Online daten (na je vijftigste): werkt dat echt?


Onlangs werd ik geïnterviewd voor het Plus magazine, het maandblad van voor vijftigplussers. Het verhaal is inmiddels ook online te vinden. Hieronder een paar fragmenten en de link naar het hele artikel:

Single en het zat om alleen te zijn? Zet je schroom opzij en schrijf je in bij een onlinedating- bureau. Voor velen is het de ideale manier om leuke mensen te ontmoeten die ook op zoek zijn naar een relatie. Hoe dat gaat vertelt deskundige Marcelino Lopez. Hij is psycholoog, auteur van het boek Liefde in tijden van Facebook en eigenaar van de gratis datingsite Relatieklik.

***
Wat zijn de voordelen van online daten?
“Voor mensen die romantisch zijn aangelegd, lijkt online daten veel te zakelijk. Ze dromen liever van een liefde op het eerste gezicht tijdens een ontmoeting in het park, of een mooie liefde die opbloeit tijdens een schildercursus. Toch heeft online daten echt veel voordelen.

***
Kun je flirten verleren?
“Als je jaren getrouwd bent geweest, kan flirten voelen als iets uit een heel ver verleden. Sommige mensen moeten het echt opnieuw leren. Flirten is natuurlijk spannend: je moet risico’s nemen als je iemand benadert en je kunt ook afgewezen worden. Maar als mensen eenmaal door de eerste barrière heen zijn, gaan de remmen los. Ik hoor heel vaak dat mensen die online daten, ook in het ‘echte leven’ veel meer open staan voor nieuwe contacten. Ze flirten ineens bij de bakker of in de sportschool. Soms ontstaat juist dan een nieuwe ­relatie, toch gewoon in de buurt.”

***
Wat zijn de meest gemaakte beginnersfouten?
“Achter het beeldscherm blijven! Dus te lang blijven chatten of mailen met iemand die je nog niet hebt ontmoet. Het komt voor dat mensen zelfs al verliefd worden door een spannende mailwisseling met intieme ontboezemingen. Dan kan een eerste ontmoeting echt een teleurstelling zijn. Spreek daarom zo snel mogelijk af. Een tweede veelgemaakte fout is om bij een eerste date te veel ‘uit te pakken’, bijvoorbeeld met een ­compleet diner of een lange wan­deling. Een kop koffie in een café, dat is eigenlijk de beste start. Dan krijg je al snel door wat voor vlees je in de kuip hebt. De derde fout is dat je te kritisch bent. Als je bij de eerste date twijfelt, geef die persoon dan gerust een tweede kans. Door zenuwen kan een persoon de eerste keer anders overkomen dan de tweede keer.”

***
Is online daten wel veilig?
“De meeste mensen op datingsites zijn gelukkig aardig en betrouwbaar. Toch kunnen er ook rotte appels in de mand zitten. Wees op je hoede als een match te mooi is om waar te zijn, bijvoorbeeld een fotomodelachtig uiterlijk en twintig jaar leeftijds­verschil, of als iemand te opdringerig is. Maak verder nooit geld over, al lijkt je date écht in geldnood te zitten. Geef je persoonlijke gegevens, zoals telefoonnummer, adres en mailadres, niet snel prijs. Maak voor het daten bijvoorbeeld een apart ­e-mailadres aan. Spreek de eerste keer af in een openbare gelegenheid en het liefst overdag. Blokkeer gerust de berichten van een vervelend persoon en meld het aan de datingsite als ­iemand zich misdraagt.”

Lees hier het hele interview.

Zoek je naar een geschikte datingsite? Neem eens kijkje op een van onze gratis datingsites Relatieklik of Knuz of kijk hier om meerdere datingsites met elkaar te vergelijken.

eKudos Nu Jij

De paradox van de leugen

Liegen is de nummer één levensstrategie die het leven van heel veel mensen oneindig compliceert. Deskundigen schatten dat zo’n 10 tot 30 procent van al onze communicatie bewust misleidend is. Zelfs tussen liefdespartners. De redenen liggen voor de hand: schaamte voorkomen, fouten maskeren, voordeeltjes halen of confrontaties vermijden om de harmonie te bewaren. De verleiding om te liegen ligt altijd op de loer.

Omdat we onszelf graag als ‘eerlijk en aardig’ zien, praten we onze oneerlijkheid meestal goed. ‘Ach, als de ander er niet achter komt, wie doen we er dan eigenlijk kwaad mee? De paradox is dat zelfs aartsleugenaars uitwisselingen van eerlijkheid meer waarderen dan communicatie waarin wordt gelogen. En dat is niet meer dan logisch. Een echte band bestaat bij de gratie van wederzijds vertrouwen en transparantie. Dat geeft een uitermate goed gevoel, meetbaar in de hersenen als het hormoon oxytocine. Er zijn weinig dingen die gelukkiger maken dan een connectie met een ander mens. Liegen saboteert dat gevoel. Als je je zoveel mogelijk aan de werkelijkheid houdt, hoef je niks te onthouden. Leugens daarentegen, hoe klein ze ook zijn, moet je keer op keer tegen ontmaskering beschermen. Daarom groeien ze en kunnen ze je leven ontsporen.

