog en geeft elke keer meer jeuk. Hoe logisch het ook voelt om bij elke ‘misstap’ van je partner een kritische of zeurende noot te zingen, probeer de communicatie constructief te houden. Klaagzangen en verwijten zijn besmettelijk. Ze zorgen er namelijk voor dat je partner precies hetzelfde doet, terwijl het uiten van een vraag of wens het de ander makkelijker maakt positief te reageren. ‘Ik zou het echt fijn vinden als jij…’ in plaats van: ‘Ik word schijtziek dat jij wéér…’

12. Neem je eigen jaloezie niet te serieus
Een beetje jaloezie is goed. Het is een magnetische kracht die jou alert houdt en maakt dat jullie bij elkaar blijven. Jaloezie is ook vervelend. Het kan de relatie verzuren als je constant bevestiging nodig hebt of probeert je partner hardnekkig te controleren. Van jaloezie kom je niet gemakkelijk af. Als je partner zich bij jouw weten netjes gedraagt kun je je wel afvragen hoe serieus je je eigen jaloezie moet nemen. Wil je je leven laten vergallen door onzekerheid, angst en jaloezie terwijl je partner al dan niet vreemdgaat? Of wil je van je leven genieten terwijl je partner al dan niet vreemdgaat?

13. Leer elkaars gebruiksaanwijzing kennen
Partners hebben verschillende behoeften, temperamenten en communicatiestijlen. De een wil veel tijd voor zichzelf, de ander doet liefst alles samen. De een is opgeruimd, de ander houdt van een functioneel rommeltje. De een communiceert direct en standvastig, de ander is flexibel en meegaand. De een weet precies en meteen wat-ie wil, de ander moet eerst nadenken. Dit zijn persoonlijkheidskenmerken die niet snel veranderen. Hoe beter jullie die van elkaar kennen (en accepteren), hoe makkelijker het communiceert. Hierom is het nuttig om wederzijdse verwachtingen en behoeften expliciet te maken. Dan weten jullie wanneer je over elkaars grenzen gaat en wat je kunt doen om aan elkaar tegemoet te komen.

14. Gun elkaar privacy en onafhankelijkheid
Sommige mensen claimen heel trots dat ze hun partner door en door kennen. “Wij hebben geen geheimen voor elkaar.” Bedenk: dit is een illusie. Een enge ook nog. Je partner is een levend mens, geen voorgeprogrammeerde robot. Je kunt en hoeft niet alles met elkaar delen. En je hebt ook geen recht op volledige controle over je partners innerlijke leven of e-mailaccount. Natuurlijk heeft je partner, net als jij, vast wel eens seksuele of romantische gedachten over een ander. Natuurlijk heeft je partner soms geen zin in jouw kletsverhalen en doet-ie alsof. Je hoeft (gelukkig) niet alles van elkaar te weten zolang het de relatie niet direct in gevaar brengt. Je kunt pas van een ander houden als je daar voldoende ruimte en vrijheid voor hebt .

15. Creëer gemeenschappelijke herinneringen en deel persoonlijke ervaringen
Niets is zó bandversterkend als het samen doormaken van lief en leed. Van autopech tot begrafenis, van samen klussen tot kinderen maken. Jullie levensverhalen versmelten op die manier met elkaar. Druk werkende stelletjes kunnen soms zo opgaan in hun eigen ding dat ze vergeten tijd aan elkaar te besteden. En hoewel een vakantie samen goed doet, hebben jullie meer aan regelmatige tussendoortjes en gezamenlijke oplaadmomenten. Zaak is wel dat het voor jullie allebei leuk en enerverend is. Dat smaakt naar meer. Heb je even geen tijd voor elkaar? Maak elkaar deelgenoot van wat je beleeft. Door een leuk verhaal aan de ontbijttafel bijvoorbeeld.

16. Respecteer ‘onhebbelijkheden’ van je partner
Grote kans dat je partner hobby’s heeft of mensen kent waarvan jij denkt: jakkes. Als die hobby’s of mensen niet direct een risico of nadeel voor jou opleveren (zoals bij roken in huis, gokken, bromfietsen verzamelen) dan heb jij eigenlijk weinig te klagen. Het kan erger. Probeer dan een minimaal respect op te brengen als deze zaken belangrijk zijn voor je partner. Andersom komt dat respect jou ook goed van pas (als je bijvoorbeeld weer eens je saxofoon uit de kast haalt).

17. Leer bevredigende compromissen maken
Als je samen bent, dan denk je soms voor twee. Jouw acties en onverschilligheid hebben effect op de ander. Dat jij van rommel houdt, betekent dat niet dat je niet mee hoeft te doen in het huishouden. Familiebezoek, eten, samenzijn, seks: je partner heeft hierin waarschijnlijk andere behoeften en jullie zullen hierin een aanvaardbare balans moeten vinden. Bevredigende compromissen verzinnen hoort bij een prettig samenzijn. Partners die van nature wat onafhankelijk en/of dictatoriaal zijn doen er goed aan zich in deze kunst te bekwamen. Het is te leren. En het maakt beide partners meestal gelukkiger.

