Category: Communicatie

De paradox van de leugen

Liegen is de nummer één levensstrategie die het leven van heel veel mensen oneindig compliceert. Deskundigen schatten dat zo’n 10 tot 30 procent van al onze communicatie bewust misleidend is. Zelfs tussen liefdespartners. De redenen liggen voor de hand: schaamte voorkomen, fouten maskeren, voordeeltjes halen of confrontaties vermijden om de harmonie te bewaren. De verleiding om te liegen ligt altijd op de loer.

Omdat we onszelf graag als ‘eerlijk en aardig’ zien, praten we onze oneerlijkheid meestal goed. ‘Ach, als de ander er niet achter komt, wie doen we er dan eigenlijk kwaad mee? De paradox is dat zelfs aartsleugenaars uitwisselingen van eerlijkheid meer waarderen dan communicatie waarin wordt gelogen. En dat is niet meer dan logisch. Een echte band bestaat bij de gratie van wederzijds vertrouwen en transparantie. Dat geeft een uitermate goed gevoel, meetbaar in de hersenen als het hormoon oxytocine. Er zijn weinig dingen die gelukkiger maken dan een connectie met een ander mens. Liegen saboteert dat gevoel. Als je je zoveel mogelijk aan de werkelijkheid houdt, hoef je niks te onthouden. Leugens daarentegen, hoe klein ze ook zijn, moet je keer op keer tegen ontmaskering beschermen. Daarom groeien ze en kunnen ze je leven ontsporen.

Hier lees je het uitgebreide artikel.

eKudos Nu Jij

De oneerlijke welles-nietesdiscussie: vooroordeel versus goed geïnformeerde mening

Of het nou om een tv-debat of familieruzie gaat, een discussie is onbevredigend, en kan blijvende relatieschade opleveren, als twee mensen NIET over hetzelfde praten. Als ik het wil hebben over de geluidsoverlast die jij veroorzaakt en jij blijft herhalen dat ik gewoon last heb van een slechte muzieksmaak… dan wordt dat een onoplosbare burenruzie.

‘Kan die muziek alsjeblieft wat zachter: ik heb er last van.’
‘Nee echt, je hebt last van een slechte muzieksmaak. Als je het nog een maand aanhoort dan zul je het echt waarderen.’
‘Dat wil ik helemaal niet. Ik wil rustig een boek lezen na tienen.’
‘Dat zeg je alleen maar omdat je niet openstaat voor mijn muziek. Je bent een muzikale xenofoob.’

Dit langs elkaar heen praten is niet altijd meteen duidelijk. Vaak genoeg lijkt het voor de leek alsof twee partijen een redelijke en gelijkwaardige, maar onverenigbare, mening verkondigen. Dit is helaas niet altijd het geval.

Soms (zoals in mijn laatste discussie) heeft de één een onzinnige mening gebaseerd op niets anders dan een onderbuikgevoel en de ander een mening gestoeld op goede argumenten en relevante feiten. Eerlijk debatteren en kunnen toegeven wat je wel en niet weet is noodzakelijk als je tot elkaar wilt komen. Daarom is het goed deze drogredenen te kennen en te vermijden.

Iemand die ze goed kent, zal zich waarschijnlijk niet tot de tenenkrommende discussie verlagen waarin ik gisteren terecht kwam. Het ging over een openbaar debat, dus ik kon er niet zomaar uitstappen. Het was gekmakend. Ik zal hem formulematig uitschrijven, zodat het nog duidelijker zichtbaar wordt wat hier mis gaat. Misschien leer je er iets van.

De ander: ‘Ik vind ZUS van X.’
Ik: Aha, ik begrijp dat je ZUS vindt, maar toevallig heb ik X bestudeerd en de feiten lijken toch echt ZO te zijn.
DA: ‘Maar dat is jouw mening die jij nu heel stellig als een waarheid verkoopt.’
Ik: ‘Nou, ik had ook graag ZUS gevonden, maar nu ik X vanuit verschillende perspectieven heb onderzocht, lijkt het toch echt ZO te zijn. Onderzoek A, B en C bijvoorbeeld zeggen dat het ZO zit en niet ZUS.’
DA: ‘Ja, jij zegt dat wel, maar als ik eerlijk ben, vertrouw ik jouw feiten niet helemaal. Wie ben jij nu helemaal? Ik heb andere feiten gehoord.’
Ik: ‘Ik vind die kritische houding juist prima! Ik heb verschillende bronnen en onderzoeken die ik je kan toesturen en die jij allemaal kunt natrekken. Als je wilt kunnen we het daarover hebben?’
DA: ‘Sorry, ik neem dat niet zo van je aan. Statistiek is ook maar spelen met cijfertjes. En ik heb bovendien zelf meegemaakt dat het ZUS was. En veel mensen om me heen hebben diezelfde ervaring.’
IK: ‘Ja, dat snap ik. Ik heb zelf ook ZUS meegemaakt, maar jouw en mijn persoonlijke kijk zijn per definitie beperkt en bevooroordeeld. Daarom is onafhankelijk statistisch onderzoek zo nuttig… om het grote plaatje in beeld te krijgen. Want die klopt soms niet met wat een individu vanuit zijn kleine bubbel waarneemt. En al die onderzoeken naar X laten dus niet ZUS zien, maar ZO.’
DA: ‘Ja, jij probeert punten te scoren en je gelijk halen, maar ik ken die feiten die jij noemt niet. En sorry dat ik het zeg, maar ik ben allergisch voor dat betweterige toontje van je. Dat roept weerstand op.’
Ik: ‘Ja, ook dat begrijp ik, maar dat is niet relevant voor WAT ik zeg. We hebben het erover of X nu ZUS of ZO is. Ik kom met argumenten en feiten, en daar reageer je nu niet op. En langzamerhand wordt mijn toon inderdaad ongeduldig.’
DA: ‘Ja inderdaad, dit wordt een saaie eenzijdige monoloog waarin jij gelijk probeert af te dwingen. Je drukt me in een hoek. Dat doen fascisten zoals Wilders dus ook.’