Hier lees je het uitgebreide artikel.

eKudos Nu Jij

Ondernemersergernis: waarom zijn reviews van webshops vaak positief en reviews van datingsites negatief?

Het is inmiddels een terugkerend ritueel. Na een gezamenlijke kitesurfsessie bespreek ik allerhande ergernissen met goede vriend en zakelijk partner Koen. Meestal op het terras van zijn strandhuis, onder het genot van een drankje en de ondergaande zon. Het werkt constructief en zuiverend om wereldse problemen in deze hemelse context te analyseren.

De afgelopen keer ging het over de onbetrouwbaarheid en impact van online recensies. Het is de frustratie van iedere ondernemer: iedereen kan een slechte recensie – hoe onterecht ook – op het internet plempen en de nadelige invloed voor de ondernemer kan groot zijn. Het internet vergeet niet!

Als ondernemer moet je constant op je hoede zijn. Als het gaat zoals de klant verwacht hoef je over het algemeen geen positieve recensie te verwachten, maar na één misstap krijg je geheid wel een negatieve. Een toprestaurant dat één keer een slecht doorbakken varkenshaasje voorschotelt heeft voorgoed een vernietigende recensie aan zijn broek hangen. Ook een persoonlijke vete kan als brandstof dienen voor een negatieve anonieme recensie over jouw onderneming. Zo ken ik een restaurateur die een rits slechte recensies kreeg, omdat een van zijn medewerkers het had uitgemaakt maken met haar (nogal agressieve) scharrel.

Koen is internetondernemer en concludeerde dat er een groot verschil zit tussen de recensies die hij krijgt over zijn webshops en die over onze datingsites. ‘De meeste recensies over de shops zijn positief, die over de datingsites negatief. En ik zie dezelfde tendens bij de concurrenten.’

‘Hoe kan dit?’ vroeg hij zich af. ‘Ik probeer op zowel op de webshop als de datingsites – die nota bene gratis zijn– dezelfde service en kwaliteit te bieden. Daar zou het dus niet aan mogen liggen.’

De meest gehoorde klacht op onze datingsite is niet dat mensen veel geld kwijt zijn voor een slechte of niet-functionerende website (want zowel Relatieklik als Knuz zijn gratis), maar dat ons ledenaanbod onaantrekkelijk, gering, slecht, ordinair of fake is.

Typische klachten zijn bijvoorbeeld:

‘Er valt hier niks te beleven. Wat een k*tsite.’
‘Mensen reageren helemaal niet. Wel heel veel spammers en fakers hier! Ook jullie flessen de boel!’
‘Ik heb alleen maar contact met opdringerige mannen en eikels! Wat een waardeloze site.’

Maar dit zijn – al zeggen we het zelf – vreemde argumenten, want er zijn genoeg leden actief (op beide sites tezamen zo’n 200.000 leden) van heel verschillend kaliber. Er zit echt van alles tussen. En veel daters doen er wél leuke contacten en dates op. En de fakers? Na een routinecheck of wanneer zij een spambericht versturen worden die direct verwijderd.

Terwijl de zon een felroze vuurbal werd, deelde Koen zijn conclusie: ‘Als je een product koopt via een webshop dan krijg je dat product ook. Het kan iets langer duren dan verwacht, in sommige gevallen valt het iets tegen, maar je krijgt waar voor je geld. Dat is niet het geval op een datingsites. Op een datingsite betaal je vaak om jezelf te promoten en je hebt geen enkele garantie dat je er ook maar iets voor terugkrijgt.’

Zoals je hier kunt lezen zijn online daters een heel selectief volkje dat aanvankelijk vooral let op afknappers voordat het bij het poeltje van overgeblevenen probeert een date te laten ontstaan. Iemand met slechte online datinggewoonten of een ‘onaantrekkelijk’ profiel heeft helaas weinig kans van slagen.

De kans dat iemand wordt teleurgesteld door een datingdienst is dus fundamenteel groter dan bij een webshop. Er is geen enkele garantie op succes, maar er zijn wel talloze manieren waarop iemand zichzelf kan diskwalificeren bij potentiele partners. Aan de statistieken kunnen wij zien hoeveel mensen zich bij ons uitschrijven omdat ze iemand hebben gevonden. Dat is best veel: zo’n 15%.

Kan het zijn dat het onvermogen en de teleurstelling van de ontevreden dater (die een slechte recensie plaatst) deels wordt geprojecteerd op de online datingdienst zelf? Verwart de dater zijn ‘gebrek aan succes’ of ‘persoonlijke teleurstelling’ met de zogenaamde ‘slechte kwaliteit van de datingsite’? Het lijkt ons best aannemelijk.

Een helemaal bevredigende oplossing voor dit probleem hebben Koen en ik niet kunnen bedenken. We hopen in elk geval dat de recensielezer zich de onbetrouwbaarheid van dit soort recensies beseft. Lang niet alle recensies zijn fair. Er is uiteraard een simpele manier om de recensie te testen: probeer het product zelf uit. Onze datingsites zijn in ieder geval gratis.

eKudos Nu Jij

Weggeswipet worden of niet? Pas op voor afknappers!