18. Beperk emotionele schade, voorkom egostrijd
Jezelf zijn en goede manieren achterwege laten is voor sommigen een teken dat ze een goede relatie hebben. Er valt wat voor te zeggen, maar sommige dingen moet je gewoon laten. Altijd en overal zomaar je onvrede over de ander uitstorten, vooral in combinatie met vernederende scheldwoorden en een dreigende ondertoon maken een relatie tot een mijnenveld. Als een van beiden zich in de relatie niet veilig voelt gaat het mis met de liefde. Daarom: bespreek lastige issues op een geschikt moment; onthoud je van scheldtirades, emotionele chantage en bedreigingen; geef je partner de ruimte en rust zich terug te trekken; probeer niet koste wat kost gelijk te halen. In relaties geldt: waar één partner gelijk krijgt, verliezen ze allebei.

19. Accepteer elkaar in voor- en tegenspoed
De mindere momenten horen bij het leven en maken de mooie momenten bijzonder. Elke partner kan op een bepaald moment ziek, misselijk, onaantrekkelijk en vervelend zijn. As je voor elkaar gekozen hebt dan heb je, tot op zekere hoogte, de plicht om er iets van te blijven maken. Je hoeft geen masochist te zijn, maar het is het proberen waard. Een volgende partner komt ook met schaduwkanten.

20. Beter alleen dan vastroesten in een slechte relatie?
Heb je een partner die zich aan veel van bovenstaande geboden niet houdt? Misschien moet je je afvragen waarom je bij deze persoon blijft. Bang alleen te blijven? Overtuigd dat je nooit meer zo’n knap of bijzonder exemplaar tegenkomt? Hele slechte reden: je verdient beter. Onderzoek laat zien dat mensen achteraf bijna altijd opgelucht zijn als de stap hebben genomen om een slechte relatie achter zich te laten én dat ze er sneller bovenop zijn dan ze van tevoren vermoeden.

eKudos Nu Jij

Hoe vergroot je de kans dat een date je geliefde wordt?


De periode waarin je met iemand aan het daten bent is apart. Je vindt elkaar interessant en leuk, maar weet niet hóe interessant en leuk. Zie jij je date al helemaal zitten? Grote kans dat je er ongemakkelijk van wordt, bang dat je potentiële partner voortijdig afknapt. ‘Houdt hij wel van stiletto’s?’ ‘Vindt ze het knullig als ik een bloemetje meebreng?’ ‘Is het niet te serieus als ik hem uitnodig voor een weekendje weg?’ Ook zwaardere dilemma’s gaan wegen. Misschien heb je een onzichtbare ziekte, een handicap of een psychologisch probleem waar je de ander vroeg of laat van op de hoogte moet stellen.

Wat betreft de ‘kennismakingperiode’ kun je alvast aannemen: hoe minder jij een harde claim op de ander legt, hoe groter de kans dat diegene jou juist zal willen leren kennen. Een potentiële partner die jullie band nog vrijelijk wil onderzoeken zal zich eerder terugtrekken als deze voelt dat er een soort garantieverstrekking wordt verwacht. Garanties en harde beloften zijn voor later. En ook dan zijn ze niet onvoorwaardelijk. Leg daarom aanvankelijk niet te veel druk op de zaak.

Omdat je van liefde in de knop maar weinig kunt verwachten is het voor hunkerende mensen een moeilijke periode. Eentje die ze liefst zo snel mogelijk achter zich laten. Toch is het goed om een beetje achterover te leunen en geen shortcuts te forceren. Te veel eisen, grootse gebaren of eindeloos praten over je twijfels en angsten zal je niet helpen. Maak van je hart geen moordkuil, maar probeer wel te voorkomen dat de prille liefde een vroege dood sterft omdat jij al een paar stappen verder bent dan je tegenspeler. De kennismakingsperiode is vooral een testfase. Zelfs al zweef je hand in hand in de zevende hemel: je kent elkaar niet. Trek daarom niet teveel conclusies en spreek ze, als je ze tóch hebt, niet te krachtig en stellig tegenover de ander uit. Kijk gewoon hoe jullie samenspel zich ontvouwt. Serieuze conclusies en ingewikkelde analyses komen later wel. De tijd zal het leren, en die gaat sneller naarmate je er meer van geniet.

Er is een aantal algemene principes om je door de eerste onzekere periode te loodsen. Over het algemeen kun je, net als in een normale vriendschap, het Principe van de Wederkerigheid hanteren. Zorg voor een acceptabel evenwicht in het tonen van initiatief. Wees niet bang de eerste te zijn – misschien is je tegenspeler gewoon wat suffer of voorzichtiger dan jij – en houd in de gaten hoe de ander reageert. Jaag iemand niet op als jij de neiging hebt sneller te gaan, maar je hoeft je enthousiasme ook weer niet aldoor te remmen. Je komt er vanzelf achter of iemand een ander tempo heeft dan jij, of gewoon niet zo geïnteresseerd is. Dat de ander langzamer gaat, zich minder gepassioneerd uit of bedachtzamer is hoeft geenszins een slecht teken te zijn. Wellicht zegt het meer over het verschil in persoonlijkheid dan over jullie band.

Wees niet bang voor suffe en ongeïnspireerde momenten
Als je allebei verliefd bent, wil je dat gevoel misschien hardnekkig vasthouden en stimuleren. Logisch, maar dat kan ook een eerlijke ontdekkingstocht naar elkaar in de weg staan. Er kan een spel ontstaan waarin je elkaar niet durft teleur te stellen en de schijn van intensiteit belangrijker wordt dan een echte band. Romantici doen vaak al snel alsof ze in een heel intieme relatie zitten terwijl ze iemand nog maar net kennen. Dat is een valkuil: als je allebei al snel doet alsof je heel intiem bent, voelt dat misschien ook zo, het IS alleen niet zo. Een echte band heeft tijd en gedeelde ervaringen nodig, je kunt de tijd niet versnellen door grootse gebaren en symbolische daden te uiten. Als je ze goed timet kunnen ze de band versterken, maar wees er spaarzaam mee. Dan hebben ze ook meer waarde.

