Category: Geluk & gezondheid

Het wiel uitvinden, elke dag opnieuw

Ongeveer 5.500 jaar geleden werd het wiel uitgevonden. Je zou dat (enigszins willekeurig) het begin van de moderne beschaving kunnen noemen. Zeker, de eerste steenbijl werd zo’n tweeënhalf miljoen jaar geleden al gemaakt, maar daarmee kon je vooral noten en schedels kraken. Dat kan de gemiddelde chimpansee ook. En ja, de domesticatie van dieren en planten was ook al langer gaande. Net als fikkie stoken, visjes bakken enzo. Leuk voor de gemiddelde survivalfreak, maar een heuse maatschappij bouw je daar nog niet mee. Het wiel bracht de menselijke beschaving echt in een versnelling. Transport over land, weefgetouw, pottenbakken, uurwerken, boekdrukkunst, windmolens, straalvliegtuigen. The sky was the limit, begrijp je wel?

Het wiel uitvinden was een mijlpaal voor de mens. Het valt gemakkelijk te begrijpen hoe het gooien van een steen evolueert tot het werpen van een speer. En het samenvoegen van een paar drijvende boomstammen tot het maken van een fraai vlot. Eén plus één is twee. Voor het wiel was meer nodig: een potje serieus out-of-the-box-denken. Het wiel komt namelijk niet als zodanig in de natuur voor. Het was een slimme mensaap die voor het eerst een draaischijf om zijn eigen as wist te wentelen. Een anonieme held die ons met zijn uitvinding veel nieuwe mogelijkheden en bewegingsvrijheid verschafte.

Je zou misschien verwachten dat de lastige stap naar het eerste wiel al snel gevolgd zou worden door de stap naar een fiets. Maar nee. Pas na duizenden jaren experimenteren (met verschillende toepassingen van het wiel), knutselde de Fransman Pierre Michaux in 1868 de velocipede in elkaar. De fiets zoals wij die kennen, een tweewieler met kettingaandrijving en pedalen, bestaat pas anderhalve eeuw. Ter vergelijk: de stoomtrein en de camera bestonden toen al meer dan een halve eeuw.

Het is niet zo verbazingwekkend dat de stap van wiel naar fiets zo lang duurde. Een fiets heeft weinig (evolutionaire) noodzaak. Aan een hooikar of ploeg hebben we meer. De fiets is een hobby-projectje, geen nuttig instrument dat de overleving van onze soort garandeert. En een hobby hebben – zoals fietsen – is een luxeding. Iets van verwaande, moderne mensen zoals jij en ik.

Maar vergis je niet. Het is tegenwoordig heel nuttig je hobby serieus te nemen. Misschien niet zo serieus dat je je lichaam volspuit met Armstrongetjes enzo, maar wel zo serieus dat je er voldoende plezier, mentale rust en gezondheid voor terug krijgt. In de opgefokte mensenjungle van nu is een fijne hobby bijzonder nuttig om de waan van de dag aan te kunnen. Of eraan te kunnen ontsnappen. Heb je een klotebaas? Vervelende partner? Stress van de deadline? Teveel gegeten? Internetverslaafd? Depressief door de AEX? Last van piekeren? Eenzijdig verliefd op de buurvrouw? Actualiteitenmoe?

Twee wielen verbonden door een frame, een ketting en twee pedalen. En keihard trappen maar. Elke dag weer, op een van de leukste uitvindingen ooit.

Deze column verscheen in Wielrenblad.

eKudos Nu Jij

Gewetensvraag: mag je stiekem de telefoon en mail van je partner checken?

Uit recent Amerikaans onderzoek is gebleken dat maar liefst 37% van de vrouwen het oké vindt om, bij twijfels over de loyaliteit van hun partner, de mail en telefoon van hun vent te checken. Een journaliste van een vrouwenblad vroeg zich af wat ik ervan vond. ‘En, wat vind je ervan?’

Hmmm, lastig. Als je je partner niet vertrouwt is het inderdaad het gemakkelijkst een confrontatie of gesprek hierover te vermijden en stiekem te checken wat deze allemaal in zijn/haar ‘vrije’ tijd doet. Misschien is het op korte termijn ook wel de meest effectieve manier om je partner te testen, maar of het de beste is?

Het probleem: zelfs als je nu niks verdachts ziet, ben je waarschijnlijk maar tijdelijk gerustgesteld. Een paar dagen, weken of maanden later doe je al snel weer hetzelfde. Doet de partner wat afstandelijk? Werkt hij of zij wat vaker over? Iets teveel likes op de Facebook-pagina van een collega? De drempel wordt lager om stiekem even te checken. Dit soort dingen kunnen zelfs een beetje verslavend zijn, en op een gegeven moment zijn de rollen misschien wel omgedraaid: misschien is hij wel te vertrouwen, maar jij blijkbaar niet.

De kans bestaat bovendien dat de argwanende partner altijd wel iets vindt wat niet bevalt. Een iets te slijmerig mailtje naar een collega, een dubieuze koffieafspraak met een voor jou onbekende, een spam-mailtje van een datingsite. Wie hard zoekt, kan altijd iets vinden. Vooral als je wat obsessief of jaloers van aard bent kun je hierin makkelijk doordraven. En in plaats van de relatie juist te verbeteren, door eerlijk te zijn en te communiceren, zie je de partner steeds meer als onderzoeksobject. Dat vergroot de intimiteit en het vertrouwen uiteraard niet.

In een relatie testen en evalueren we onze partners sowieso. Daar ontkomen we niet aan. Verzorgt mijn partner mij als ik ziek ben? Doet hij of zij extra moeite voor me als ik ongesteld en chagrijnig ben? Luistert mijn partner als ik echt ergens mee zit? Onze dagelijkse leven zit vol met dat soort kleine evaluatiemomentjes. Als deze vaak negatief uitvallen en de kloof met onze partner groter wordt, zit er blijkbaar iets niet goed in de relatie. Het kan aan jou liggen. Partners reageren (bewust en onbewust) nou eenmaal niet zo goed op wantrouwen, controledwang of stiekeme verwijten van partners. Het kan ook aan je partner liggen. Een partner die zich vreemd, anders, verdacht of stiekem gedraagt en jou niet kan gerust stellen als jij erover begint kan verwachten dat jij dan maar als een detective bewijzen zal verzamelen. Binnendringen in de privésfeer van je partner zie ik als signaal om de relatie ofwel te beindigen of een drastische nieuwe start te geven.