(Ik raap ondertussen mijn gevallen onderkaak van de grond. )

Ik: ‘Eh… een fascist? Wilders? Wat heeft dat hier mee te maken. Ja, ik reageer inderdaad kribbig en ik herhaal mezelf, maar nogmaals, mijn toon is verder NIET relevant voor de hamvraag in deze discussie. De vraag is en blijft nog steeds: is X nu ZUS of ZO?’
DA: ‘Tja, en ik voel duidelijk dat het ZUS is en jij hebt het over statistische feitjes die ik niet ken. Dit is dus geen eerlijke discussie. Je wilt gelijk hebben en ik wil jou dat niet geven, en daar kan jij niet tegen. Dat is wat hier aan de hand is.’
Ik; ‘Nee, ik hoef echt niet per se gelijk te hebben, maar ik wil wél een eerlijke discussie, waardoor het nu eens echt over de inhoud gaat en jij reageert op WAT ik zeg, en niet op HOE ik het zeg.’
DA: ‘Sorry, maar zo werkt dat niet voor mij. Ik neem die feiten gewoon niet zomaar aan. Ik ken ze niet en jij probeert ze aan me op te dringen. Daar hou ik niet van. Ik heb het gevoel dat ik niet met je oneens mag zijn. Je laat me niet in mijn waarde.’
Ik: ‘Ik laat je wel in je waarde, maar ik vraag je op op de inhoud te reageren, en nu blijf je jammeren over mijn betweterige toon. Ik word moedeloos: kunnen we ermee ophouden?’
DA: ‘Ook dat nog: op het moment dat het moeilijk wordt, wil je er mee ophouden. Dat laat in ieder geval zien hoe zeker je van je zaak bent…’
Ik: ‘…’

Zo’n discussie kan eindeloos doorgaan, totdat een van beide wijselijk de stekker eruit trekt. Wat wel blijft hangen is een onbevredigend rotgevoel en een hartgrondige hekel aan elkaar. Als je vijanden wilt, moet je vooral discussiëren zoals mijn tegenstander deed. Hecht je aan zowel een eerlijke discussie als een goede relatie dan kun je het beter zo doen:

De ander: ‘Ik vind ZUS van X.’
Ik: Ik begrijp dat je ZUS vindt, maar ik heb allerlei bronnen en onderzoeken bestudeerd die jij allemaal kunt natrekken. We kunnen het over die bronnen hebben?’
DA: ‘Goed, dat moet ik nu maar van je aannemen dan. Stuur die bronnen maar op dan hebben we het er volgende keer over. Misschien klopt mijn gevoel niet met de feiten.’
Ik: ‘Prima, dan kunnen we nu naar het volgende onderwerp.’

Meer lezen? Lees ook dit artikel: Wetenschap is niet zomaar een geloof of mening.

eKudos Nu Jij

Maakt passief Facebook-gebruik ongelukkig?


Het is vast geen verrassing meer
, maar sociale media hebben hun weerslag op de gemoedstoestand. En niet per se positief. Veel mensen gebruiken Facebook op een voyeuristische manier, waarbij ze niet interacteren met anderen maar slechts passief kijken hoe anderen hun ‘leven’ op Facebook delen. De kans is dan groot dat je stemming er slechter wordt dan beter, suggereert onderzoek van de Universiteit van Kopenhagen. Als Facebook-gebruik niet samengaat met interactie op de site dan creëert dat eerder gevoelens van jaloezie en afgunst. Of ergernis. Het geeft je het gevoel dat je een eenzame buitenstaander aan de zijlijn bent die niet echt meedoet. En wie vindt dat nou leuk?

Mijn conclusie: gebruik Facebook vooral om te connecten met mensen. Misschien wel om af te spreken in de echte wereld?

Meer lezen?
Maken sociale media ons eenzaam en ongelukkig?
De narcistische akeligheid op Facebook verklaard

eKudos Nu Jij

De narcistische akeligheid van Facebook verklaard


Ik weet niet precies wanneer het is misgegaan, maar ergens in mijn zoektocht naar zelf- en mensenkennis – ik ben niet voor niks psycholoog geworden – heb ik een wat pessimistisch mensbeeld ontwikkeld. Facebook heeft daar in grote mate aan bijgedragen.

Alvast twee disclaimers over dit zure artikel. 1. Ik schreef het dus niet om je (zoals hier) te verlichten met wijsheden over sociale media, maar vooral om mijn eigen ergernis te ventileren. 2. Om dat te doen heb ik bovendien uitvoerig gepikt uit dit artikel van de briljante Tim Urban van Waitbutwhy.com. (Een artikel dat onlangs overigens zonder bronvermelding geplagieerd werd door Esquire).

Terug naar mijn frustratie. Uiteraard ben ik bevooroordeeld, maar nergens zie ik zoveel onnozelheid met zoveel trots gepresenteerd worden als op Facebook. En dat huwelijk tussen onwetendheid en ijdelheid brengt lelijke kinders voort. Facebook biedt 24/7 een podium voor iedereen die zijn hart wil luchten, een mening heeft en NU aandacht wil. En waar in het echte leven onhebbelijkheden uit beleefdheid vaak verborgen blijven, gaat op Facebook de beerput wel open. Dat is ook niet gek: zelfs om drie uur s’ nachts met een fles whisky en een onsje hallucinerende paddenstoelen achter de kiezen, kun je achter je toetsenbord kruipen om je bijzondere inzichten te delen. Je leert elkaar daar echt kennen. En zelfs iemand die niets post, kun je beoordelen op zijn of haar like-gedrag. ‘Wat? Mijn baas liket die Zwarte Piet-preek van Melissa?’

Bestaat er zoiets als een objectief stomme post?
Is het mogelijk een scheidslijn te bepalen tussen ‘vervelende’ en ‘goede’ posts? Ik denk het wel, en Urbans vuistregel slaat volgens mij de spijker op zijn kop. Een goede post verlicht tijdelijk je bestaan met nuttige informatie, een lach of moment van ontroering. Urban: ‘Het gaat erom dat niet alleen de auteur van de post, maar ook zijn lezers iets aan de post hebben. Vervelende Facebook-posts dienen alleen de auteur en doen verder niets positiefs voor het leven van de lezer. Ze worden alleen geplaatst om aandacht voor zichzelf te genereren, anderen jaloers te maken of een fraaier beeld van zichzelf neer te zetten.’ En natuurlijk zullen deze menselijke motivaties ook meespelen bij leuke posts, maar nu heeft de auteur zich tenminste ook in zijn publiek verdiept. Bij onderstaande statusupdates valt precies dit gebrek aan inlevingsvermogen op:

‘Mijn leven is gaver dan het jouwe’-posts
(Al dan niet samengaand met foto’s van cocktails, mooie uitzichten, spannende feestjes en poserende mensen):

Met deze ongelofelijke beauty’s naar de party van Vogue. #blondeshavemorefun

Whoop whoop, op naar de studio voor een interview met Radio 1. Lekker babbelen met Eric Corton over mijn nieuwe project!

 Een collegezaal toespreken met honderden studenten over nieuwe media! Verder helemaal niet zenuwachtig hoor

Doel: bewondering oogsten. Wat kan het nut van dit soort posts anders zijn dan lezers een jaloers gevoel te geven en aandacht krijgen? Het is mooi als je enthousiast bent over je leven, maar voor wie is zo’n post nu echt interessant of relevant, behalve dan voor je intimi met wie je ook appt, telefoneert en afspreekt. Dat zijn de meeste mensen in je Facebook-netwerk alvast niet.