Als je denkt dat het in het begin allemaal leuk, intens, lief en mooi moet zijn, maakt dat je misschien bang voor ongeïnspireerde momenten en twijfels van jezelf of de ander. Ontspan. Je kunt ze niet voorkomen, ze horen erbij. Al is het maar omdat je lichaam de intensiteit van de verliefdheid niet kan volhouden. De mindere momenten bieden juist de mogelijkheid tot rust en verdieping: een kans om meer vertrouwd met elkaar te raken.

Ga niet leuren om bevestiging
Mensen die twijfelen aan wat de ander voor ze voelt, hebben vaak behoefte aan er veel over te praten. Niet alleen met vrienden, maar ook met de geliefde zelf. Hoe onzekerder je bent – en hoe meer je die ander bij je wilt houden – hoe prangender vragen kunnen worden als: waarom belt ze niet? Waarom deed hij zo aardig tegen zijn ex? Waarom ziet ze er zo vermoeid uit? We hebben allemaal af en toe bevestiging nodig, maar ga er niet naar hengelen. Het kan een gewoonte worden die averechts werkt. Vooral als er verwijten als ‘Ik kan jou niet vertrouwen’ of ‘Je staat niet echt open’ bij komen kijken. Die zijn niet bepaald bevorderlijk voor de intimiteit.

Als je veel bevestiging nodig hebt en daar regelmatig om vraagt, dan zul je inmiddels ook weten: het is nooit genoeg. Het is een vicieuze cirkel: door onophoudelijk bevestiging te zoeken maak je jezelf in toenemende mate afhankelijk van wat de ander van je vindt. Hierdoor neemt je onzekerheid eerder toe dan af. Bovendien maak je jezelf er minder aantrekkelijk door, en ook dat vergroot je onzekerheid en behoefte aan bevestiging. Alleen jijzelf kunt die cirkel doorbreken: stop met leuren naar bevestiging, ga lekker sporten of bel een vriend(in)!

Houd eigen grenzen in de gaten
Als je iemand leuk vindt ben je vast bereid je grenzen te verleggen. Je doet misschien dingen die normaal niet eens in je zouden opkomen. Vissen in de Biesbosch, salsadansen, een triootje, een ayahuasca-ritueel. Mocht je er voor openstaan: zoiets kan absoluut enerverend en verrijkend zijn en wie weet krijg je er wel een nieuwe hobby bij. Als je echter stelselmatig je eigen grenzen en behoeften negeert kan een beginnende relatie gemakkelijk scheefgroeien. Als je merkt dat je dingen doet die je eigenlijk tegen de borst stuiten, alléén om de ander te behagen, dan moet er rood lampje gaan branden. Dit gaat zich tegen je keren als je je normale grenzen later probeert te herstellen. Het zal niet de eerste keer zijn dat een relatie in de knel komt omdat een van de partners in een later stadium zijn of haar natuurlijke grenzen wil herstellen. Het kan dan – onterecht – als teken van afnemende liefde of hypocrisie opgevat worden: ‘Hoezo wil je nu ineens niet meer mee naar Bijbelstudie?’

Het is handig om hier goed over na te denken voordat je weer eens verliefd wordt. Als je van tevoren weet waar jouw grenzen liggen, als je weet wat jij belangrijk vindt in een relatie, dan zal een toekomstige partner zich daar eerder naar gedragen. Je behoefte aan communicatie, seks, orde, autonomie en samenzijn is meestal niet hetzelfde als die van je partner. Daarin ontstaat vanzelf een evenwicht, maar in de testfase zet je de toon voor de rest van een eventuele relatie. Het is goed om vast te houden aan wat je voor jezelf belangrijk vindt en nodig hebt, zodat wederzijdse verwachtingen helder blijven. Als je te weinig grenzen stelt, krijg je al een onduidelijke relatie waar je alle kanten mee op kunt. Te veel grenzen leiden daarentegen tot een gebrek aan connectie en vertrouwen.

Sommige mensen hebben in het begin van een relatie de neiging tot overmatig pleasen. Vooral vrouwen kunnen daar als gevolg van een ongeëmancipeerde opvoeding en sociale druk last van hebben. Het is goed te beseffen dat de band niet sterker wordt naarmate je jezelf meer wegcijfert. Misschien dat je daarmee schuldgevoel of vertedering oproept, maar geen passie of intimiteit. Mensen die aangeven wat ze willen worden in de ogen van hun partner aantrekkelijker gevonden dan mensen die hun eigen behoeften negeren. Mensen die zichzelf serieus nemen, worden door anderen ook serieuzer genomen.