In de meeste gevallen ervaren partners het liegen van hun partner als een groter probleem dan hun vreemdgaan. Probeer daarom je partner altijd eerst een kans te geven om zelf over de brug te komen. Daarmee vergroot je de kans dat het alsnog goed komt tussen jullie.

eKudos Nu Jij

Hoe gevaarlijk is porno kijken?

Porno is een gevoelig onderwerp. Veel mensen kijken er naar, bijna evenveel mensen zwijgen erover. Veel mensen weten niet eens dat hun partner zich er weleens aan verlustigt. Die doet het stiekem. Bang te worden weggezet als een slechte partner, onvolwassen masturbatiejunkie of potentiële seksdelinquent?

De weerstand tegen porno (en tegen seksualisering van de maatschappij in het algemeen) is begrijpelijk. De grootste angst is dat het een cultuur creëert die vrouwen als objecten ziet en daardoor gezonde menselijke relaties schaadt. Veel mensen vrezen dat porno kijken (al dan niet rechtstreeks) agressie tegen vrouwen en seksueel misbruik stimuleert. Als dat zo is dan is het pornoverbod waar EU-politici over praten een goede zaak.

Hoewel nog veel onduidelijk is over de lange termijn-effecten van porno kijken en exacte cijfers over taboe-onderwerpen soms dubieus zijn (zijn mensen er wel eerlijk over?) werpt the Porn Report licht op de zaak. Enkele statistieken uit dit overzicht van porno-onderzoek: zes op tien mannen met een partner is minimaal eens per maand met porno bezig tegenover twee op tien vrouwen. Bijna één op de drie stellen kijkt weleens samen. Mannen (81 %) hebben er minder moeite mee als hun partner porno kijkt dan vrouwen (63 %). (Nog wat cijfertjes van Psychologie Magazine hier.)

Los van misstanden in de industrie zelf* heeft de anti-porno-beweging hoofdzakelijk twee bezwaren tegen porno kijken. 1. Porno is verslavend en daardoor schadelijk voor de kijker. 2. Porno leidt tot objectificatie van mensen en verlaagt daardoor de drempel om anderen een potje seksueel te molesteren.

Leidt porno kijken tot een verslaving?
Allereerst, alles wat het brein fijn vindt, zoals ijsjes, seks, complimenten, aandacht en sport kan leiden tot een drang. Je brein onthoudt die fijne momenten en wil het nog eens meemaken, en nog eens. Morgen wil je weer een ijsje enzovoorts. Je kunt het woord verslaving al snel in de mond nemen, maar een echte verslaving is niet niks. Er zijn veel mensen verslaafd aan drugs, gokken of alcohol, maar slechts weinig mensen functioneren slecht omdat ze de hele dag door worden lastig gevallen door een drang porno te kijken of seks te hebben. Een belangrijk criterium om iets ‘verslaving’ te noemen is als het je dagelijks leven dusdanig belemmert dat je erdoor in de problemen komt. Wat betreft porno kijken: er zijn geen fysieke afkickverschijnselen, je hoeft je niet in de schulden te werken, je hoeft geen halsbrekende of tijdrovende toeren uit te halen om aan je dagelijkse dosis te komen.

Wat zeggen de verslavingexperts? Seks- en pornoverslaving staat ter discussie als echte verslaving. Het is in elk geval niet opgenomen in de DSM IV (Officiële psychische stoornissenbijbel), maar wordt door afkickklinieken voor het gemak wel als zodanig erkend.

De meeste kijkers doen het af en toe, in afwisselende intensiteit. Vaker in perioden waarin ze single zijn en seks niet voorhanden is. En er is weinig reden aan te nemen dat ze een groot risico lopen om verslaafd te raken. Volgens the Porn Report vertoont minder dan een half procent van pornokijkers verslavingsgedrag. De verslaving wordt volgens de onderzoekers niet zozeer door het erotisch videomateriaal veroorzaakt als wel door andere factoren in iemands persoonlijkheid. Pornoverslaving komt een stuk minder voor dan moraalridders soms suggereren.

Maakt porno kijken de maatschappij mensonterender? Neemt geweld tegen vrouwen daardoor toe?
Je zou om verschillende redenen** kunnen denken dat porno kijken verruwt. Mensen die veel porno kijken klagen bijvoorbeeld over gewenning en hebben steeds nieuwe en hardere prikkels nodig om opgewonden te worden. Videos van onpersoonlijke seks, sm en verkrachtingen zijn niet voor niks bij veel pornokijkers in trek. De hamvraag is: vertaalt dit virtuele dubbelleven zich (al dan niet subtiel) naar de werkelijkheid van alledag? Trek je eerder iemand onvrijwillig het kopieerhok in wanneer je veel naar porno kijkt? Ook dit lijkt niet zo te zijn. Er zijn eerder aanwijzingen dat het andersom is. De meest plausibele verklaring is dat de pornokijkers over het algemeen wat progressiever, geëmancipeerder en liberaler zijn dan niet-kijkers. Ze hebben mogelijk een vrijere kijk op seks en liefde. Dat maakt ze niet amoreel, obsessief of gevaarlijk.

Ook is er geen bewijs dat geweld tegen vrouwen en verkrachtingen toeneemt sinds porno voor iedereen via internet vrij verkrijgbaar is. Zoals dit artikel op Psychology Today laat zien zijn de cijfers juist afgenomen. De auteur oppert (enigszins laconiek en onwetenschappelijk) dat internetporno mogelijk eerder leidt tot masturbatie dan seksueel misbruik. Mannen die porno kijken doen dat meestal om te masturberen en niet om zichzelf op te fokken een slachtoffer te zoeken. Er is weinig zo sloom en lusteloos als een man die net is klaargekomen. Direct na een ejaculatie daalt de hoeveelheid testosteron (hormoon dat een rol bij agressief gedrag) in het mannenlichaam en neemt het knuffelhormoon oxitocine toe.