Het grote nadeel van online daten is natuurlijk dat je op basis van weinig en grotendeels gemanipuleerde informatie moet beslissen met wie je een date wilt. Dat geeft allereerst keuzeverlamming. Meer keuze betekent niet noodzakelijk meer liefde. Integendeel, hoe meer profielen, hoe oppervlakkiger daters blijken te selecteren, hoe eerder ze spijt en bindingsangst krijgen, en alsnog afhaken. Ten tweede is niet iedereen er goed in zichzelf interessant te maken en tussen de regels door te lezen wie er geschikt is.

Het eerste stadium van de date-fase is om zo snel mogelijk kaf van koren te scheiden. Net zoals jij niet iedereen een eerlijke kans geeft, zullen anderen dat andersom ook niet doen. Word jij vaak genegeerd? Misschien heb je nog wat te leren.

Onderzoek laat zien dat mensen aanvankelijk vooral letten op grote afknappers: ze zoeken naar redenen om iemand weg te klikken. Pas daarna onderzoeken ze het poeltje met overblijvers om te beslissen met wie ze echt contact willen.

De twee hamvragen die je moet beantwoorden om meer succes te hebben:
- Hoe weet je nou of je niet ook geschikte kandidaten weg klikt (alleen vanwege een verkeerde leeftijd, vage foto of saaie profieltekst)?
- Hoe zorg je ervoor dat jijzelf niet weg wordt geklikt door geschikte kandidaten (vanwege dezelfde redenen)?

Wat zijn die afknappers? Klik hier om verder te lezen.
Zelf online daten een kans geven? Kijk eens op onze gratis datingsite.

Bron: Khalid S Khan & Sameer Chaudhry An evidence-based approach to an ancient pursuit: systematic review on converting online contact into a first date

eKudos Nu Jij

Waarom is afwijzing zo pijnlijk?


Afwijzing is een groot ding voor de mens. In de hersenen activeert afwijzing dezelfde gebieden als wanneer je van je fiets valt. Het voelt (voor veel mensen) als fysieke pijn. Die pijn is een evolutionaire erfenis.

Hoewel ons leven drastisch veranderd is sinds onze voorouders millennialang als jager-verzamelaars in hertenvellen door de bossen zwierven, zijn onze lichamen en hersenen dat niet. Onze basisverlangens en angsten zijn hetzelfde. Vroeger betekende afwijzing en uitsluiting min of meer de doodstraf. Erbij horen was noodzaak, want in je eentje overleven was haast onmogelijk. Dat verklaart waarom veel mensen nu een bijna onevenredige sterke angst hebben voor afwijzing na een date, publieke blunders, openbare praatjes en waarom mensen stomme dingen doen als er genoeg sociale druk is.

Iemand afwijzen bijna net zo pijnlijk zijn als een afwijzing krijgen, vooral als je iemand aardig vindt. De verfijnde spiegelneuronen die de mens zo sociaal maken, geeft ze een goed inlevingsvermogen. En daarom kunnen mensen zich prima voorstellen hoe het voor hun tegenspeler voelt als ze die afwijzen. Ze voelen die afwijzing deels zelf.

Vooral in de liefde doet afwijzing pijn. Als een potentiële werknemer zijn stagiaire beter in het team vindt passen dan jij, dan kun je er vast wel mee leven. Maar als de persoon op wie je verliefd bent, jou meer als vriend(in) of gezellige kennis ziet, dan is dat een natuurramp.

Wat je tegen dat gevoel kunt doen? Helaas niet bijster veel, maar uit onderzoek (o.a. op onze datingsite Relatieklik) blijkt wel dat mensen eraan kunnen wennen. Niet voor niets wordt in sociale angst-cursussen en flirt-workshops de angst voor afwijzing aangepakt door die juist op te roepen. Na een paar afwijzingen op een belachelijk verzoek ‘Ik heb tickets voor een sm-beurs, ga je mee?’ dooft de angst wat uit. Juist een belachelijk verzoek waarbij een afwijzing te verwachten valt, maakt dat mensen het eerder durven vragen. Zo’n afwijzing voelt dan minder persoonlijk, vooral wanneer je merkt dat sommige tegenspelers toch leuk of grappig reageren en jij niet bent gestorven.

De grootse les? Afwijzing is behalve klote, ook een teken dat iets belangrijk voor jou is. Mensen die uit angst voor afwijzing zoveel mogelijk risico’s uit hun leven vermijden besparen zichzelf pijn op de korte termijn, maar reduceren daarmee hun leven tot wachtkamer. Terwijl ze fantaseren tot die bijzondere persoon op magische manier hun leven binnenwandelt… gebeurt er meestal niets interessants. Een leven zonder risico is doods.

eKudos Nu Jij

De liefdesparadox: waarom de liefde ons ontglipt

In onze hoofdstad is meer dan 40% van mensen tussen 25 en 40 vrijgezel. En dit betreft vaak lieve, leuke, aantrekkelijke, intelligente mensen die graag verkering zouden hebben en in een stad wonen met andere lieve, leuke, aantrekkelijke, intelligente mensen. Dat is de paradox

De moderne maatschappij biedt oneindige vrijheden en keuzemogelijkheden. En ons brein weet zich daar niet goed raad mee. Gek genoeg smoort precies die vrijheid liefde en levensgeluk in de kiem. Veel mensen blijven hangen in het datingproces zonder voor elkaar te kiezen.