De andere kant van de medaille: niet-flexibele mensen die hun eigen grenzen maar al te goed kennen en bewaken. Sommige mensen weten – vaak als gevolg van een slechte relatie waarin ze hun eigen behoeften negeerden – heel duidelijk wat ze wel en niet meer tolereren. Jeu de boules-wedstrijdjes of Sex and the City-avondjes krijgen een heilige status. Een iets te dwingend verzoek om daarvan af te wijken, wordt onevenredig hard afgestraft of zonder meer genegeerd. Dat doen ze niet meer, hebben ze besloten. Dit starre gedrag helpt niemand. Met dit soort compensatiegedrag ondergraaf je het wij-gevoel. En daarmee het vertrouwen. Het is goed voor de liefde om af en toe mee te veren. Je mag best wat voor een ander doen, en de ander mag dat ook best weten. Daar wordt de band sterker van, en jouw offers worden op indirecte manier vast weer door je partner beloond.

Beloon goed gedrag en wees terughoudend in het afstraffen van ongewenst gedrag
Toegegeven, het klinkt alsof je een hond moet africhten, maar wij zijn niet heel anders dan onze huisdieren. Wij reageren ook op beloning en straf. Het verschil tussen beide strategieën: beloning smaakt naar meer, straf naar minder. Als je wilt dat de ander een beetje gemotiveerd blijft, werkt een warm welkom of een compliment als hij of zij onverwacht langskomt beter dan een zuur gezicht omdat je zo lang hebt moeten wachten. Als je iemand maar vaak genoeg straft zal hij/zij die nare gevoelens aan jou koppelen. Let wel: sommige nalatigheden dienen met een boos gezicht bestraft te worden, je verjaardag vergeten bijvoorbeeld. Als een goed excuus uitblijft, mag de ander dat best voelen.

Komt tijd, komt delicate kwestie
Misschien heb je een onzichtbaar probleem, een handicap of een issue dat je zo lang mogelijk voor jezelf wilt houden. Misschien schaam je je er wel voor. Afhankelijk van hoe serieus het is en hoezeer je ermee zit, zul je waarschijnlijk moeite hebben met het delen van die gevoelige informatie. Onvruchtbaarheid, ziekte, impotentie, maagdelijkheid, een onzichtbare handicap, een seksuele fetisj? Het zijn over het algemeen geen onderwerpen die je op een eerste date aansnijdt. En daar is wat voor te zeggen: pas als je iemands sterke punten hebt leren kennen, zul je ook diens schaduwkant accepteren. Het is een kwestie van timing. Voel je daarom niet verplicht om alles zo snel mogelijk te delen.

Sommige mensen kunnen zo gepreoccupeerd zijn met hun probleem dat ze pas rust hebben als de ander het weet. Je wilt niet eerst een band met iemand opbouwen om daarna teleurgesteld te worden omdat hij of zij op je probleem afknapt. Begrijpelijk dat je dit zware gesprek zo snel mogelijk achter de rug wilt hebben, maar besef dat je meer bent dan je probleem. En het is goed als de ander daar eerst kennis van neemt voordat je al je kaarten op tafel legt. Op een gegeven moment ontstaat vanzelf de opening naar een serieus gesprek.

eKudos Nu Jij

Wie ben ik eigenlijk?

Ongemakkelijke inzichten uit de neurowetenschap: bestaan jij en ik als illusie?
Sommige feiten zijn lastig te rijmen met hoe wij onszelf ervaren. Inzichten uit neurowetenschappelijke hoek laten ondubbelzinnig zien dat wij niet zijn wie we denken dat we zijn. Behalve dat de hersenen de werkelijkheid om ons heen simuleren, creëren ze ook de illusie dat er een ik-figuur in de hersenen verborgen zit. We ervaren onszelf als de denker van onze gedachten, de voeler van onze gevoelens, de doener van onze acties, de beslisser van onze beslissingen. In werkelijkheid wordt er gedacht, gevoeld, gedaan en besloten zonder dat er een centrale ‘ik’ is die dat doet. De grootste truc van je brein is om zichzelf van jouw eigen bestaan te overtuigen.

Als dit de allereerste keer is dat je het hoort dan is dat vast even wennen. Niet alleen de vrije wil is een illusie, jijzelf als losstaande entiteit onafhankelijk van je gedachten en gewaarwordingen ook. Toch is dit inzicht niet bepaald nieuw. Talloze denkers en mystici door de eeuwen heen deelden dit inzicht met ons. De Schotse filosoof David Hume zei bijvoorbeeld: ‘Er is geen zelf, slechts een hoop sensaties, percepties en gedachten, de ene na de andere.’ Gautama Siddharta, de boeddha, was daar millennia eerder ook al achtergekomen. Het ego, meende hij, is een verzonnen entiteit, waaromheen al ons psychologische lijden is gesponnen. Moderne hersenwetenschappers geven deze originele vrijdenkers groot gelijk.

Ergens in de stroom van jouw bewustzijn verscheen, een paar jaar na je geboorte, de illusie dat jij ‘jij’ bent en niet mij of een ander. Als baby had je wél bewustzijn, maar je had nog geen zelfbewustzijn. Zelfs geen lichaamsbewustzijn. Dat moest je jezelf nog aanleren. Jouw (voorgeprogrammeerde) hersens maakten zich door opvoeding en jarenlange training in sociale situaties het gevoel eigen van een ik-figuur in een lichaam die losstaat van zijn omgeving. Pas tussen 18 tot 24 maanden herkennen de meeste kinderen zichzelf (in een spiegel) als een losstaand individu.