De onderzoekers denken niet dat porno mensen verhardt of leert om anderen te objectificeren: “Mensen kijken op voorhand al met bepaalde normen en waarden naar porno. Mannen die vrouwen als objecten zien die ze voor hun eigen plezier kunnen gebruiken voelen zich bekrachtigd als ze porno zien. Andere mannen zien veel liever beelden waarin vrouwen juist een leidende rol spelen.” Deze bevindingen kloppen met onderzoeken die laten zien dat empathie en inlevingsvermogen voor een groot gedeelte genetisch bepaald zijn. De meeste mensen zijn behept met voldoende actieve spiegelneuronen en kunnen persoonlijke seksfantasieën prima van de realiteit scheiden. Ze hebben een ingeboren rem om anderen niet zomaar te molesteren of pijn te doen. De mensen die die deze morele rem niet hebben zijn sowieso een gevaar, of ze nu naar porno kijken of niet. Datzelfde geldt voor het spelen van nare computerspelletjes. Er is geen enkel bewijs dat mensen daardoor meer de neiging krijgen hun medemensen in het echt neer te maaien.)

Wanneer is porno wel een probleem?
Als je alleen nog maar opgewonden kunt worden van pornoseks en daardoor je partner niet aanraakt, of als je partner seksueel niet (meer) aantrekkelijk vindt en daardoor je toevlucht neemt tot porno kijken. Hoewel een liefdesrelatie uit veel facetten bestaat is het seksuele aspect datgene wat een partnerrelatie onderscheidt van een vriendschap. Meestal. Jezelf dagelijks suf masturberen achter een beeldscherm is over het algemeen niet de allerbeste strategie voor een florissant liefdes- of seksleven. Een (tijdelijk) pornodieet kan seks met een echte partner intenser maken. Hopelijk leer je hoe de seks met je partner beter, leuker, fijner, geiler wordt. Het kan zijn dat je dan wel over bepaalde dingen moet leren praten. Veel stelletjes vermijden uit gewoonte of ongemak eerlijke sekspraat en weten soms van elkaar niet wat ze fijn vinden. Porno kijken kan een makkelijke uitvlucht zijn als je systematisch een lastig gesprek over seks uit de weg wilt gaan.

Riskanter dan porno kijken zelf is het schuldgevoel en de zelfhaat die het bij sommige mensen oproept. Je kunt je zeker vraagtekens zetten bij porno, maar het veroordelen van lust en seksuele fantasieën maakt mensen over het algemeen niet geestelijk gezonder of liefhebbender. De mensen die het meest door seksuele obsessies in de wurgreep worden gehouden zijn de mensen die deze het sterkst veroordelen. Je kunt al raden dat de kerk hier vaak van oudsher een grote rol in speelt. De meeste slachtoffers van seksueel misbruik en vrouwenhaters worden nog steeds door religie gemaakt.

Update 22-04-2016: Ik las eergisteren een verontrustend artikel van twee Amerikaanse psychologen over wat porno met het mannenbrein doet, vooral dat van opgroeiende pubers. Dat is niet mals.

* Hopelijk onnodig te melden, maar ik ontken geenszins de uitbuiting van vrouwen, homo’s en kinderen die blijkbaar op grote schaal plaatsvindt. Dat moet keihard aangepakt worden. Niemand zou slachtoffer moeten zijn van de seksindustrie.)

eKudos Nu Jij

Relatieverslaving: bestaat dat? En zo ja, hoe kom je ervan af?

Je kunt een verslaving of obsessie zien als een uit de hand gelopen hobby. Wat ooit onschuldig begon, als een handzame activiteit die voor ontspanning en genot zorgde, groeide langzaam uit tot een monster, groter dan jezelf. Een obsessie of verslaving heeft als belangrijk kenmerk dat je het niet kunt laten, zelfs al weet je dat het slecht voor je is. Waarschijnlijk heb je al vaker geprobeerd het ‘beest’ te temmen, maar hoe meer je je best deed hoe moeilijker het werd, en hoe machtelozer je je voelde.

Volgens verslavingsdeskundige Patrick Carnes komt een relatieverslaving veel vaker voor dan je zou denken. Eén op de twaalf mensen heeft er volgens hem last van: het gevoel niet zonder de partner te kunnen, zelfs (of juist) als het een slechte betreft. Een verslaving aan verdovende middelen is makkelijker te herkennen omdat die niet lichaamseigen zijn. We hebben ze ook niet nodig. Maar biologisch gezien zijn we er in zekere zin op gebouwd om verslaafd te zijn aan liefde en seks. Onze behoefte daaraan kan de basis zijn van alle verslavingen. Het zijn de geëvolueerde breinstructuren die ons liefdesleven in banen moeten leiden waarop alle an- dere verslavingen kunnen bouwen. Verliefdheid laat in de hersenen dezelfde sporen na als een cocaïneverslaving, en afwijzing en verlating veroorzaakt dezelfde pijn als cold turkey afkicken.

De grens tussen relatieverslaving en een gezonde hechting is niet altijd duidelijk, maar lang of meerdere malen blijven hangen in een zure of slechte relatie is een slecht teken. Een nuttige vuistregel om patronen (zoals een slechte gewoonte) te leren herkennen, afkomstig uit een leerboek over systeemtheorie: ‘Een keer is een incident, twee keer is verdacht, drie keer is een patroon.’ De meesten van ons hebben waarschijnlijk weleens klem gezeten in een nare relatie, die we vervolgens met veel bloed, zweet en tranen achter ons hebben kunnen laten. Een relatie waarvan we achteraf zeggen: ‘Dat was eens, maar nooit meer, ik heb geleerd.’ Vaak gebeurde het dan toch nog een keer zodat we aan die uitspraak werden herinnerd, maar daarna zat de boodschap er waarschijnlijk wel ingehamerd.

Er zijn echter mensen die het niet lukt te leren van de pijn en die keer op keer in dezelfde destructieve relaties blijven hangen: dan kun je inderdaad spreken van een verslaving. Net als aan sigaretten, drugs, alcohol of gokken kun je denken dat het drama en de pijn van een slechte relatie nou eenmaal bij je hoort.

Een belangrijker vraag is natuurlijk: wat is de circulaire mechaniek van deze verslaving? Kun je ervan afkomen? En, zoals een vriendin vaak zegt: ‘Kan ik ooit vallen op mannen die mijn leven niet tot een hel zullen maken? Het is me nog niet gelukt.’