Vroeger was de liefde een noodzakelijke en praktische aangelegenheid. Het huwelijk was de manier om seks te hebben. Seks gaf vaak kinderen. En kinderen gaven commitment. Scheiden was geen optie, tenzij je partner een gevaarlijke crimineel bleek.

Misschien was de traditionele parendans niet ideaal, maar mensen hadden niet de hele tijd het opgejaagde gevoel dat ze een betere partner of spannendere relatie moesten hebben. Het waren de beperkingen hielden die de liefde werkbaar maakten. Onze opa’s en oma’s waren bijna hun hele leven samen, nu scheidt de helft van alle stelletjes.

Anticonceptie, emancipatie en veranderde normen en waarden hebben de paringsdans onherkenbaar veranderd. Een relatie is geen noodzaak meer, het is slechts een instrument om je liefde te delen. Daarom hopen zoveel mogelijk behoeften te bevredigen met een en dezelfde partner. We fantaseren er op los, terwijl de werkelijkheid wat weerbarstiger is. Vaak tegen beter in hopen we op die ene partner die het allemaal (voldoende) heeft, en dat ook nog eens van jou vindt.

De grootste uitdaging is tegenwoordig om je niet gek te laten maken. En te waken voor perfectionisme en al te hoge eisen in de liefde. Het is broodnodig realistische verwachtingen te hebben. Wat dat betreft kunnen we leren van conservatieve culturen waar gearrangeerde huwelijken nog bon ton zijn. Ik zou nooit voor uithuwelijken willen pleiten, maar de cijfers zijn interessant. Het lijkt erop dat partners in gearrangeerde huwelijken gelukkiger met elkaar worden. Van een mager vijfje in het begin geven ze hun relatie in een later stadium een zeven. Bij ons is het andersom: we beginnen blij, gemiddeld met een zeventje, en eindigen met een vijf.

En toch, geef mij maar onze verworven vrijheden. We zullen alleen leren dealen met de schaduwkanten. Het is in ieder geval makkelijker dan ooit om met gelijkgestemde vrijgezellen in contact te komen. Zelfs als je met buikloop en een ontploft kapsel thuis ruftend op de bank zit kun je contact leggen via Facebook of een van de vele datingsites.

Online daten is geen tovermiddel, maar statistisch gezien vergroot je de kans aanzienlijk dat je iemand tegenkomt die bij je past. Als je wilt weten hoe je effectief kunt daten dan raad ik je dit artikel aan: do’s and dont’s van online daten volgens de wetenschap. En tot slot nog wat schaamteloze promotie voor als je daadwerkelijk het online dating-pad op gaat: neem bijvoorbeeld een kijkje op de gratis datingsite met relatietest die ik heb helpen opzetten.

eKudos Nu Jij

Ben je nog egoïstisch als je in de juiste relatie zit?


Woorden die beginnen met ‘ego’ worden meestal afgedaan als negatief. Ken jij iemand die graag ‘egoïst’, ‘egocentrisch’ of simpelweg ‘ego’ wordt genoemd? Behalve misschien een verdwaalde narcist? Op een oude enquete van onze datingsites Relatieklik en Knuz bleek dat mensen egoïsme de grootste afknapper in een partner vonden. Door die kwaaie bijklank zou je bijna vergeten dat egoïsme in een relatie niet alleen gewenst, maar zelfs broodnodig is.

Nergens wordt dat zo duidelijk als in bed. Zonder het vermogen je tijdelijk volledig op jezelf te concentreren en de ander te vergeten, is het lastig tot een orgasme te komen. Genieten is nu eenmaal vaak een egocentrische bezigheid. Zelfs als je het samen doet. De paradox van seks: door af en toe zonder schroom te nemen, wordt het een stuk makkelijker om daarna zonder voorbehoud te geven.

Wat in bed geldt, telt ook daarbuiten. Als één partner de ander alsmaar probeert te paaien of te sparen, wordt de relatie ofwel pijnlijk ongelijkwaardig ofwel dodelijk saai. In het eerste geval negeert iemand de eigen behoeften omwille van een partner die daar (misschien zonder het te weten) misbruik van maakt. In het tweede geval heb je twee mensen die zo weinig van elkaar eisen dat je je afvraagt of ze überhaupt nog iets wezenlijks met elkaar delen.

In duurzame relaties blijken partners behoorlijk egoïstisch te (kunnen en mogen) zijn. Relaties waarin geliefden hun eigen dingen blijven doen en daar de ruimte voor krijgen, houden langer stand dan relaties waarbij mensen elkaar beperken. Zolang beide partners maar het gevoel hebben dat het grote plaatje van hun relatie in balans is. Dit evenwicht hoeft niet half-half te zijn. Sommige mensen vinden géven nou eenmaal leuker dan némen.