Het zelf is een indrukwekkende illusie, bijzonder lastig te doorzien, maar zoals met andere illusies en goocheltrucs geldt: als je eenmaal weet hoe het gedaan wordt is het niet meer zo vreemd. In de woorden van Bruce Hood – neurowetenschapper en auteur van het boek The Self Illusion: How the Social Brain Creates Identity:

“De dagelijkse ervaring van ons ‘zelf’ voelt intiem en vertrouwd, en toch, de wetenschap laat zien dat het zelf een illusie is. Een illusie betekent voor mij een subjectieve ervaring die niet is wat het lijkt. Illusies zijn ervaringen van de geest, maar ze bestaan niet als zodanig in de natuur. Het zijn gebeurtenissen die door het brein zijn gecreëerd. De meesten van ons hebben ervaring van een zelf, als een autonoom individu met een coherente identiteit en een gevoel van vrije wil. Maar die ervaring is een illusie. Het bestaat niet los van die persoon die die ervaring heeft, en het is zeker niet wat het lijkt. Dat betekent verder niet dat die illusie zinloos is.”

Je zou kunnen tegensputteren: ‘Wat kletst die man nou. Ik kan bewijzen dat ik er ben. Kijk maar, ik beweeg nu mijn hand. Wie anders dan ‘ik’ beweegt die hand?’ Als je willekeurige mensen vraagt waar hun ‘zelf’ zich bevindt, zullen ze naar zichzelf wijzen. Ze zullen er misschien bij vermelden: ‘Ik ben dit lichaam.’ Dat is op zijn minst een halve, en dus onvolledige, waarheid. Je kunt al je ledematen laten amputeren en nog steeds het gevoel hebben dat jij helemaal jij bent. Sterker nog: als het medisch mogelijk zou zijn, zou jij kunnen bestaan als hoofd, of als brein. Wetenschappers kunnen jou nu al met behulp van eenvoudige visuele trucs het gevoel geven dat je uit je lichaam zweeft of in een ander (virtueel) lichaam zit dan de jouwe. Zie deze interessante BBC-docu vanaf 29:00. Het gevoel van zelf begint en eindigt dus niet bij de contouren van je lichaam. De meeste mensen hebben, als je ze genoeg uitvraagt, het gevoel dat ze de eigenaar van hun lichaam zijn en dat hun ‘ware ik’ zich in het gebied net achter de oogballen zetelt. Daar in de hersenen lijkt ons waarnemende centrum gevestigd. Nogmaals, lijkt, niet is.

De illusie van het zelf is volgens Bruce Hood vergelijkbaar met een simpele visuele illusie als het Kanizsa-patroon:

Je ziet in het midden een duidelijke vorm ontstaan die volledig bepaald wordt door de omgeving. Je snapt verstandelijk best dat dit een hersentruc is, maar wat je misschien niet weet is dat jouw brein doet alsof de vorm er echt is. De neuronen worden geactiveerd zoals bij het zien van een echte driehoek. Met andere woorden: het brein hallucineert de driehoek. In zekere zin geldt deze perceptuele krachttoer voor alles wat we zien: we zien de beelden die ons brein genereert en niet de werkelijkheid zelf. Sommige objecten bestaan echter wel degelijk in die werkelijkheid en andere niet. Die laatste categorie noemen we officieel illusies.

Zoals het Kanisza-patroon wordt gemaakt door de omgeving, zo bestaat het zelf als de reflectie van de mensen er omheen. Door de reacties van anderen op onze aanwezigheid leren wij ‘onszelf’ te ervaren. Onze identiteit ontstaat in de levende interactie met anderen, door onszelf de taal en gedachten van onze opvoeders eigen te maken. De stemmen van anderen, worden op een gegeven moment de innerlijke stemmen van jezelf. En die innerlijke stem houdt voor de rest van je leven jouw gevoel van zelf in stand, ook als je moederziel alleen op de steppe woont. Je hebt die stem nodig om te ervaren dat ‘jij’ er bent.

Als jij het niet via andere mensen geleerd zou hebben, had je nu niet de ervaring van een zelf met een verleden, een toekomst, een naam, een leeftijd, enzovoorts. Je zou nog steeds reageren op de prikkels van de wereld en de noden van je lichaam, maar niet als de identiteit waar je jezelf nu voor aanziet. Moeilijk voor te stellen, maar toch is het zo. Vraag het maar eens aan een wolfskind (een kind dat zonder menselijk contact is opgegroeid en daardoor nauwelijks of geen kennis hebben van menselijk gedrag en taal). Zelfs als je in de bijzondere gelegenheid zou zijn er een te ontmoeten (en hun ‘taal’ te spreken) dan zouden al je pogingen om een normale menselijke connectie te maken op onbegrip stuiten. Net als de meeste dieren zijn wolfskinderen bewust van de omgeving en hun lichaam, maar zij ervaren zichzelf niet als een sociale identiteit met een persoonlijke geschiedenis.

Hoe precies wordt de zelfillusie gemaakt?
Ons brein heeft als belangrijkste (evolutionaire) taak om de wereld te begrijpen. Het maakt modellen van de buitenwereld zodat we kunnen interpreteren en voorspellen wat we daarin moeten doen. Ons brein simuleert de wereld zodat we erin kunnen overleven. Die simulatie is uitzonderlijk knap gedaan omdat veel van de binnenkomende data verstoord en gebrekkig is. Ons brein moet afgaan op een hele kleine sample van alle concurrerende informatie die het ontvangt en vult de missende informatie razendsnel in. Dat komt neer op het continu nemen van gokjes en het verbinden van losse beetjes informatie tot een coherent verhaal. Dit gebeurt over het algemeen zonder dat wij er bewust van zijn.