Er is een bekend onderzoek met muizen dat inzicht geeft in verslavingen van onze eigen soort. De muizen waren onderverdeeld in drie groepen. Alle muizen leerden aan een belletje te trekken doordat ze voedsel kregen als het lukte. In groep één werden de muizen daarna altijd beloond met voedsel als zij aan het belletje trokken, in groep twee kregen ze nooit meer voer en groep drie af en toe. Wat was het effect op de persoonlijkheid van de muizen? De muizen uit de eerste groep waren het meest relaxt, zij wisten te allen tijde dat ze aan voedsel konden komen wanneer ze honger kregen. De tweede groep muizen werd depressief, stilletjes en hulpeloos. Alle vreugde en levenskracht was eruit. Logisch, zij leken geen enkele invloed te hebben op hun omstandigheden. De laatste groep werkte het hardst en had de meeste stresshormonen. Deze muizen wisten nooit wanneer ze weer beloond zouden worden en bleven daardoor koortsachtig aan het belletje trekken. Zij vertoonden kenmerken van dwangmatig verslavingsgedrag. Hun leven bestond uit een obsessie met een belletje en de hoop dat dat voedsel tevoorschijn zou toveren.

Enthousiaste casinogangers zullen zich moeiteloos in deze muizen herkennen. Zij raken het meest verslaafd omdat zij slechts af en toe de jackpot winnen. En hoe langer dat niet gebeurt, hoe meer zij willen dat het weer een keer raak is. De druk neemt toe en er is maar één verlossing: de jackpot. Dat ze zichzelf ondertussen in de rode cijfers werken en hun werk en hun partner verwaarlozen is van ondergeschikt belang. Een verslaving is een machtig ding.
Veel slechte maar gepassioneerde relaties zijn vergelijkbaar met een gokkast: je weet niet wanneer het weer eens raak is, en dat houdt je – vrij letterlijk – geboeid. Dit is ook de aantrekkingskracht van foute mannen en femmes fatales, zoals elders in dit boek te lezen valt. Relaties met moeilijke, heftige of foute mensen houden ons in de greep wanneer de vele dieptepunten om de zo veel tijd worden afgewisseld met een hoogtepunt. De dieptepunten geven het gevoel van een extatische climax als het een keer weer wel leuk is. En dat hoogtepunt zorgt ervoor dat je de dieptepunten weer aankunt, en dat je opnieuw bereid bent al die ellende te doorstaan, op naar het volgende hoogtepunt.

Verslavingsgevoeligheid is voor een groot deel erfelijk bepaald. Gebleken is dat mensen met een laag serotonineni- veau in hun hersenen gevoeliger zijn voor verslavingen. Een lage dosis van deze neurotransmitter maakt mensen iets minder onafhankelijk en vol zelfvertrouwen. Hun hersenen zijn meer dan bij andere mensen gemaakt om bevestiging te zoeken in middelen buiten zichzelf. Drugs, boeken, relaties, noem maar op.

Het bouwwerk van de relatieverslaving wordt verder in stand gehouden door wat je de illusie van de investering zou kunnen noemen. De moeite en energie die je hebt geïnvesteerd zorgen dat je nog meer gehecht raakt aan de slechte relatie. Je hebt het gevoel dat je niet meer terug kunt. Iets opgeven dat je zo veel moeite, nachtrust, vriendschappen en soms zelfs geld heeft gekost… dat doe je niet snel.

De verslaving wordt verder gevoed door gedachten over een mooie toekomst samen en excuses waarom dat nu nog niet lukt. Die gedachten nemen vaak de volgende als-dan-vorm aan. Ze klinken vaak verraderlijk redelijk, en in de praktijk verbloemen ze keer op keer de realiteit van alledag.

‘Als hij nou wat minder zou drinken en ik het me iets minder zou aantrekken, dan komt het heus goed tussen ons.’ ‘Als ik in therapie ga en wat meer zelfvertrouwen krijg, dan…’
‘Als zij het weer rustig heeft op haar werk, dan…’

Een laatste valkuil voor de verslavingsgevoelige partner: seks. Seks is voor de verslavingsgevoelige persoonlijkheid behalve een ontlading van de spanning vaak een wanhoopspoging om weer even dat gevoel van verbondenheid te hebben. Na een periode waarin je hebt laten zien best zonder te kunnen blijkt een zwak moment gekoppeld aan verminderde alertheid genoeg om te zondigen. En dat geeft je (onterecht) het gevoel dat je geen stap verder bent gekomen. ‘Zie je wel, ik kan niet zonder deze persoon.’

En tot slot antwoord op de vraag: hoe kom je van het monster af?

Beschouw het als een verslaving en zeg ‘nee’ als hij of zij weer met een vergankelijk excuusje of bloemetje voor de deur staat. ‘Nee, no, nein, echt niet, gewoon nee dus hé!’

eKudos Nu Jij

Wat is het gevaar van een groot en kleinzerig ego?

Dat het relaties verpest, liefde wegjaagt en ongeluk aantrekt. Ik ken een stel dat regelmatig hevige ruzies had om het gebruik van de computer. Hij had de computer bijvoorbeeld nodig voor zijn werk, maar woensdag was normaliter haar dag en zij had zich erop verheugd. Deze welgestelde mensen konden geen goed antwoord geven op de meest voor de hand liggende vraag: ‘Waarom kopen jullie niet een tweede computer?’ In hun strijd hadden ze daar niet eens over nagedacht. De oorzaak van hun issues lag natuurlijk dieper dan de strijd om de computer. Die was slechts exemplarisch voor hoe zij met andere dingen omgingen. Hun relatie was verzand in een machtsstrijd, waarbij het niet ging om de vraag ‘Hoe kunnen we leuker met elkaar omgaan?’ maar ‘Wie heeft er gelijk?’

Veel psychologische klachten en relatieproblemen zijn overbodig. Ze zijn het product van een groot ego, zelfmede- lijden en ongepaste trots, en klinken vaak zo: ‘Niemand luistert toch naar mij’, ‘Waarom zou ik afwassen als die ander het ook niet doet’, ‘Als hij wat liever was, zou ik dat ook zijn’. Ego, trots en zelfmedelijden zijn gemaakt van hetzelfde materiaal. ‘Het is de meest destructieve kracht waar de mens aan kan lijden. Het verziekt alles om zich heen, behalve zichzelf,’ zei komiek Stephen Fry ooit. ‘Het houdt je tegen iets van je leven en je relatie te maken.’