Een goede dosis egoïsme maakt ook dat je eerder in een voor jou gezonde relatie belandt. Als iemand die conflictvermijdend is en tegelijkertijd veel ruimte en onafhankelijkheid nodig heeft, heb ik regelmatig klem gezeten in relaties waarin ik mij een totale egoïst voelde. Dat is mij ook vaak verweten. In sommige relaties lukte het me gewoon niet leuk mee te doen, hoeveel ik ook van haar hield. Shoppen, weekendjes welness, samen op de bank – omdat het niet van harte ging, hield ik daar op een gegeven gewoon mee op. Deze relaties eindigden soms in een spervuur van verwijten totdat een van ons de stekker eruit trok. Pas toen ik mijn behoeften niet meer verstopte om de vrouw in kwestie voor me te winnen – iets wat ik gek genoeg voorheen te egoïstisch zou vinden – werd veel sneller duidelijk met wie ik wel en niet in een duurzame relatie zou kunnen zitten. In de praktijk is dat een vrouw die voldoende op mij lijkt en mijn ‘egoïstische’ drang om regelmatig op mezelf te zijn gewoon begrijpt.

Als partners zich continu inhouden om elkaar niet te kwetsen, zit er iets niet goed. Voor buitenstaanders is het meestal makkelijker te bepalen wat er niet klopt dan voor de geliefden zelf. Deze mensen zijn vaak te emotioneel om te zien dat ze gewoon niet zo veel met elkaar gemeen hebben. Want voldoende op elkaar lijken – zo laat al het onderzoek zien – is wat relaties langdurig bevredigend maakt. Je begrijpt elkaar beter, communiceert makkelijker en je hebt meer voor elkaar over. Je-egoïstische-zelf kunnen zijn, is vaak de beste graadmeter om te bepalen of je in de juiste relatie zit. En wanneer dat zo is voelen de meeste egoïstische trekken niet als egoïsme, maar als gelijkwaardigheid. Met de juiste partner word je misschien nog een gever.

Deze column verscheen eerst in het gezondheidsmagazine GezondNu

eKudos Nu Jij

Niet jouw innerlijke stem, maar een intelligente app zal jou in de toekomst coachen

De unheimische belofte van kunstmatige intelligentie

Ik lijd regelmatig aan een zombie-achtige vorm van bewustzijnsvernauwing waarbij ik elk besef van tijd en ruimte verlies en de noden van mijn lichaam en omgeving verwaarloos. Het gaat hier niet om een hersenziekte of drugsverslaving, maar om een relatief nieuw fenomeen: het zwarte gat dat internet heet. Vooral ’s winters gaat het mis.

Urenlang wordt mijn aandacht opgeslokt door totaal irrelevante Twitter-discussies van mensen die ik nooit heb ontmoet of YouTube-getuigenissen van mensen die bekeerd zijn tot een onzinnige Hongaarse sekte waarvan de leider claimt een alien te zijn. Geen idee hoe ik daar verzeild raak. Een betere vraag zou zijn ‘hoe kom ik eruit?’ want hoe langer ik aan het digitale infuus vastzit, hoe minder daadkracht over blijft om mezelf los te rukken. Dat duivelse web weet steeds beter waar ik op zal klikken. Herkenbaar?

Ik verbaas me hoezeer mijn brein (en dus mijn hele identiteit) langzaam versmelt met die moderne technologie. We leven in een vreemde tijd en nog vreemder is dat we er allemaal zo aan gewend lijken. Neem internet. Dat is een uitvinding die alle trendwatchers uit de vijftiger jaren níet zagen aankomen. Ze zagen vliegende auto’s en schoonmakende robots, maar geen internet. Nu, een generatie later, kunnen we niet zonder.

Tegenwoordig hoef je je nooit meer eenzaam te voelen. Moederziel alleen, vanuit een hutje in de Russische Taiga kun je jezelf livestreamen op Facebook, twitteren met je favoriete tv-ster, facetimen met een oude vriend in Australië, een partner schaken via Tinder en meedoen aan een online pokerwedstrijd. Tegelijkertijd! Het world wide web heeft alles veranderd. Hoe we shoppen, werken, denken, communiceren, beslissingen maken, liefdesrelaties aangaan, vrije tijd doorbrengen, seks beleven, onszelf presenteren.

Maar de vooruitgang is ook op andere vlakken nauwelijks te bevatten. Sla het (wetenschappelijke) nieuws van de laatste tijd er maar eens op na. Dit zijn een aantal willekeurige kunstjes die mensen in de afgelopen paar jaar voor elkaar hebben gekregen:

Er bestaan inmiddels auto’s, vliegtuigen, robots en drones die zichzelf besturen. Er zijn algoritmes die muziek componeren, menselijke emoties lezen, ziektes diagnosticeren, artikelen schrijven en spelletjes spelen. Het is mogelijk levende organismen genetisch te veranderen en te klonen. Apen kunnen middels hun gedachten kunstmatige ledematen of elektronische apparaten besturen. Er zijn mensen die geïmplanteerde computerchips in hun vingers hebben waarmee ze de elektronica in huis bedienen. Het is mogelijk specifieke herinneringen in mensen aan- en uit te zetten. We kunnen via een scherm live meekijken naar de visuele ervaring van een kat. Artsen bereiden zich momenteel voor om de eerste hoofdtransplantatie uit te voeren.