Het McGurk-effect is een heel inzichtelijk voorbeeld van hoe dit zoal gebeurt (zie eerst filmpje hieronder). Dit effect ontstaat doordat je brein visuele informatie combineert met auditieve informatie. Je hoort ten dele wat je ziet, en je ziet wat je hoort. Dit geldt voor alle losse zintuiglijke prikkels die jou op elk moment bombarderen. Die worden direct en automatisch door je brein tot een voor jou coherent beeld samengevoegd. Op die manier ervaar jij de werkelijkheid continu als een logische, begrijpelijke eenheid.

Nog een voorbeeld van zo’n illusie? Als wij de wereld inkijken, lijken wij een stabiel, onafgebroken visueel beeld te zien. Alsof we naar een 3d-film kijken. In werkelijkheid worden blinde vlekken, wilde oogbewegingen (saccades) en andere onregelmatigheden systematisch weggefilterd. Slechts de gefocuste (voor- en na)beelden worden met elkaar vergeleken om uiteindelijk tot een stabiel visueel beeld te komen. Tijdens die saccades zijn we dus tijdelijk blind. Dat komt er in de praktijk op neer dat we tijdens ons wakende leven gemiddeld twee uur per dag blind zijn zonder dat we het merken. Ongelooflijk, maar waar.

In zijn poging om ons het zelf beter te laten begrijpen, beschrijft Hood de hersenen als een complexe fabriek met verschillende, concurrerende afdelingen die allemaal om controle over het lichaam vragen. Het ene gedeelte houdt de energiehuishouding in de gaten: eten slapen, drinken. Een ander gedeelte scant de omgeving op eventuele gevaren en misstanden. Een ander deel is gefocust op goede relaties. Een ander deel op seks en voortplanting. Enzovoorts. We kunnen ons slechts van een heel klein gedeelte bewust zijn van alles wat er in het brein omgaat. Ons onderbewustzijn bepaalt heel autoritair welke prikkels voorrang krijgen en aandacht verdienen van het bewustzijn.

Hood beschrijft dat als volgt: “Ons zelfbewustzijn is als de senior manager die de totale productie overziet, bijhoudt en daarover rapportjes de wereld instuurt. We weten niet wat er allemaal in ons onderbewuste omgaat, maar we kunnen wel de resultaten monitoren alsof dat zo is. Dat is een nuttige illusie. Ons brein interpreteert de resultaten van ons gedrag, gevoelens of gedachten (milliseconden na de daad) in termen van ‘en nu doe ik dit of besluit ik dat’ als een handige manier om onze acties en beslissingen bij te houden. Dat geeft ons het gevoel dat we de auteur zijn van onze gedachten. Dat bindt ons als de initiatiefnemer van al onze beslissingen en acties, zelfs als dat niet zo is. Op die manier onthouden we beter wat we wel en niet hebben gedaan. We herinneren onszelf de acties van ons eigen lichaam beter dan die van anderen.”

Waarom hebben we eigenlijk een zelf?
De ‘illusie’ van een stabiele, coherente kijk op de buitenwereld valt goed te begrijpen. Anders zouden we gedesoriënteerd raken. Maar waarom hebben we die hardnekkige illusie van een zelf met vrije wil, een verleden en een toekomst nodig? De meeste dieren doen het blijkbaar ook prima zonder zo’n zelf. Het zelf is een sociaal instrument, dat ons tegelijkertijd zowel van elkaar onderscheidt als ons aan elkaar bindt. Door een zelf te hebben kunnen wij, in tegenstelling tot de meeste dieren, het sociale verkeer op de lange termijn regelen en niet te verdwalen in ons complexe, sociale leven.

Door allemaal een identiteit met verleden en toekomst hebben, wordt het een stuk eenvoudiger het sociale verkeer (en daarmee onze maatschappij als geheel) te organiseren en te controleren. We houden elkaar en onszelf op die manier in het gareel. We voelen schuld of spijt als we iets doen wat de groep schaadt en zullen het daarom een volgende keer eerder laten. Door elkaar en onszelf een sociale identiteit te geven wordt het veel lastiger om als individu de groep te benadelen. Je kunt jaren na je ‘misdaad’ aangesproken worden op je schadelijke gedrag. Wie niet leuk meedoet, wordt door de groep gebrandmerkt en gestigmatiseerd. Allerlei onzichtbare, maar voor ons zo essentiële ‘zaken’ als reputatie, eer, trots en ons huidige rechtssysteem komen onvermijdelijk voort uit deze zelfillusie.

In zekere zin zijn het de mensen om ons heen die onze verschillende rollen (of zelven) aan- en uitzetten. Daarom kunnen we ons ook zo geheel anders voelen bij verschillende mensen. We zijn iemand anders bij onze geliefde, dan wanneer we op het werk zijn. De onophoudelijke wisselwerking met onze omgeving creëert ons gevoel van ik. En daarmee komen we bij een van de allermooiste inzichten die je maar kunt hebben: wij zijn niet een afgescheiden ik, maar we bestaan bij de gratie van onze relaties, met meerdere zelven. Hoe eenzaam we ons ook voelen, in realiteit is het door onze verbondenheid dat we ons überhaupt eenzaam kunnen voelen.