Het is een spelbreker die je creativiteit doodt en daarmee de mogelijkheden om van de liefde een feestje te maken. Vooral in relatietherapie wordt dat soms pijnlijk duidelijk. Niet het rondslingerende tandpastadopje of de vraag wie vergeten is de tomtom op te laden is de oorzaak van hun laatste ruzie, maar twee gekrenkte ego’s die wachten op een stukje liefdevolle ‘rechtvaardigheid’. Een bekende uitspraak onder relatietherapeuten luidt: waar één gelijk krijgt, verliezen er twee. Wanneer twee partners het laatste woord willen hebben, neemt de Lulligheid der Dingen waarover ze het oneens zijn exponentieel toe. Terwijl ze ook iets leuks of nuttigs kunnen doen.

En nee, ik zeg niet dat je over je heen moet laten lopen of een natte dweil moet worden.

eKudos Nu Jij

Waarom is humor aantrekkelijk?

We zijn vermoedelijk het enige dier dat lacht om grappen. Het heeft psychologen en biologen lang voor een raadsel geplaatst: waarom doen we dat eigenlijk? Heeft het een functie? We hebben het niet over de sociale glimlach, die duidelijk bedoeld is om onze waardering te laten blijken. We hebben het over humor om te lachen.

Humor is wat er gebeurt als je brein een verrassend verband ziet dat buiten het normale verwachtingspatroon ligt. Die herkenning zorgt voor een licht en fijn gevoel, meetbaar als serotonine in de hersenen, zichtbaar als een lach op het gezicht.

Het woord humor is (net als ‘humeur’) afgeleid van het Griekse woord voor sap of vocht. De oude Grieken dichtten lichaamssappen een belangrijke rol toe in het regelen van menselijke stemmingen en emoties. Een leuke grap of gekke situatie kan de spanning tussen mensen direct wegnemen. Mensen die grappig zijn hebben dan ook een handig instrument in handen dat ze helpt een leuke connectie met anderen te maken en zware onderwerpen op een luchtige manier te benaderen. Vooral vrouwen hechten waarde aan de lachfactor van een man. Als een man ze laat lachen betekent dat normaal gesproken dat hij goed met mensen, woorden en emoties is. Het zegt iets over zijn intelligentie.

Mannen zal het eerder worst wezen of een vrouw veel humor heeft, als ze maar om zijn grappen lacht. Onderzoek laat zien dat grappige mannen meer seks hebben en zich vaker voortplanten. Ze worden onthouden en het is leuk om bij ze in de buurt te zijn. Helaas is humor meer een talent dan iets wat je kunt leren. Mannen die grappig doen en moppen vertellen worden lang niet altijd grappig of aantrekkelijk gevonden. Goede humor is subtiel. Wie zich afvraagt of hij of zij er überhaupt talent voor heeft, heeft dat waarschijnlijk niet. Geeft niks. Er zijn heus andere punten waarop je kunt scoren.

eKudos Nu Jij

Liefde in tijden van Facebook: het keuzeprobleem

Liefde, daar kun je voor kiezen. Als je niet teveel keuzes hebt, althans.

In Manhattan is meer dan de helft van de mensen alleenstaand. Alleen een Hawaiiaans eilandje dat ooit dienst deed als leprakolonie overtroeft het New Yorkse stadsdeel. In Amsterdam is momenteel twee van de vijf mensen tussen de vijfentwintig en veertig alleenstaand. Veelal leuke, creatieve, aantrekkelijke singles die in een stad wonen waarvan een groot deel ook leuk, creatief, aantrekkelijk en single is. De meesten daarvan willen een fijne relatie.

Hier klopt iets niet.

Natuurlijk, er is sprake van zelfselectie: steden trekken studenten, ambitieuze singles en vrije vogels aan die op het moment dat zij een partner hebben en een gezin willen stichten weer wegtrekken. Dat verklaart een deel van de singles. Maar er is meer aan de hand.

Een bekend jampotjes-experiment uit 2000 werpt licht op de zaak. In een vergelijkend warenonderzoekje van psycholoog Barry Schwartz werden voor een delicatessenwinkel op de ene dag vierentwintig potjes met verschillende soorten jam uitgestald, op de andere dag zes. De vierentwintig potjes trokken veel meer aandacht, maar of er nu veel of weinig potjes stonden, geïnteresseerden proefden er toch maar een of twee. Als het op kopen aankwam, werd er bij de uitstalling van zes potjes veel meer jam verkocht dan bij de grote uitstalling. Dit soort meerkeuze-experimenten is met talloze andere producten en activiteiten herhaald. Met steeds dezelfde resultaten.

Uit een onderzoek onder New Yorkers bleek dat de singles in Manhattan niet alleen de meeste keuze hebben, ze zijn ook verreweg het meest kieskeurig. Op datingsites hebben deze mensen de langste eisenlijstjes en het merendeel vooral over een gebrek aan leuke loslopende mannen en vrouwen.

Psychologen en opvoeders weten allang: als je een mensenbrein veel concurrerende opties geeft, verlamt het. Het kan niet de gevolgen van alle keuzes overzien en vindt daardoor geen van de keuzes bevredigend. Het brein probeert spijt te voorkomen en blijft eindeloos in cirkeltjes ronddraaien. Meer dan vijf, zes opties maakt niet gelukkiger, zegt psychologisch onderzoek.

Toch denken we hardnekkig dat geluk synoniem is met meer keuzevrijheid. Wij vinden dat het allerhoogste goed. Elke dag opnieuw worden we geconfronteerd met talloze beslissingen die ons geluk moeten vergroten. Te beginnen met de kleur van het koffiekuipje, eindigend met onze favoriete tv-serie. Ook in ons liefdesleven mogen we – sinds hippies, anticonceptiemiddelen en geëmancipeerde vrouwen de weg vrijmaakten – improviseren hoe we liefhebben, met wie, hoe lang en hoe vaak.