Meer gewiekste Facebookers zullen subtieler opscheppen door hun zegeningen te verhullen met valse bescheidenheid. Urban noemt dit de undercover brag:

 Mmm, zo’n futloos is mijn kapsel na een ochtendje sportenl
(Foto laat strak bikini-lichaam en zwoele pruillippen zien.)

Dankbaar dat ik deze fantastische groep mensen mocht leren hoe ze mindful cupcakes kunnen bakken om gelukkiger te worden. Bedankt lieve mensen dat jullie er waren! Ik heb ontzettend veel van jullie geleerd

 Deze bescheidenheid is uiteraard bedoeld om de opschepper te sieren, want wat zegt die laatste post nou anders dan: ‘Ik ben er dankbaar voor dat IK zo geweldig ben.’ En dan zijn er nog die openbare theatrale liefdesverklaringen en steunbetuigingen op Facebook:

 Uit eten met mijn allerliefste, mooie, intelligente en prachtige vriendinnetje Marja Rovers. Hou van je schat <3.

 Liefje en ik genieten van ons uitzicht en elkaar #grenzelozeliefde #beachlife #eencocktailsmaaktbetermetjelief

Bedankt Pieter Bos dat je erbij was om mij te steunen bij mijn eerste optreden! Vrienden voor het leven!

Waarom is hier in vredesnaam publiek bij nodig? Om te laten zien hoe goed jullie band is? Om extra bevestiging te krijgen van je geliefde of vriend? Zo ja, dan is dit een vreemde, indirecte manier om dat te doen. Verdacht haast. En des te opvallender als de stroom publieke liefdesverklaringen ineens ophoudt. Dan weet het publiek zeker dat er heibel is in de relatie. Maar goed, die pijn is te verzachten met een ander type posts.

 ‘Ik wil steun, zonder dat ik daar iets voor doe’-posts

Helemaal ziek van. Contract niet verlengd omdat ik niet in het team zou passen!

Geërgerd. Vraagt die serveerster doodleuk of ik de oma van Nina ben. Het moederschap is zwaar, maar zo slecht zie ik er toch ook nog niet uit?’

Voor de derde keer afgewezen keer deze maand. Begin de moed wel te verliezen zo.

Dit soort posts hebben veel weg van wat psychologen ‘coping’ noemen: ze zijn een manier om vervelende emoties te reguleren. Vaak lukt dat enigszins als de steunbetuigingen daadwerkelijk binnenkomen, maar waarom bel je hiervoor niet een echte vriend(in)? Opvallend is dat de auteur zelden eerlijke feedback krijgt, maar wel zelfbevestigende steunbetuigingen die iemand verder niet helpen. Misschien is de auteur van de post gewoon een sukkel die concreet advies of een eerlijke spiegel nodig heeft. ‘Logisch dat mannen afknappen: je bent helaas een irritante zeurkous.’ Of: ‘Hallo, wakker worden! Niemand zal een zeiksnor aannemen die alleen maar huilt hoe onrechtvaardig het leven is.’ De mensen die wel zinnige kritiek hebben, zullen uit beleefdheid niet reageren. Niemand wil die azijnpissende Facebook-vriend zijn.

Een interessante variant van deze post noemt Urban de cryptische cliffhanger. Een post die duidelijk maakt dat er iets vreselijks of moois aan de hand is, zonder expliciet te vermelden wat dat is:

 Ongelooflijk, wat bestaan er toch vreselijke mensen op deze planeet!

 WTF! Bestaan er mannen op Tinder die wel normaal zijn?

Er staat iets supergaafs te gebeuren in mijn leven. Duimen maar mensen!

 Doel: mensen onnodig nieuwsgierig maken en aan je lippen laten hangen. Uiteraard zijn er voldoende mensen die daadwerkelijk happen na zo’n opzichtige post. Deze ‘techniek’ werkt dus. ‘Vertel, wat is er gebeurd?’ Of ‘Ik weet niet wat er aan de hand is, maar ik ben er voor je hoor <3!’

 ‘Ik eet, drink, sport, werk en ga naar bed’-posts
Geen idee wie de auteur hiermee een plezier denkt te doen, maar niets zo slaapverwekkend als de statusupdate waarin iemand uitleg geeft over de dagelijkse dingen die we ALLEMAAL doen. Het is de Facebook-variant op de buurman die jou mededeelt dat de zon schijnt als jij met dikke zonnebril en sombrero aan het tuinieren bent.

 ‘Wandelen in Broek in Waterland met Bert. Volgende week gaan we weer.’

 ‘Huis snel opruimen en nasi goreng maken voor mijn oude buurtjes die straks komen eten.’

Nieuwste koffiezetapparaat van Philips gekocht: de oude was wel aan vervanging toe

 Vanwaar zo’n uitbarsting van suffigheid? Een die waarschijnlijk je eigen moeder niet eens zal boeien? Het lijkt erop dat de auteur Facebook gebruikt als dagboek om de eenzaamheid op te heffen. Maar krijgt je leven echt meer betekenis door te delen dat je soep aan het koken bent en straks tv gaat kijken? Niemand is geïnteresseerd.

 ‘Ik ben een goeroe en weet hoe het écht zit’-posts
(Al dan niet samengaand met een Deepak Chopra-citaat)

 Wil je eens een mooi, perfect mens zien? Kijk in de spiegel. Je bent 100% perfect zoals je bent.

 Veroordeel niemand voordat je in diens schoenen hebt gelopen. Je weet nooit waarom iemand zo is geworden. De ander is niets minder dan jij: een manifestatie van het kwantumbewustzijn dat door jou en mij heen werkt. We zijn allemaal één <3.

Sommige mensen krijgen het hoog in de bol nadat ze een paar zelfhulpcursussen hebben gedaan. Ze wanen zich vervolgens een wijsgeer die anderen verlichting komt brengen. Meestal met pseudowijsheden die zo algemeen of meervoudig interpreteerbaar zijn dat ze niets meer betekenen. Holle frasen, geïnspireerd of geleend van bekende zelfhulpgoeroes als Deepak Chopra en David Wolfe. De posts lijken geschreven te zijn om mensen een hart onder de riem te steken, maar moeten juist de verlichte status van de auteur bevestigen. Soms is het doel anderen te overtuigen van een absolute waarheid. Iemand heeft na een cursus ayurvedisch mantra-zingen ineens minder last van angst en is ervan overtuigd dat de hele wereld dit zou moeten doen. Deze posts zijn oprecht, maar ook kortzichtig.

En dan zijn er de zogenaamde activistische complotdenkers, die er zeker van zijn dat zij de enige objectieve Waarheid met een hoofdletter in pacht hebben. Een Waarheid die totaal verduisterd is door mainstream media, politici, Facebook, de farmaceutische en voedselindustrie, de illuminati en Satan himself. De boodschap is: ik heb me echt in de wereld (lees: internet) verdiept en ik weet nu hoe we massaal voor de gek worden gehouden. De bronnen en bewijzen voeren altijd terug op halfgare websites van een clubje complotdenkers en pseudowetenschappers die niet begrijpen wat wetenschappelijk onderzoek en kritisch denken inhoudt.