P.s. Mensen die aan serieuze introspectie doen (zoals bij zen-meditatie of advaita vedanta) trainen zichzelf om deze cognitieve illusie te leren doorzien. Het doorzien van het ‘zelf’ leidt tot een nieuwe, ruimere kijk op jezelf als onlosmakelijk verbonden met het geheel. Iets wat mensen door de eeuwen ervaren lijken te hebben als een grote bevrijding.

P.p.s. Praten en denken over dit thema is noodgedwongen verwarrend omdat de taal niet gemaakt is om bepaalde illusies te doorzien. Taal creëert ze juist. Onze taal maakt gebruik van persoonlijke voornaamwoorden om onderscheid te maken tussen jou, mij en ieder ander. Het bestaan van bepaalde woorden betekent niet dat hetgeen ze naar verwijzen daadwerkelijk bestaat. Denk ook aan: Jahweh, mikfrishls, Donald Duck, enzovoorts.

P.p.p.s. En hoe zit dat met al die overtuigende verhalen over zielen en geesten die uit lichamen treden? Die lijken eigenlijk vooral door hun afwezigheid te bestaan. Het bewustzijn, en hoe het precies tot stand is vooralsnog één van de grootste mysteries, maar we weten wel dat elk aspect van ons ‘gevoel van zelf’ door hersenschade, ziekte of manipulatie drastisch en volledig veranderd kan worden. Dat maakt het waarschijnlijker dat het individuele zelf vooral bestaat als output van ons brein.

Meer lezen over dit paradoxale en fascinerende onderwerp? Een kleine greep:
Artikel: de vrije wil is een illusie
The Self Illusion – Why There is No You Inside Your Head
I Am That – Talks With Sri Nisargadatta Maharaj
Reflections On The Self- Jiddu Krishnamurti
Self Comes To Mind: Constructing The Conscious Brain – Antonio Damasio

eKudos Nu Jij

Psychologisch woordenboek: schrijversblok

Schrijven is een creatief proces waarvoor een zekere mate van concentratie, flow en mentale rust nodig is. En daar heb je maar weinig bewuste controle over. Eén vervelend telefoontje en de magie is alweer gebroken.

Als een schrijver langere tijd geen inspiratie heeft om te schrijven noemen we dat een writer’s block (of schrijversblok als je het Nederlands wilt houden). Deze ‘diagnose’ klinkt misschien specifiek, maar de oorzaken die aan dit zwarte inspiratiegat ten grondslag kunnen liggen maken het een vaag probleem. Die oorzaken kunnen van alles zijn. Lichamelijke ziekte, faalangst, verbroken relatie, geldzorgen, verliefdheid, deadlinestress, een hersenschudding. Waarschijnlijk is het een combinatie van verschillende factoren die het delicate schrijversbrein onder druk zetten.

Hoe ontstaat writer’s block in de hersenen?
Schrijversblok lijkt vooral een gevecht te zijn tussen het bewuste en het onbewuste brein. De hersenen kun je zien als een fabriek waarbij verschillende, met elkaar oncurrerende afdelingen om controle vragen. Het ene gedeelte houdt de energiehuishouding in de gaten. Een ander gedeelte scant de omgeving op eventuele gevaren en misstanden. Enzovoorts. We kunnen ons op elk moment slechts van een klein deel bewust zijn van wat er allemaal in ons eigen brein omgaat. Ons onderbewustzijn bepaalt heel autoritair welke prikkels voorrang krijgen en aandacht verdienen van het bewustzijn. Oude hersengebieden zijn hierbij veel dominanter dan de nieuwe. Vooral stress en angst maken dat evolutionair oude primitieve hersengebieden (vooral de hersenstam) gaan heersen ten koste van meer beschaafde delen zoals de hersenschors, waar taal en mooie gedachten geproduceerd worden.

Sceptici die writer’s block een watjesprobleem van intellectuelen vinden onderschatten het probleem. Bij de meeste beroepen kun je, wanneer je psychisch onder druk staat, prima terugvallen op ingesleten routines en automatismen. Hierom hebben buschauffeurs geen driver’s block en chef koks geen cooking block. De schrijver is helaas afhankelijk van een creatieve bui waarbij zowel het bewuste als het onderbewuste brein enigszins met elkaar in harmonie zijn.

Hieronder een paar algemene tips om de schrijversblok op te heffen:

Eerst administratie doen en afwassen, dan schrijven
Therapeuten weten maar al te goed dat piekeren en tobben zelden leidt tot oplossingen. Het leidt integendeel tot meer piekeren en tobben. Nadenken over je probleem houdt het probleem vaak juist in stand. Vooral perfectionistische schrijvers kunnen zo gepreoccupeerd zijn met hun werk (of naderende deadline) dat ze soms de rest van hun leven negeren ten koste van het schrijven. Ze proberen zich soms uit alle macht op het schrijven te concentreren, terwijl hun onbewuste met andere dingen bezig is. Dat kan net zoiets zijn als klaarwakker in bed gaan liggen omdat je vindt dat je moet slapen. Dat werkt niet. Juist het onbewuste zorgt voor creatieve invalshoeken en flow. De schrijver kan maar beter gehoor geven aan het onderbewuste en even iets heel anders doen.