Waar twee generaties geleden de liefde nog in een vissenkom werd gemaakt – je had slechts de keuze uit drie of vier huwbare partners in je dorp – hebben we tegenwoordig de oceaan die internet heet tot onze beschikking. Zelfs wanneer je als kluizenaar leeft of ziek thuiszit met diepdonkere wallen en een druipneus kun je aandacht voor jezelf opeisen met een knap profielfotootje en pakkend tekstje. Op elk tijdstip van de dag. Je kunt alleen in Nederland al kiezen uit driehonderd datingsites en talloze sociale netwerksites. Je kunt elke dag opnieuw een potentiële scharrel of partner opduiken. Je kunt oude exen op Facebook weer eens opzoeken, Twitteren met fotomodellen en sexcammen met iemand in Australië.

Die vrijheid heeft voordelen. Vooral als je door al je collega’s en dorpsgenoten heen bent en in je dagelijks leven weinig potentiële partners tegenkomt. Mensen die snel tevreden zijn, varen wel bij de mogelijkheden van deze meerkeuzemaatschappij. Voor perfectionisten en twijfelaars – een groep die groeit naarmate de mogelijkheden toenemen – is het dankzij Facebook&co een hele uitdaging gelukkig in de liefde te zijn. Onze neiging om de beste deal te krijgen maakt ons perfectionistischer en oppervlakkiger – we willen de knapste, slimste of succesvolste die we kunnen krijgen in plaats van degene met wie we goed kunnen opschieten. En als jij er wel uit bent, dan wellicht de ander weer niet. Al die mogelijkheden doen ons collectief het hoofd op hol slaan.

Een wijs iemand – Voltaire – zei ooit: ‘With great power, comes great responsibility.’ Great power is niets anders dan ‘het hebben van heel veel mogelijkheden’. We hebben tegenwoordig objectief gezien meer mogelijkheden en rijkdom dan -pak ’m beet – Napoleon, de machtigste man in zijn tijd. Hoe je daar verantwoordelijk mee omgaat is minder duidelijk. Napoleon wist dat ook niet echt.

Het is in ieder geval noodzakelijk te erkennen dat juist hardnekkig zoeken naar de beste optie ons ongelukkig houdt; dat is de paradox van keuze. Al die eindeloze mogelijkheden die we voor onszelf gecreëerd hebben, helpen niet om liefde, saamhorigheid en vreugde te laten ontstaan.

Het goede nieuws dat ik daaruit leer: we kunnen ons de moeite, geld en ellende besparen. We hebben slechts iets meer daadkracht nodig. De koffiejuffrouw op het werk, de barvrouw van de tennisclub of de ex die nu weer lekker in haar vel lijkt te zitten? Om het een kans te geven moeten we – slechts af en toe – stoppen alle opties eindeloos te blijven overwegen. Geluk is niet de keuzevrijheid, geluk begint bij kiezen.

Dit stuk staat deze maand in Esquire.

Meer lezen? Klik hier.

eKudos Nu Jij

Vijf blinde vlekken die je leven kleuren

Laat ons eerlijk zijn: wij – mensen – zijn niet goed in ‘waarheid’. Door wetenschappelijk onderzoek en vorderingen in de psychologie worden we er weliswaar steeds beter in, maar nog steeds nemen onze hersenen ons keer op keer voor het lapje. Soms fijn, vaak een bron van strijd en misverstanden.

Als je naar de geschiedenis van de mensheid kijkt dan wordt het pijnlijk duidelijk dat mensen liever een werkelijkheid verzinnen dan toegeven dat ze het (nog) niet weten. Bijna elk geografisch gescheiden gebied en tijdperk heeft een eigen Big Brother in the Sky, begin van hemel en aarde en bijgelovige rituelen. Ze kunnen in ieder geval niet allemaal waar zijn. En zeer waarschijnlijk zijn ze allemaal het product van een hypercreatief brein. Antropoloog Pascal Boyer deed er onderzoek naar.

Een grote verdienste van de psychologie is dat ze een aantal blinde vlekken heel grondig heeft blootgelegd. Hieronder vind je vijf goede redenen om je werkelijkheidsbeleving in twijfel te trekken.

1. Onze hersenen versimpelen de werkelijkheid
Onze hersenen geven geen getrouwe blauwkaart van de werkelijkheid. Integendeel, ze vertrouwen vaak op het eerste plaatje waarmee wij uit de voeten kunnen. De overvloed aan zintuiglijke prikkels wordt vrijwel direct in ons persoonlijke referentiekader geplaatst, zodat we alleen oog hebben voor wat wij relevant vinden. Dat is noodgedwongen een verarmd, versimpeld of verstoord beeld van de werkelijkheid. De hersenen bepalen heel autoritair welke prikkels voorrang krijgen. Dat bespaart ons veel tijd en energie, en helpt ons snel te handelen. De hersenen gebruiken daarvoor simpele regels: schaduw in tuin + geritsel = deur op slot. Ergens heel nuttig, maar onze achterdochtige hersens hebben het ook vaak mis. Minstens zo vaak worden we gegeseld door de versimpelingen in onze eigen geest. We zien onszelf bijvoorbeeld als ‘een saaie, grijze muis’ en negeren al die momenten dat we dat niet waren.

2. We zien van nature verbanden en betekenissen, zelfs als ze er niet zijn.
Ons brein heeft de onbedwingbare behoefte aan verklaringen en betekenis. We zien gezichten in wolken, horen muziek in willekeurige geluiden en denken vaak dat losse gebeurtenissen direct met elkaar te maken hebben. We zijn leermachines, met een aangeboren neiging om patronen te zien en verbanden te trekken. Meestal door situatie A (vanmiddag vis gegeten) met situatie B (ik ben nu misselijk en rillerig) te verbinden en daaraan een conclusie te verbinden (ik heb een voedselvergiftiging). Dat noemen we leren. Een nadeel van dit talent is dat we vaak ‘logische’ conclusies trekken die niet kloppen. Onderzoek toont aan dat we zelfs de voorkeur geven aan onzinnige verklaringen boven onzekerheid. Hoe meer we onder druk staan of onzeker zijn, hoe groter de behoefte aan een verklaring. Zelfs als er geen verklaring en betekenis is. Dit is ook hoe bijgeloof ontstaat: twee keer winnen met een nieuw onderbroekje maakt het stukje textiel voor sommigen ineens tot iets magisch. Het merendeel van de topsporters verlaat zich op enige vorm van bijgeloof. De rage van de Power Balance-bandjes is een recent voorbeeld. Hier een leuk testje.