Vanuit het perspectief van onze voorouders, die als duizenden jaren als jager-verzamelaar leefden, is dit pure tovenarij. Zij zouden denken dat de moderne mens goddelijke gaven heeft waarmee hij zowel de wereld als zichzelf onherkenbaar kan veranderen.

Geen mens heeft ooit succesvol de toekomst voorspeld (tenzij je dubbelzinnige vaagheden van glazenbol-lezers als Nostradamus serieus neemt), maar een ding is zeker: de Trein der Vooruitgang rijdt sneller rijdt dan ooit doordat een aantal revolutionaire technologieën – die elkaar versterken – langzamerhand tot bloei komen, zoals biotechnologie, nanotechnologie en kunstmatige intelligentie. Vooral kunstmatige intelligentie verandert in korte tijd hoe mensen doen, denken, voelen en beslissingen nemen. En dat zal vroeg en laat een revolutie ontketenen waarbij ons dagelijks leven er weer heel anders uit zal zien.

De volgende stap van deze interconnectiviteit? Ik voorspel dat we binnenkort niet meer luisteren naar onze eigen innerlijke stem of een deskundige van vlees en bloed, maar naar een app. Een zelflerend algoritme dat alles weg zal hebben van een heus orakel. Dit klinkt vast als het geratel van een sciencefiction-freak, tenzij je de volgende twee inzichten combineert: mensen óverschatten zichzelf en ónderschatten de potentie van kunstmatige intelligentie.

Als psycholoog weet ik dat mensen er extreem goed in zijn zichzelf voor de gek te houden. Elk mens wordt gekaapt door blinde vlekken, cognitieve dissonantie en tegenstrijdige verlangens. Hierom zeggen we vaak het één, voelen iets heel anders, en doen vervolgens nog iets anders. ‘Het is klaar met de sterke drank!’ ‘Vanaf nu elke week sporten.’ ‘Nooit meer seks met de ex.’ Ja, ja. Hoe graag we ook willen, echt rationeel zijn we niet. De meeste beslissingen verlopen onbewust en intuïtief. Vaak missen we essentiële informatie om echt goede beslissingen te nemen.

Een ‘intelligente’ app zou, als er voldoende data beschikbaar is, razendsnel door jouw zelfmisleiding heen prikken. Die data bestaat nu vooral uit jouw internetgedrag, maar het zal niet lang duren voordat ook jouw mentale en lichamelijke toestand op elk moment van de dag in kaart kan worden gebracht. Ons doen en laten wordt steeds beter meetbaar en technisch is het al mogelijk gezichtsexpressies, bloedwaarden, hartritme, stemming en zelfs zielenroerselen* af te lezen. En als al die data op een gegeven moment gekoppeld wordt in een intelligente app, dan kan een zelflerend algoritme jouw gedrag beter voorspellen en beïnvloeden dan jijzelf. Hier wordt momenteel volop mee geëxperimenteerd.

Zo’n algoritme koppelt vervolgens jouw persoonlijke data aan een monsterlijke database (van iedereen over de hele wereld), en houdt bij wanneer jij op het punt staat een slechte beslissing te nemen. Een prettige computerstem (eentje waar jij volgens de app het best op reageert) informeert jou dan:

‘Je kunt dat feestje beter skippen, want alles duidt erop dat je op het punt staat bijna griep te krijgen en volgende week heb je belangrijke dingen te doen. Je bloedwaarden laten zien dat je rustig aan moet doen. ’

‘Mmm, de film die je nu wilt zien is nu niet zo geschikt! Mensen in jouw huidige emotionele toestand konden raakte daar erg door van slag en konden er niet goed van slapen. Iets wat jij nu niet kunt gebruiken.’

‘Hmm, je bent extreem aangetrokken tot Janet en wilt het uitmaken met Lisa. Mijn prognose: de slagingskans met Janet is nihil, namelijk 7%. Afgaande op jouw liefdesverleden, dooft jouw interesse na drie keer seks uit en mis je die diepere connectie die je met Lisa hebt. Ik zou Lisa niet opgeven voor Janet: 94% kans dat je daar spijt van krijgt. Zie hier het hele rapport.’

Ik kan best een ‘stem’ gebruiken die mij waarschuwt wanneer ik weer in dat zwarte gat verdwijn. ‘Marcelino, alle data suggereert dat het efficiënter is om nu even offline te gaan. Je cortisolniveau is te hoog en je arme brein is overprikkeld. Doe anders een yogalesje bij Mia om vijf? Of ga wandelen: tot half zes blijft het droog.’