Omdat schrijven een uniek en individueel proces is, zijn een schrijversblok en de mogelijke oplossingen daarvoor dat ook. Er is geen vast recept om jouw onbewuste brein tot schrijven te zetten. Je kunt best wat anti-writer’s block-recepten uit het schrijvershandboek proberen, maar houd je daar niet aan vast. Wat voor jou werkt, hoeft niet voor een ander te werken. De ene persoon heeft baat bij een retraite in de natuur, de ander met korte stadstrip en meditatietraining, en weer een ander met het uit handen geven van zijn rommelige administratie die hem hoofdbrekens geeft. Oplossingen zijn synoniem met specifieke activiteiten die iemand helpen ontspannen, afleiding geven van mentale ruis en nieuwe inspiratie of perspectieven bieden.

In het geval van schrijversblok kan het helpen iets te doen dat eventuele achterliggende remmingen en zorgen kan opheffen. De administratie doen of de werkomgeving opruimen – veelal een struikelblok voor creatieve, zelfstandige schrijvers – geeft vaak direct verlichting van mentale achtergrondruis. Bij lichamelijke onrust kan het juist helpen eerst te sporten of te bewegen voordat je in rust (en goed doorbloed) achter je computer kunt zitten.

Maak korte metten met uitstelgedrag en begin gewoon
Het grote geheim om iets gedaan te krijgen is om het tot een automatisme te maken. Mensen zijn vaak lang bezig met nadenken over de verschillende mogelijkheden en het nemen van beslissingen. Noem het piekeren. Dat is uitputtend. Goede routines en rituelen stellen je in staat je energie te bewaren voor de taak zelf, in plaats van voor de beslissing. Terwijl jij piekert over hoe, wanneer, hoezo, waarom je iets moet doen had je in sommige gevallen al klaar kunnen zijn. Psychologen hebben daar een (wetenschappelijk effectief bewezen) truc voor. Begin gewoon toch aan een taak, en doe tenminste een minuut lang alsof je het de meeste interessante bezigheid van het universum vindt. Grote kans dat dat niet lukt, maar wel dat je (een deel van) de taak afkrijgt. In het geval van de schrijver kan dat betekenen dat hij gewoon begint op te schrijven wat er in hem opkomt zonder zichzelf te censureren en te wachten tot die briljante openingszin komt. De censuur, het schrappen en de briljante oneliners komen later wel weer.

Zorg dat je goed slaapt
Een goede nachtrust is nuttig voor bijna alles. het is het beste recept tegen een vermoeid brein dat met zichzelf in de knoop ligt. Ben je een slechte slaper? Probeer dat niet als een te groot probleem te zien (want daar ga je slecht door slapen), maar neem gewoonten rondom het slapen wel serieus.

Lach en wees gelukkig
In tegenstelling tot wat mensen vaak denken is ongelukkig zijn meestal niet een directe bron van inspiratie voor schrijvers. Wel indirect. Vaak is de meegemaakte ellende achteraf pas inspirerend, als het weer bergopwaarts gaat en er weer energie is om te schrijven. In een sombere of angstige stemming werken de hersenen minder goed. Stemming en een goed humeur blijken een succesrecept voor bijna alles: mensen vinden je aantrekkelijker, het verhoogt de productie en trekt succes aan. Optimistische verkopers verkopen 56 procent meer dan hun pessimistische collega’s, goedgeluimde artsen stellen betere diagnoses, blije studenten maken tentamens beter. Hoe kom je aan een goede stemming als je van nature een cynische zuurpruim bent. Niet te moeilijk denken, gewoon een potlood tussen je tanden doen en genieten van de kleine dingen.

Oplossen van achterliggende psychische problemen
In sommige gevallen liggen er serieuze psychische problemen ten grondslag aan de writer’s block. Een serieuze depressie, of burnout. Het niet goed zijn aangepast aan een nieuwe levensfase (scheiding, ziekte, dood van een dierbare). In dat geval kan het nuttig zijn eerst daaraan te werken en het schrijven tijdelijk op een tweede plan te zetten. Als de levensvreugde terugkeert, komt de inspiratie om te schrijven er vaak achteraan.

eKudos Nu Jij

Frisdrank vergroot kans op depressie, agressie en concentratieproblemen

Driewerf neen tegen frisdrank! Onderzoek naar de consumptie van suikerdrank frisdrank hangt samen met meer agressief gedrag, depressies en zelfmoordgedachten bij adolescenten. Dat was al eerder onderzocht.

Als volwassenen er last van ondervinden hoef je geen genie te zijn om te kunnen voorspellen dat het voor groeiende kinderen nog schadelijker is. Dat is precies wat deze nieuwe studie laat zien. De onderzoekers toonden aan dat frisdrankconsumptie tot meer agressie, concentratieproblemen en afkickverschijnselen leidt bij vijfjarigen. Kinderen die vier of meer drankjes per dag nemen, hebben ruim twee keer zo vaak de neiging om dingen van anderen kapot te maken, in vechtpartijen te belanden en mensen aan te vallen. Ook concentratieproblemen en vermijdingsgedrag komen vaker voor aldus het onderzoek in The Journal of Pediatrics.

Nog een reden nodig om die enorme frisdranksectie in de supermarkt straal voorbij te lopen? Mensen die dagelijks frisdrankjes wegklokken hebben verhoogde kans op vasculaire problemen, zoals een beroerte of hartaanval.

Je kunt blijkbaar beter koffie drinken. Liefst zonder suiker natuurlijk.

eKudos Nu Jij