3. We geven de voorkeur aan gebrekkige getuigenissen boven onafhankelijk onderzoek
Mensen zijn van oudsher verhalenvertellers. Om onze kennis en historie over te dragen vertelden onze voorouders persoonlijke verhalen. In evolutionaire termen is het pas kort geleden dat we onze kennis over de wereld officieel onderzochten, opsloegen, organiseerden en bijhielden. Daaruit is wetenschap ontstaan. Waar we vroeger afhankelijk waren van persoonlijke anekdotes – over goed en slecht, nuttig en onnuttig – hebben we nu betrouwbare wetenschappelijke kennis en betrouwbare statistieken. Een groot voordeel daarvan is dat zij intuïtieve ‘waarheden’ kan ontkrachten als ze niet kloppen. Desalniettemin hebben we de neiging om een willekeurige, maar overtuigende ooggetuigenis meer serieus te nemen. Als jij vliegangst hebt en naar documentaires over vliegtuigrampen kijkt, zul je niet snel geloven dat vliegen een van de meest veilige manieren van transport is. Statistieken roepen weinig gevoel op, persoonlijke verhalen wel.

Stel dat je een fiets wilt kopen en een vriend waarschuwt: ‘Niet kopen, ik heb alleen maar ellende gehad met dat ding.’ En stel dat de consumentengids naar aanleiding van een statistisch onderzoek meldt dat de fiets erg betrouwbaar is en dat er weinig klachten zin. Als je bent zoals de meeste mensen zul je toch je vriend vertrouwen en de fiets niet kopen. Terwijl je vriend maar één fiets heeft geprobeerd en de consumentenbond gegevens heeft verzameld over misschien wel honderd fietsen.

4. We zijn geneigd vermoedens te bevestigen, niet om ze onderuit te halen
Uit onderzoek blijkt steevast dat ons brein veel sneller bevestiging vindt van oorspronkelijke vermoedens en minder oog heeft voor informatie die daar niet mee strookt.
Net zoals je ineens veel meer rode auto’s om je heen ziet wanneer je hebt besloten er een te kopen. Iemand die een groen exemplaar wil ziet natuurlijk vooral veel groene wagens. Op die manier kun je ook verklaren hoe intelligente mensen totaal verschillende, tegenstrijdige religies of wereldbeelden kunnen aanhangen. Zeker met de informatieverstrekking via internet is het heel gemakkelijk om bevestiging te krijgen voor de bubbel waar jij in zit. Jij vindt al snel de pagina’s die jouw ideeën versterken. Dit principe, ook wel confirmatie bias genoemd, zorgt voor blinde vlekken en verklaart ook het waarom 85 tot 95% van de mensen hetzelfde astrologisch persoonlijkheidsprofiel op zichzelf van toepassing acht. We onthouden wat er klopt en negeren de rest.

5. Ons geheugen is minder betrouwbaar dan we denken
We hebben het gevoel dat we de scénes uit het verleden net als uit een digitaal archief naar wil kunnen oproepen en afspelen. Helaas is dat zelfvertrouwen onterecht. Niet alleen bestaat ons verleden noodzakelijk uit een selectieve representatie van wat er gebeurd is, het ‘verleden’ is ook aan verandering onderhevig. Slechts door een klein beetje manipulatie van een slimme onderzoeker of hypnotherapeut kan er aan dat verleden geboetseerd worden. De stemming en ervaring van het heden mengt zich met het opgeslagen verleden en hoe we ons allerlei gebeurtenissen herinneren. En als je er al aan twijfelde: het werk van regressietherapeuten is terecht heel omstreden.

Veel veronderstellingen, verwachtingen en gedachten zijn niet per definitie op de werkelijkheid gebaseerd, maar roepen wel angst, inactiviteit en in veel gevallen juist op wat iemand tracht te vermijden. Daarom is het goed bovenstaande valkuilen te erkennen.

eKudos Nu Jij

Kun je je intuïtie vertrouwen?

Sommige mensen hebben een rotsvast vertrouwen in hun intuïtie. Vooral mensen die aan spirituele counseling doen. Daar kun je leren luisteren naar je gevoel, en dat het belangrijkste kompas laten zijn voor je beslissingen. De theorie is simpel. Slecht gevoel = niet doen. Goed gevoel = doen.

Snijdt dit wetenschappelijk gezien ook hout?

Van nature hebben wij allemaal meer op met intuïtie dan met wetenschap. Deels onterecht. Als je dit blog regelmatig leest zul je misschien weten dat jijzelf lang niet altijd een betrouwbare bron bent om te bepalen wat waar is. Onze keuzen worden vaak gestuurd door tal van ‘toevalligheden’ waar we totaal onwetend over zijn.

Het lastige van zelfstandig je intuïtieve en rationele beslissingen met elkaar vergelijken is natuurlijk dat je de gevolgen van beide keuzen niet kunt overzien. Als je het ene kiest, weet je niet hoe het is om het andere te kiezen. Het huis dat je op je gevoel koos (ondanks rationele bezwaren als ‘geen garage, veel verbouwingswerk en kleinere tuin’) kun je na je keuze niet vergelijken met het grotere, nieuwere huis dat ‘rationeel gezien’ meer voordelen had. Hetzelfde probleem heb je met de keuze voor partners, vakanties, banen, studies, nieuwe collega’s enzovoorts.

Veel beslissingen komen uiteindelijk noodgedwongen neer op een gokje. Er zijn geen garanties. De auto die goed voelde kan na een maand gewoon stukgaan. Serieuze twijfels over je nieuwe partner kunnen worden verdreven als de gezamenlijke vakantie toch een romantisch succes bleek. Het huis dat op puur praktische redenen werd gekozen kan nadelen hebben die van tevoren niet hebt ingecalculeerd. De nieuwe collega die jij niet zag zitten vanwege een gebrekkig cv en angstige blik in de ogen blijkt na een maand misschien een heel fijn mens om mee samen te werken. Welke keuze we ook maken: soms is het raak, soms mispoes.