 Lees het schokkende interview met deze arts!!!!! Je kind vaccineren is kindermishandeling!!!!!! Iedereen moet dit lezen!!!!!
(Het artikel zelf – meestal vol taalfouten – staat op een vage website waar ook andere belachelijke complottheorieën huishouden. De arts is meestal geen arts maar een zelfbenoemd natuurarts die een cursus kruidengeneeskunde heeft gedaan.)

Het gevaar van deze posts is niet dat ze saai zijn, maar dat ze de mensen die zich er niet genoeg in verdiept hebben onnodig bang maken en in gevaar brengen.

 ‘Ik heb een mening die totaal voor de hand ligt, maar ik deug tenminste wel’-posts
Laten we het beestje bij de naam noemen: de wereld is kut. Nou ja, voor de meeste mensen dan. Honger, kinderarbeid, racisme, inkomensongelijkheid, milieuproblemen, armoede, bio-industrie, scooters op het fietspad. Zelfs een vijfjarig kind kan hiervan de oppervlakkige oorzaken en oplossingen benoemen. ‘Eerlijk delen? Lief zijn voor mekaar?’ Het publiekelijk benoemen van de ellende laat jou in de ogen van je lezers deugen, maar je laat vooral zien wat zijzelf ook al vinden en draagt niet concreet bij de oplossing van het probleem.

 Wanneer leren we nou om met elkaar in vrede te leven. Iedereen is gelijk ongeacht kleur, ras of religie!

De grens tussen ‘ik deug’-posts en constructief activisme is niet altijd duidelijk, maar echte activisten zijn buiten Facebook ook actief om de wereld te verbeteren en vragen op Facebook meestal concrete hulp voor het project waarvoor ze zich inzetten. Die posts zijn in ieder geval gebaseerd op meer dan alleen ijdelheid. Er moet een petitie getekend worden of geld worden gedoneerd. De mensen die alleen posten dat ze ergens mee zitten, zijn vooral bezig met laten zien dat ze oké zijn. Het zijn de mensen die na een ramp reageren met een nogal voor de hand liggend statement als:

Ongelooflijk wat mensen elkaar aandoen uit naam van religie. Ik leef mee met de nabestaanden.

… steekt een kaarsje aan voor de mensen in Nepal. Ik ben daar zelf twee geleden ook geweest, prachtig land, prachtige mensen! #aardbevingNepal

Deze mensen gebruiken een ramp om te laten zien dat ze een goed mens zijn. En dan heb je nog de politiek correcte, brave meningen die duidelijk maken dat jij het hart op de juiste plaats hebt, maar ook dat je verder totaal niet serieus hebt nagedacht over het onderwerp of de meningen van de mensen die je probeert te weerleggen. Het zijn dooddoeners die vaak onwaar zijn en alle nuance over het hoofd zien.

Weg met dat gore pvv-volk! Wat bezielt al die mensen om zo harteloos met vluchtelingen om te gaan. We hebben het over mensen. Mensen die hun gezin liefhebben en ook in vrede willen leven.

Elke religie predikt precies dezelfde waarheid en liefde! Waarom elkaar niet liefhebben zoals God het vast bedoeld zou hebben als hij zou bestaan.

Als je zwarte piet zo haat, waarom ben je dan nog in Nederland?

Omgang met Facebook
Een schrijver van wie ik de naam kwijt ben scheef ooit iets als: ‘Wijsheid is niets anders dan observeren hoe andere stupiditeiten begaan, om die vervolgens zelf niet te begaan.’ Dat is min of meer hoe ik ook met Facebook probeer om te gaan. Ik post tegenwoordig alleen maar als iets wil verkopen of informatie nodig heb. Verder blijf ik er weg.

eKudos Nu Jij

Waarom jij altijd gelijk hebt (ook als je geen gelijk hebt)

‘Waarom zie je wel de splinter in het oog van je broeder, maar niet de balk in je eigen oog?’ – Jezus Christus, spiritueel leider

Jij en ik leven met een onzichtbare handicap. Een dragelijke, maar serieuze mentale beperking die we ironisch genoeg ‘gezond verstand’ noemen. We denken vaak goede redenen te hebben om iets te vinden, terwijl we in werkelijkheid iets vinden en daar pas achteraf de redenen bij verzinnen. Die blinde vlek spotten we vaak accuraat bij anderen, maar niet bij onszelf.

Een eerste hint dat er iets goed mis is, vind je op de sociale media. Zoals Twitter. Op elk moment van de dag vind je daar intelligente, hoogopgeleide mensen – ook journalisten, deskundigen en hoge piefen met voorbeeldfuncties – die elkaar voor idioot of leugenaar uitmaken. De een weet zeker dat Zwarte Piet racisme is, de ander weet precies het tegenovergestelde. Een ander weet weer zeker dat vaccinaties gevaarlijk zijn, een ander weet dat het pertinent grote onzin is. De meeste discussies –vluchtelingen, Airbnb, Islam of Pokémon – polariseren razendsnel in een spiraal van wederzijdse akeligheid.

Is de diepere les dat de waarheid zich ergens in het midden bevindt? Nee, dat denken alleen luie mensen die zich onvoldoende in de materie verdiept hebben. De werkelijkheid trekt zich niks van onze compromissen en meningen aan. Soms heeft een van beiden gewoon gelijk, en de ander niet. (Maar wie is wie?) Als er al een les is, dan is het dat je nooit zomaar op je eigen brein kunt vertrouwen. Dat ding is namelijk niet gemaakt om zichzelf of de werkelijkheid te begrijpen, het is geëvolueerd om erin te overleven. Ons brein is daarom van nature bevooroordeeld.

Een paar stevige resultaten uit onderzoek:

We verkiezen welbespraaktheid boven eerlijkheid; zelfvertrouwen boven deskundigheid en simpele verklaringen die we begrijpen boven complexe. We schrijven succes aan onszelf toe en falen aan iets of iemand anders (tenzij we depressief zijn, dan doen we het eerder andersom). We zijn geneigd (precies dezelfde) prestaties van vreemden negatiever te beoordelen dan die van mensen uit ‘onze’ groep. We dichten mooie mensen positievere eigenschappen toe dan minder fraaie mensen. Tot slot denken we dat al die blinde vlekken meer voor anderen gelden dan voor onszelf. En die zelfoverschatting is volgens deskundigen precies de reden waarom we die vooroordelen niet corrigeren. We zien, kortom, veel zaken die er niet zijn.