Jouw innerlijk stem zal in de toekomst mogelijk vervangen worden door een algoritme dat jou steeds beter leert ‘kennen’ en jou derhalve steeds beter (en overtuigender) leert adviseren op het gebied van geluk, liefde en gezondheid. En ondanks dat altijd mensen zijn die een groeiende weerstand zullen voelen tegen deze overname van kunstmatige intelligentie (net zoals mensen weerstand hadden tegen een smartphone) zullen er mensen langzaam toch mee versmelten er zich steeds afhankelijker voelen. Al is het maar omdat anderen die wél zo’n app gebruiken een grote voorsprong zullen hebben als het gaat om kennis, gezondheid en geluk.

Als je bent zoals de meeste mensen dan wil je het uiteraard direct weten als je een enge ziekte onder de leden ontwikkeld, op het punt staat voor een foute partner te kiezen of solliciteert op een baan die jou ongelukkig zal maken.

Of je wilt of niet, er komt een moment dat mensen bij het nemen van belangrijke beslissingen meer op een app zullen vertrouwen dan zichzelf. Want die kan behalve onze feilbare intuïtie, ook andere (voorheen onzichtbare) factoren in de beslissing meenemen.

Dit is vooralsnog sciencefiction. Net zoals jouw smartphone dat ooit was.

*Door middel van moderne breinscanners bijvoorbeeld kunnen we tegenwoordig steeds duidelijker zien wat er in ons brein gebeurt als wij angstig zijn, aan Angelina Jolie denken, een ijsje eten of een krantenbericht analyseren. En hoe meer grip we krijgen over de link tussen wat er in brein, lichaam en buitenwereld gebeurt, hoe meer we het zullen kunnen beïnvloeden.

eKudos Nu Jij

De oneerlijke welles-nietesdiscussie: vooroordeel versus goed geïnformeerde mening

Of het nou om een tv-debat of familieruzie gaat, een discussie is onbevredigend, en kan blijvende relatieschade opleveren, als twee mensen NIET over hetzelfde praten. Als ik het wil hebben over de geluidsoverlast die jij veroorzaakt en jij blijft herhalen dat ik gewoon last heb van een slechte muzieksmaak… dan wordt dat een onoplosbare burenruzie.

‘Kan die muziek alsjeblieft wat zachter: ik heb er last van.’
‘Nee echt, je hebt last van een slechte muzieksmaak. Als je het nog een maand aanhoort dan zul je het echt waarderen.’
‘Dat wil ik helemaal niet. Ik wil rustig een boek lezen na tienen.’
‘Dat zeg je alleen maar omdat je niet openstaat voor mijn muziek. Je bent een muzikale xenofoob.’

Dit langs elkaar heen praten is niet altijd meteen duidelijk. Vaak genoeg lijkt het voor de leek alsof twee partijen een redelijke en gelijkwaardige, maar onverenigbare, mening verkondigen. Dit is helaas niet altijd het geval.

Soms (zoals in mijn laatste discussie) heeft de één een onzinnige mening gebaseerd op niets anders dan een onderbuikgevoel en de ander een mening gestoeld op goede argumenten en relevante feiten. Eerlijk debatteren en kunnen toegeven wat je wel en niet weet is noodzakelijk als je tot elkaar wilt komen. Daarom is het goed deze drogredenen te kennen en te vermijden.

Iemand die ze goed kent, zal zich waarschijnlijk niet tot de tenenkrommende discussie verlagen waarin ik gisteren terecht kwam. Het ging over een openbaar debat, dus ik kon er niet zomaar uitstappen. Het was gekmakend. Ik zal hem formulematig uitschrijven, zodat het nog duidelijker zichtbaar wordt wat hier mis gaat. Misschien leer je er iets van.

De ander: ‘Ik vind ZUS van X.’
Ik: Aha, ik begrijp dat je ZUS vindt, maar toevallig heb ik X bestudeerd en de feiten lijken toch echt ZO te zijn.
DA: ‘Maar dat is jouw mening die jij nu heel stellig als een waarheid verkoopt.’
Ik: ‘Nou, ik had ook graag ZUS gevonden, maar nu ik X vanuit verschillende perspectieven heb onderzocht, lijkt het toch echt ZO te zijn. Onderzoek A, B en C bijvoorbeeld zeggen dat het ZO zit en niet ZUS.’
DA: ‘Ja, jij zegt dat wel, maar als ik eerlijk ben, vertrouw ik jouw feiten niet helemaal. Wie ben jij nu helemaal? Ik heb andere feiten gehoord.’
Ik: ‘Ik vind die kritische houding juist prima! Ik heb verschillende bronnen en onderzoeken die ik je kan toesturen en die jij allemaal kunt natrekken. Als je wilt kunnen we het daarover hebben?’
DA: ‘Sorry, ik neem dat niet zo van je aan. Statistiek is ook maar spelen met cijfertjes. En ik heb bovendien zelf meegemaakt dat het ZUS was. En veel mensen om me heen hebben diezelfde ervaring.’
IK: ‘Ja, dat snap ik. Ik heb zelf ook ZUS meegemaakt, maar jouw en mijn persoonlijke kijk zijn per definitie beperkt en bevooroordeeld. Daarom is onafhankelijk statistisch onderzoek zo nuttig… om het grote plaatje in beeld te krijgen. Want die klopt soms niet met wat een individu vanuit zijn kleine bubbel waarneemt. En al die onderzoeken naar X laten dus niet ZUS zien, maar ZO.’
DA: ‘Ja, jij probeert punten te scoren en je gelijk halen, maar ik ken die feiten die jij noemt niet. En sorry dat ik het zeg, maar ik ben allergisch voor dat betweterige toontje van je. Dat roept weerstand op.’
Ik: ‘Ja, ook dat begrijp ik, maar dat is niet relevant voor WAT ik zeg. We hebben het erover of X nu ZUS of ZO is. Ik kom met argumenten en feiten, en daar reageer je nu niet op. En langzamerhand wordt mijn toon inderdaad ongeduldig.’
DA: ‘Ja inderdaad, dit wordt een saaie eenzijdige monoloog waarin jij gelijk probeert af te dwingen. Je drukt me in een hoek. Dat doen fascisten zoals Wilders dus ook.’