Wetenschappers krijgen echter steeds meer grip op het glibberige fenomeen ‘intuïtie’. Onze Amerikaanse collega Eric Barker doet veel literatuuronderzoek en probeerde onlangs wetenschappelijk antwoord te geven op de vraag: wanneer is het goed je intuïtie te vertrouwen en wanneer juist niet?

Wanneer kun je beter wel op je intuïtie vertrouwen?
Bij eerste indrukken over mensen. In slechts 100 milliseconden heeft ons brein al een eerste indruk ontwikkeld over iemand. Echt waar. En we hebben het vaker goed dan verkeerd. Na vijf minuten observatie kunnen met zo’n 70% kans voorspellen hoe iemand in grote lijnen zal zijn. Is iemand extravert? Een betrouwbare werknemer? Sterk geweten? Conservatief? Onbetrouwbaar? Een makkelijk slachtoffer? Een warme persoonlijkheid? Redelijke kans dat je intuïtie het juist heeft (tenzij je met een psychopaat te maken hebt.) Hoe zit het met intelligentie? Bij kinderen en volwassen kun je hun intelligentie al snel juist inschatten. Bij pubers en bejaarden is het makkelijker mis te gokken. Politieke voorkeur? Jep, laat zich vaak raden. Homo of hetero? Meestal zien we het (en anders kun je op deze website kijken?)

Waneer kun je intuitie beter niet vertrouwen?
De hersenen gebruiken short-cuts om snel beslissingen te kunnen maken. Hoewel het vaak prima voldoet in bepaalde situaties, gaat het in andere goed mis. Zoals eerder gezegd: in minder dan een seconde heb je al een indruk over iemand. Die is meestal vrij accuraat, maar wat gebeurt als je het mis hebt? Corrigeert ons brein dat vooroordeel dan? Nee, integendeel, hoe meer tijd je krijgt om een oordeel te vormen hoe meer je het oorspronkelijke vooroordeel juist bevestigt. Je gaat dingen zien die je verwacht te zien.

Verder? De aantrekkelijkheid van de persoon maakt dat we diegene intelligenter, betrouwbaarder, succesvoller en rijker inschatten. Dat is het zogenaamde halo-effect, gecombineerd met een stukje ‘blinde’ voortplantinsgdrang.

Hebben we het snel door wanneer mensen tegen ons liegen? We denken van wel, maar dat blijkt onwaar. We letten op de verkeerde dingen. We kijken naar ongemakkelijkheid en zenuwachtigheid, terwijl we beter op ontwijkend taalgebruik kunnen letten. Verder: we geven de voorkeur aan welbespraaktheid boven eerlijkheid, en zelfvertrouwen boven echte deskundigheid. Mensen die antwoorden op vragen soepeltjes ontwijken worden meer vertrouwd dan mensen die ietwat lomp zeggen waar het op staat. Artsen die grondig te werk gaan en dubbelchecken worden minder vertrouwd dan artsen die meteen claimen het zeker te weten.

Hoe kan dit? Onderzoek laat zien dat we ‘makkelijke informatie’ als meer waar ervaren dan informatie die moeilijker te begrijpen valt en waar we ons meer in moeten verdiepen. Iemand die blaakt van zelfvertrouwen zal het wel weten, denken we. Als we echt willen weten welke dokter het bij het rechte eind heeft moeten we ons zelf ook in de materie verdiepen. Weinigen hebben daar zin in of tijd voor.

Mogelijk denk je nu: ‘Hoho, zo naiëf ben ik helemaal niet, anderen zijn zo.’ Deze zelfoverschatting is volgens deskundigen precies de reden waarom mensen hun vooroordelen niet corrigeren. Mensen zijn geboren zelfoverschatters blijkt uit talloze onderzoeken. De Amerikaanse psychologen Schoemaker and Russo testen meer dan 2.000 werknemers op hun kennis over hun specifieke werkgebieden. 99 % Van deze mensen overschatten hun verwachtte scores behoorlijk. Gemiddeld dachten ze het in 95 % van alle antwoorden goed te hebben, in werkelijkheid hadden ze het in 70 % van alle gevallen fout. Oeps.

Hoe kun je onze neiging tot overschatting eigenlijk verklaren? Het voelt gewoon goed.

Samenvattend: wanneer kun je beter met gevoel kiezen en wanneer met ratio?
Ap Dijksterhuis, onderzoeker van het onbewuste, heeft jarenlang onderzoek naar beslissingen gedaan. Hij concludeert uit zijn onderzoek:

Gaat het om kleine, relatief onbeduidende beslissingen (verzekering, koelkast, enzovoort)? Denk dan gerust goed na over de verschillende opties. Plusjes, minnetjes, afstrepen, dat werk. Gaat het om complexe beslissingen die je leven op de lange termijn beïnvloeden (huis, auto, baan, school, partner, enzovoort)? Geef je intuïtie voorrang. Die heeft meer gevoel voor het hele plaatje, de context. Als je dan rationeel kiest eindig je eerder met een verkeerde bank in je huis, een niet-passende broek in je garderobe of een partner waarbij je de neiging krijgt vreemd te gaan. Volgens Ap kun je er beter een nachtje over slapen en je onbewuste het werk laten doen. Die werkt gewoon door als jij ontspant.

En is het nuttig hier een workshop of cursus voor te volgen? Mijn intuïtie zegt: hoeft niet. Is net zoiets als naar de winkel fietsen om je zuurverdiende geld aan flesjes water te spenderen terwijl je thuis een kraan hebt.

eKudos Nu Jij

‘Ik ben jaloers op jouw likes’

Onderzoekje op Facebook. Eén op de drie gaat daar ongelukkiger weg dan voordat hij/zij inlogde. Waarom? Jaloers. Vooral op die fantastische vakanties, übergezellige gezelligheden en verzamelingen likes van sommige vrienden. Daarbij steekt je eigen leven al snel schraal af. Maar niet getreurd. Facebook kennende komt deze vast met een oplossing. Bijvoorbeeld: een geinige toekomstvoorspellende functie die de profielen van de jaloersmakers in één knop tig jaar vooruitzet.

Dan ziet dit er bijvoorbeeld ineens zo uit:

Eline van Haaren speelt kaart in Bejaardentehuis ‘t Heemshuys – Met Ria de Post en drie anderen.’

Lijkt vast al meer op je eigen leven.

eKudos Nu Jij