Geloof – hoe onwaar of onzinnig ook – is onze geboortegrond.
Hoeveel illusies er ook zijn, je kunt ze altijd in een van twee categorieën plaatsen: 1) je ziet een patroon of betekenis waar er geen is, en 2) je ziet geen patroon of betekenis waar er wel een is. Mensen zijn vooral gemaakt om aan de eerste illusie te lijden. Die was extreem nuttig om te overleven. In de jungle, waar onze voorouders leefden, kon je er beter van uitgaan dat het struikgeritsel afkomstig was van een gevaarlijk roofdier dan van de wind. In het eerste geval gebeurde er niets, in het tweede geval werd je gedegradeerd tot lunch. Alerte, achterdochtige mensapen overleefden langer en gaven dus ook vaker hun genen door. Jouw en mijn brein zijn een directe kopie van onze conservatieve voorouders.

De defaultpositie van de mens is om er maar vanuit te gaan dat een patroon echt is. Simpelweg íets geloven is voor ons brein natuurlijker dan twijfelen, onderzoeken, experimenteren en testen hoe het écht zit. Dit is een van de redenen waarom veel mensen wetenschap wantrouwen, terwijl wetenschap bij uitstek is ontworpen om menselijke vooroordelen en denkfouten te omzeilen.

Het recept tegen welke illusie dan ook is – hoe kan het anders – de relevante feiten kennen. Maar dan nog, zelfs wanneer je mensen overweldigende bewijzen en goede argumenten tegen hun geloof presenteert, vallen zij er meestal niet vanaf, maar zullen ze dat instinctief juist versterken. Dit wordt ook wel het backfire-effect genoemd.

Een bizar voorbeeld: het is je vast niet ontgaan dat de Aarde – ondanks dat talloze onheilsprofeten haar ondergang regelmatig hebben voorspeld – nog niet is vergaan. Zelfs niet in 2012, het eens zo gevreesde einde van de Maya-kalender. Wat deden al die falende profeten en hun volgelingen eigenlijk met de feiten? Gaven ze toe dat hun geloof niet klopte? Zelden. Meestal werd hun geloof en toewijding juist sterker. Om hun oorspronkelijke geloof te rechtvaardigen gaven ze meestal een deze verklaringen voor de non-gebeurtenis:

1) De letterlijke Apocalyps met aardbevingen, overstromingen en hellevuur werd geherinterpreteerd als een onzichtbaar spiritueel proces (dat alleen de profeet en zijn volgelingen opmerkten).
2) Het was een test: God wilde weten of de profeet en zijn mensen wel écht voor hem door het vuur zouden gaan.
3) De datum werd verschoven vanwege een kleine misrekening van de profeet of een serieuze bedenking van God.

Dit is bijna net zo kras als dat je mij keihard in het gezicht slaat en ik even later (met een zakje ijs tegen mijn wang) mompel dat jij mij nooit met een vinger zou aanraken. Hoe gaat deze feitenontkenning eigenlijk in zijn werk?

Het brein heeft een defensiemechanisme tegen de werkelijkheid.
Een kort zijpad dat je misschien herkent: een waterval aan complimenten voelt een paar minuten lekker, maar één kritische noot – zelfs als het onterecht is – kan voelen als een mokerslag waarvan je de rest van de week moet bijkomen. Verklaring? Informatie die klopt met wat wij sowieso al geloven is niet zo interessant voor ons brein omdat we daar verder geen actie op hoeven te ondernemen. Ons brein is geëvolueerd om extra gevoelig te zijn voor informatie die dat ons wereldje bedreigt. Informatie die ons wereld- en zelfbeeld tegenspreekt doet extra pijn.

Neurowetenschapper Kevin Dunbar onderzocht het backfire-fenomeen ooit met een fMRI-breinscanner en deed een veelzeggende ontdekking: een mensenbrein dat informatie krijgt die strookt met wat het al gelooft, licht op in hersendelen die samengaan met leren en het verwerken van informatie. Bij tegenstrijdige informatie dooft die hersenactiviteit juist wat uit en wordt het brein actiever in gedeelten die samengaan met zelfbeheersing en de onderdrukking van gedachten. Kortom, het brein wordt dan defensief en zoekt naar een manier om de spanning van de tegenstrijdige informatie teniet kan doen. Het komt al snel met argumenten op de proppen – ook hele slechte – om het oorspronkelijke geloof in stand te houden.

Precies hierom hebben goedbedoelde gesprekken om religieuze, ideologische of politieke verschillen te slechten vaak een averechts effect. In plaats dat tegenstanders gemeenschappelijke grond vinden, raken ze gevoelsmatig juist nog meer van elkaar verwijderd. In een bekend Amerikaans onderzoek van Myers en co (1970) werd aan progressieve en conservatieve studenten gevraagd om een paar gevoelige politieke issues met elkaar te bespreken. Het resultaat: slechts door met elkaar te praten werden de conservatieven conservatiever en de toleranten nog toleranter. Groepspolarisatie wordt dit genoemd: iets wat op dit moment door sociale media als Twitter in rap tempo gebeurt.

Het backfire-effect geeft ook onzinnige complottheorieën extra brandstof. Complotdenkers zien zowel het gebrek aan bewijs als een tegenbewijs vaak juist als ‘bewijs’ van een goed georganiseerde cover-up die bewijzen wegmoffelt of manipuleert. Soms klopt het, maar als zelfs het gebrek aan bewijs wordt gezien als bewijs, dan is the sky the limit. Op internet vind je tal van hardnekkige en bizarre complottheorieën die wereldwijd al jarenlang door grote groepen aanhangers worden geloofd. Ze kunnen – gezien de tegenstrijdige theorieën die in omloop zijn – alvast niet allemaal waar zijn.

Het probleem met internet is dat het als een spiegelpaleis functioneert. Je checkt al snel de sites die jouw eigen ideeën terugkaatsen en negeert corrigerende informatie. Hierdoor kom je steeds vaster in je eigen ‘werkelijkheidsbubbel’ te zitten. In een langdurend onderzoek op Facebook (2010-2014) van Vicario et al. bleek dat internetters vooral informatie delen die strookt met hun vooroordelen zonder nog te letten op feiten en betrouwbaarheid van die informatie.

Ik zal hierdoor vast wat haters krijgen, maar het backfire-effect verklaart ook het huidige succes van de populaire antivaccinatie-lobby. Ondanks dat de wetenschappelijke consensus overweldigend is dat vaccinaties niet alleen miljarden levens redden, maar ook relatief veilig zijn, ziet de antivaccinatie-brigade het als een complot van de farmaceutische industrie, de mainstream media, de overheid, de wetenschap en reguliere geneeskunde om gezonde mensen voor hun eigen doelstellingen (geld en macht) te vergiftigen. In een onderzoek Van Nyhan & Reifler (2015) werden antivaccinatie-sympathisanten willekeurig in groepjes geplaatst om te zien welke van twee methodes het meest efficiënt waren om hen enigszins aan hun standpunt te laten twijfelen. De ene groep kreeg een rationele samenvatting van wetenschappelijk onderzoek, in de andere groep werden vooral emotionele argumenten gebruikt die duidelijk aantoonden hoe vreselijk de gevolgen konden zijn voor niet-ingeënte kinderen. Het resultaat? In beide groepen werd het anti-vaccinatie-sentiment juist sterker. Een bevestiging van het backfire-effect.