(Ik raap ondertussen mijn gevallen onderkaak van de grond. )

Ik: ‘Eh… een fascist? Wilders? Wat heeft dat hier mee te maken. Ja, ik reageer inderdaad kribbig en ik herhaal mezelf, maar nogmaals, mijn toon is verder NIET relevant voor de hamvraag in deze discussie. De vraag is en blijft nog steeds: is X nu ZUS of ZO?’
DA: ‘Tja, en ik voel duidelijk dat het ZUS is en jij hebt het over statistische feitjes die ik niet ken. Dit is dus geen eerlijke discussie. Je wilt gelijk hebben en ik wil jou dat niet geven, en daar kan jij niet tegen. Dat is wat hier aan de hand is.’
Ik; ‘Nee, ik hoef echt niet per se gelijk te hebben, maar ik wil wél een eerlijke discussie, waardoor het nu eens echt over de inhoud gaat en jij reageert op WAT ik zeg, en niet op HOE ik het zeg.’
DA: ‘Sorry, maar zo werkt dat niet voor mij. Ik neem die feiten gewoon niet zomaar aan. Ik ken ze niet en jij probeert ze aan me op te dringen. Daar hou ik niet van. Ik heb het gevoel dat ik niet met je oneens mag zijn. Je laat me niet in mijn waarde.’
Ik: ‘Ik laat je wel in je waarde, maar ik vraag je op op de inhoud te reageren, en nu blijf je jammeren over mijn betweterige toon. Ik word moedeloos: kunnen we ermee ophouden?’
DA: ‘Ook dat nog: op het moment dat het moeilijk wordt, wil je er mee ophouden. Dat laat in ieder geval zien hoe zeker je van je zaak bent…’
Ik: ‘…’

Zo’n discussie kan eindeloos doorgaan, totdat een van beide wijselijk de stekker eruit trekt. Wat wel blijft hangen is een onbevredigend rotgevoel en een hartgrondige hekel aan elkaar. Als je vijanden wilt, moet je vooral discussiëren zoals mijn tegenstander deed. Hecht je aan zowel een eerlijke discussie als een goede relatie dan kun je het beter zo doen:

De ander: ‘Ik vind ZUS van X.’
Ik: Ik begrijp dat je ZUS vindt, maar ik heb allerlei bronnen en onderzoeken bestudeerd die jij allemaal kunt natrekken. We kunnen het over die bronnen hebben?’
DA: ‘Goed, dat moet ik nu maar van je aannemen dan. Stuur die bronnen maar op dan hebben we het er volgende keer over. Misschien klopt mijn gevoel niet met de feiten.’
Ik: ‘Prima, dan kunnen we nu naar het volgende onderwerp.’

Meer lezen? Lees ook dit artikel: Wetenschap is niet zomaar een geloof of mening.

eKudos Nu Jij

Maakt passief Facebook-gebruik ongelukkig?


Het is vast geen verrassing meer
, maar sociale media hebben hun weerslag op de gemoedstoestand. En niet per se positief. Veel mensen gebruiken Facebook op een voyeuristische manier, waarbij ze niet interacteren met anderen maar slechts passief kijken hoe anderen hun ‘leven’ op Facebook delen. De kans is dan groot dat je stemming er slechter wordt dan beter, suggereert onderzoek van de Universiteit van Kopenhagen. Als Facebook-gebruik niet samengaat met interactie op de site dan creëert dat eerder gevoelens van jaloezie en afgunst. Of ergernis. Het geeft je het gevoel dat je een eenzame buitenstaander aan de zijlijn bent die niet echt meedoet. En wie vindt dat nou leuk?

Mijn conclusie: gebruik Facebook vooral om te connecten met mensen. Misschien wel om af te spreken in de echte wereld?

Meer lezen?
Maken sociale media ons eenzaam en ongelukkig?
De narcistische akeligheid op Facebook verklaard

eKudos Nu Jij