Ik wil niemand belachelijk maken, want we zijn allemaal geboren complotdenkers. Antropoloog Pascal Boyer deed ooit onderzoek onder verschillende natuurvolkeren en ontdekte dat zij allemaal een geloof deelden in onzichtbare entiteiten die het leven achter de schermen regelden. Bliksem, griep, een slechte oogst, winnen met voetbal: allemaal het werk van Goden, engelen, demonen, natuurgoden, complotten of aliens. Vooral in onzekere situaties hangen we liever een schijnverklaring aan dan te erkennen dat we het gewoon niet weten. Waarom tolereren we onzekerheid zo slecht?

De linkerhersenhelft: de fantast in ons brein.
Mensen zijn zowel in staat tot verbluffende inzichten en uitvindingen als ongelofelijke waanzin en domheid. Soms tegelijkertijd. Je kunt bijvoorbeeld een wiskundig genie zijn en tegelijkertijd geloven dat bruine bonen kwaadaardig zijn (Pythagoras). Je kunt in je eentje de zwaartekrachttheorie hebben uitgedacht en ondertussen geloven dat het doel van dit leven is om goud uit koper te maken (Isaac Newton). Je kunt de hele mensheid hebben verlicht met je uitvindingen en ondertussen drie keer angstvallig om elk gebouw heen moeten lopen voordat je er naar binnen durft (Nicola Tesla). Niemand is alleen maar slecht of gek, en niemand is alleen maar goed of wijs.

Wat is het mechanisme waardoor zin en onzin vaak in één en dezelfde schedel kunnen samengaan? Het lijkt er haast op dat er twee personen in ons hoofd zitten. En hoe belachelijk dit ook klinkt, misschien is dat niet eens zo ver van de werkelijkheid.

Ons brein bestaat uit twee hersenhelften die, ondanks dat zij continu met elkaar communiceren via de hersenbalk (corpus callosum), ook geheel zelfstandig van elkaar functioneren. Hoewel we voor veel taken beide helften nodig hebben, heeft elke helft een unieke kijk op de werkelijkheid. De linkerhelft is het analyserende gedeelte: het vereenvoudigt en verdeelt de werkelijkheid in hokjes, labels en oorzaak-gevolgrelaties. Het is gespecialiseerd in taal, rekenen en logisch en lineair nadenken. Het is ook dat deel dat dit artikel nu probeert te snappen en er een eigen oordeel over vormt. De rechterhersenhelft ervaart de werkelijkheid meer op een holistische manier. Je kunt dit deel zien als het waakzame, zintuiglijke, empathische en creatieve gedeelte: je intuïtie. Het is dit deel dat jou laat opschrikken als het iets verdachts hoort of verdriet in de stem van je geliefde hoort. Het ziet verbanden die de linkerhelft mist. De beschouwende rechterhelft informeert de uitvoerende linkerhersenhelft over hoe het gezamenlijke doelen kan bereiken, de linkerhelft bepaalt meestal het uiteindelijke beleid en voert het uit.

Over het algemeen functioneert dit huwelijk vrij harmonieus. En dat is maar goed ook, want beide helften hebben elkaar hard nodig. Onze beslissingen worden vaak door inzichten van beide hersenhelften geïnformeerd, maar soms is hun communicatie verstoord. In je eigen leven herken je het misschien door dit soort uitspraken: ‘Ik weet niet wat het is: die vrouw lijkt heel aardig, maar toch vertrouw ik haar niet.’ Of: ‘Ik weet verstandelijk dat dit een heel pijnlijke situatie is, maar ik voel het nog niet.’ In het eerste geval voelt je rechterhelft iets wat je linkerhelft nog niet in woorden kan uitdrukken. In het tweede geval voorziet de linkerhelft een gevolg dat de rechterhelft nog niet bevat.

De sterke ‘onafhankelijkheid’ van beide helften bleef heel lang onopgemerkt, totdat hersenwetenschapper Roger Sperry patiënten onderzocht bij wie de hersenhelften operatief volledig van elkaar gescheiden waren. Deze mensen lijken vrij op het eerste gezicht normaal, totdat je je goed onderzoekt. De conclusies zijn niets meer dan verbazingwekkend: het lijkt er sterk op dat deze mensen uit twee onafhankelijke personen bestaan, met eigen geheugens, identiteiten en verlangens. Voor dit artikel relevant: telkens waarin expliciet aan de rechterhelft werd gevraagd iets te doen (zonder medeweten van de linkerhelft) verzon de linkerhelft daar achteraf een totaal uit de duim gezogen verhaaltje bij waarom dat gebeurde. Als de rechterhelft een smiley face natekende omdat het dat net op een beeldscherm had gezien, en de linkerhersenhelft moest verklaren waarom dat getekend werd, dan antwoordde het iets onzinnigs als: ‘Hoezo? Wil je dat ik een verdrietig gezicht teken? Ik zie graag gelukkige gezichten.’

Het is de dominante linkerhersenhelft die alles verklaard hebben, zelfs als het geen of onvoldoende kennis van zaken heeft. De linkerhelft komt niet alleen met versimpelde versies van de werkelijkheid, maar ook met onzinnige verklaringen voor wat er gebeurt. En het is er heel slecht in dat eerlijk te erkennen. Talloze onderzoeken naar gezonde proefpersonen laat hetzelfde zien. De linkerhersenhelft is een zwamneus. In een ander grappig onderzoek werd vrouwen gevraagd te kiezen tussen twee nylon panty’s. De vrouwen kwamen stuk voor stuk met aannemelijke argumenten waarom ze de ene en niet de andere panty kozen: ze noemden subtiele verschillen in textuur, kleur of kwaliteit. In werkelijkheid waren het identieke panty’s. Zij rationaliseerden hun keuze zonder dat er enige reden voor was.

Wetenschapsjournalist Rita Carter geeft in haar boek Mapping the mind een goede evolutionaire reden waarom we deze blinde vlek zouden kunnen hebben: ‘De menselijke soort is zover gekomen door het vormen van complexe sociale structuren – van een groep jagers tot een politieke partij – en ervoor te zorgen dat deze harmonieus functioneren. Om een groep te laten functioneren is het nodig dat we er vertrouwen in hebben, en om er vertrouwen in te hebben, moeten we geloven dat deze organisaties gebaseerd zijn op gezonde, rationele beslissingen.’ Op dezelfde manier geeft het rationaliseren van onze beslissingen onszelf het gevoel dat wij geestelijk gezond zijn.

Misschien wordt het inmiddels tijd voor de volgende evolutionaire stap. De ‘linkerhersenhelften’ hebben een zootje van deze wereld gemaakt. We hebben nu vooral mensen nodig die gezond wantrouwen koesteren tegen die onuitputtelijke verklaringswaan van hun linkerhersenhelft. Dan kunnen we misschien samen uitzoeken hoe het wel zit.

Zoals Bertrand Russel, filosoof, ooit al zei: ‘Het probleem met de wereld is dat de idioten zeker van zichzelf zijn en de intelligenten vol zelftwijfel.’

eKudos Nu Jij

Communicatieregel: stop de Cirkel der Verwijten


Je kent ze vast. Partners die slechts nog in verwijten communiceren. “En ja hoor, je hebt weer een vlek in je trui.” ‘Ach, wat maakt jou het uit hoe ik eruit zie, het is niet dat we een seksleven hebben of zo.” Het vreemde is dat mensen aan deze vorm van communicatie wennen en dat ze het jarenlang kunnen volhouden. Dat is conditionering. Je traint elkaar hierin. Ook hier is het probleem dat de partners op een gegeven moment allebei denken dat het vooral aan de ander ligt. Als partnerlief verandert zullen zij het misschien ook overwegen. Het is een denkfout die beider geluk saboteert.

Als jij verandert, verandert je partner mee.
Vooral als je al lang samen bent is het soms heel makkelijk om vooral te zien wat er NIET goed gaat binnen jullie relatie. Het goede is vanzelfsprekend en wordt niet meer gezien, het ‘slechte’ steeds meer in het oog springend. Bepaalde gedragingen van je partner kunnen je na verloop van tijd zelfs jeuk of andere allergische reacties geven. Misschien heb je jarenlang gevochten om iets in jullie relatie te veranderen, tevergeefs. Daar word je moedeloos van. En vaak ook lui. Je hebt geen zin om je best te doen.

Hoe logisch het ook voelt om bij elke ‘misstap’ van je partner een kritische noot te zingen, probeer de communicatie constructief te houden. Klaagzangen en verwijten maken een fijne relatie erg moeilijk. Het is besmettelijk en zorgt ervoor dat je partner precies hetzelfde doet. Het uiten van een echte vraag of wens maakt het voor de ander veel aantrekkelijker om positief te reageren.

De eerste en meest belangrijke stap in de oplossing van relatieproblemen is door je te houden aan een rigoureus verwijtendieet! Stop met verwijten! Een kleine klaagzang op zijn tijd kan wat lucht geven, maar hou het beperkt.

Verwijten verlammen!
Hij: ‘Was je weer op pad? Je doet veel leukere dingen met je vrienden dan met mij!’
Zij: ‘Alsof jij de laatste tijd zo leuk bent om iets mee te doen.’

Hij: ‘En waarom moet het altijd zo’n zooi zijn als ik thuis kom?’
Zij: ‘Ik ben weggevlucht omdat jij vanochtend chagrijnig leek. Daar had ik weinig trek in.’

Het uiten van een wens of vraag zorgt voor betrokkenheid
Hij: ‘Vind je het leuk om vrijdag samen naar het strand te gaan? Ik heb toevallig een vrije dag gekregen.’
Zij: ‘Ik heb eigenlijk met Marie afgesproken, maar ik zal eens vragen of ik dat kan verzetten. Lang geleden dat wij op het strand waren, leuk!’

Hij: ‘Ik heb het vandaag druk, zou jij alsjeblieft de afwas kunnen doen?’
Zij: ‘Ik heb het ook behoorlijk druk, maar vooruit dan: omdat jij het bent!

Dit artikel is onderdeel van het kritiek-gedeelte van de cursus ‘Communiceren kun je leren’.

eKudos Nu Jij

Liegen binnen relaties: mag dat?

Deskundigen schatten dat we in 10 tot 30 procent van onze communicatie bewust de waarheid verdraaien. De redenen daarvoor liggen voor de hand: pleasen, schaamte voorkomen, fouten verhullen, voordeeltjes halen of confrontaties vermijden. De verleiding om te liegen ligt altijd op de loer. Omdat we onszelf graag als ‘eerlijk en aardig’ zien, praten we onze oneerlijkheid meestal goed. ‘Ach, als de ander er niet achter komt, wie doen we er dan eigenlijk kwaad mee?’ Laten we ons eens eerlijk afvragen of dat écht zo is.

Mijn definitie van liegen: je liegt wanneer je bewust anderen misleidt op het moment dat zij eerlijkheid verwachten. Dat doe je wanneer je probeert een ander iets te laten denken, waarvan jij weet dat het niet waar is. Daar horen leugentjes om bestwil dus ook bij.

Natuurlijk kun je tegelijkertijd eerlijk zijn en er toch volkomen naast zitten. Je kunt jezelf voor de gek houden en daarmee ook anderen, terwijl je wel nobel bent in je streven. Het gaat om de intentie die je erbij hebt. Je bent eerlijk als je naar beste wil de inhoud van wat jij gelooft representatief probeert over te brengen. Dat hoeft uiteraard niet volledig, door een oneindige stroom aan openhartigheid en details over de ander uit te storten, maar je weet heus wanneer de ander informatie van jou verwacht die jij verzaakt te geven. Dit zijn de signalen:

1. Je geweten begint te knagen (als je tenminste geen psychopathische inslag hebt).
2. Je moet moeite doen om die onwaarheid – nu en in de toekomst – te onthouden en te beschermen tegen ontmaskering.

Zelfs met deze definitie blijft de grens tussen leugen en eerlijkheid vaag. Sommige misleiding bestaat uit geslijm of veelzeggende stiltes, andere uit verscheurde documenten en hele complotten waarin ook andere kennissen en vrienden betrokken zijn. Niet zeggen wat je weet kan net zulke nare gevolgen hebben als actief de werkelijkheid verdraaien. Je kunt trouwens ook de waarheid gebruiken om te misleiden. Daar heb ik me zelf ook schuldig aan gemaakt. Dat ging vaak zo:

De ander: ‘Hee, waarom was je niet op mijn afscheid? Je zou komen?’
Ik: ‘Het was een rare week, veel werken, en toen werd ik nog ziek ook!’

En wat ik zei klopte feitelijk, maar het heeft allebei niets te maken met waarom ik er niet was: ik had gewoon geen zin en was níét ziek op de dag van het afscheidsfeest zelf.

Eerlijk zijn voelt goed
Uit onderzoek blijkt ondubbelzinnig dat zelfs de grootste leugenaars uitwisselingen van eerlijkheid meer waarderen dan communicatie waarin ze de boel verdraaien. En dat is niet meer dan logisch. Een echte band bestaat bij de gratie van wederzijds vertrouwen en transparantie. Dat geeft een uitermate goed gevoel, meetbaar in de hersenen als het hormoon oxytocine. Liegen saboteert dit gevoel en rooft energie: je bouwt een figuurlijke muur tussen jou en de ander. In veel gevallen eentje die om onderhoud en versterking vraagt, en dus om een goed geheugen. Zelfs de meest onschuldige leugen (‘Leuk zo’n lezing.’) vraagt vaak om een vervolgleugen (‘Oh, of ik volgende week mee ga? Dan kan ik toevallig niet. Volgende keer misschien.’).

Na een paar nare ervaringen en het lezen van het boek Lying van Sam Harris ben ik om. Liegen binnen intieme relaties maakt ons (liefdes)leven zelden beter. Zelfs de leugentjes om bestwil kun je vaak beter achterwege laten. In zijn boek staan tal van voorbeelden over de effecten van kleine en grote leugens. Zijn conclusie na het bestuderen van het onderwerp: de waarheid is altijd beter, tenzij er een SS’er voor je deur staat en jij Anne Frank voor hem verborgen houdt.

Liegen compliceert ons leven onnodig, het vergiftigt intieme relaties met wantrouwen en we beroven de ander van de mogelijkheid om gepaste actie te ondernemen op wat wij (stiekem wel) als de werkelijkheid zien. Daarbij zijn het de kleine, onschuldige leugentjes die leiden tot het grotere bedrog en onhoudbare dubbellevens.

Kleine leugentjes plaveien de weg voor het grote bedrog
Veel mensen durven niet eerlijk te zijn tegen hun partner omdat de waarheid soms écht pijnlijk en lelijk is. Niemand hoeft ze te vertellen wanneer dat zo is:

Regelmatig vreemdgaan met een collega
Gokverslaafd zijn zonder dat de partner het weet
Stiekem grote schulden maken

Deze categorie leugens laat doorschijnen hoe egoïstisch iemand bezig is. Dit zijn de leugens waarbij iemand de eigen verlangens of belangen boven die van de partner stelt. Eerlijkheid hierover brengt de relatie terecht in gevaar. Er bestaat een grote kans dat de relatie voorbij is als de partner erachter komt. Hoe erg het uiteindelijke resultaat soms ook is, in de praktijk zijn grote leugens en dubbellevens het resultaat van een simpele vuistregel die iemand zichzelf ooit heeft aangepraat: ‘Ach, wat niet weet, wat niet deert, zo erg is het niet als ik …’

Het gevaar van het toestaan van kleine leugentjes is de glijdende schaal waar ze zich op bevinden. Dubbellevens, verslavingen en grove leugens krijgen vaak vrij spel om in alle rust tot een monster uit te groeien, puur omdat niemand ervan op de hoogte was. Iemand die met zichzelf heeft afgesproken eerlijk te zijn, kan zijn leven niet op zo’n manier laten ontsporen. Als je je zoveel mogelijk aan de werkelijkheid houdt, hoef je niks te onthouden. Leugens daarentegen, hoe klein ze ook zijn, moet je keer op keer tegen ontmaskering beschermen. Daarom groeien ze.

‘En, vond je mijn workshop goed? ’
‘Euh, ja super. Mensen waren erg tevreden, hoorde ik.’
‘Ah top, dankjewel. Zeg, kun je mij aan jouw connectie X aanbevelen en een ontmoeting regelen?’
‘Uhm, ja,… ik zal eens denken of ik uh… tuurlijk.’
‘Super, ik mail je nog.’

Ik ben, net als veel mensen, conflictvermijdend van aard. Een pleaser. Ook in intieme relaties. Dat heeft – achteraf gezien – voor onnodige drama’s, teleurstellingen en misverstanden gezorgd. Ik heb daarom weer veel situaties vermeden en kansen gemist puur omdat ik het heel lastig vond om anderen en mezelf in een ingewikkelde situatie te brengen. Dat veranderde tot ik leerde dat:

- Je ongemakkelijke en gênante waarheden op een verteerbare manier kunt brengen (zonder te liegen).
- Eerlijk zijn, ook als het op de korte termijn strijd geeft, op de lange termijn zuiverend werkt op je relaties en leven.
- Andere mensen vaak meer op je lijken (en je beter begrijpen) dan je van tevoren vermoedt.

Vooral dat laatste inzicht is makkelijk te missen: als jij jouw beweegredenen verstopt, blijven die van de ander vaak ook voor jou verborgen. Intimiteit en vertrouwen vragen om wederkerigheid. Mensen spiegelen elkaar daarin. Als jij open en kwetsbaar bent, is het uitnodigender voor de ander dat ook te doen. Relaties worden oppervlakkiger door je gevoelens, wensen en angsten niet te bespreken. Intimiteit, eerlijkheid en kwetsbaarheid hebben veel met elkaar te maken.

Het gevaar van de valse belofte: de eerste zonde
Leugentjes om bestwil worden door de meeste mensen geaccepteerd en zelfs gepropageerd. We gaan ervan uit dat de waarheid vaak onnodig pijnlijk is en dat we de ander daarmee niet zouden moeten kwetsen. Zelfs als we weten dat die ander daar veel aan zou kunnen hebben. Veel mensen willen geen spelbreker zijn en zeggen iets waarvan ze denken dat de ander (of de situatie) van ze verwacht. Kleine valse beloften bijvoorbeeld hebben de schijn van een afspraak, maar dat zijn het niet. Vaak zit er al een ontsnappingsmogelijkheid in. Ze klinken vaak zoiets:

‘Ja, laten we snel een weekendje samen plannen, we hebben het er nog over.’
‘Kleine kans dat ik zaterdag al iets heb, maar anders ben ik er natuurlijk gewoon bij.’

Het gevaar van de kleine valse belofte is dat het zo makkelijk is. Je zegt gewoon wat de ander nú wil horen. Op die manier geef je de ander een goed gevoel, een bevestiging van de continuïteit van jullie band en je wordt er zelden direct en helemaal op afgerekend als je het uiteindelijk niet nakomt. Je komt er bijna altijd mee weg zonder direct aan gezichtsverlies te lijden, en er is genoeg tijd om het de volgende keer wel goed te doen. In de praktijk kan de kleine valse belofte echter een lege gewoonte worden waarmee je het vertrouwen beschadigt. Langzaam maar zeker vergiftig je de band met toenemende irritatie en ergernis. Kleine valse beloften laten de ander zien dat je eigenlijk onberekenbaar bent: ofwel je hebt weinig zelfkennis ofwel je woorden hebben weinig betekenis.

De oplossing is simpel, maar vergt waarschijnlijk wel wat oefening: Pas je gedrag aan de inhoud van je woorden aan, of je woorden aan je gedrag. Woorden en daden laten overeenkomen kan best lastig zijn: ‘Nee’ zeggen tegen afspraken of ‘vrienden’ waar je geen zin in hebt, kan uiteindelijk maken dat bepaalde mensen en rituelen voorgoed uit je leven verdwijnen. Misschien kom je erachter dat je veel dingen tegen je zin doet, puur om anderen te behagen. Wie precies help je daarmee?

Heldere en realistische afspraken maken en die nakomen is goed voor het creëren van vertrouwen en goede relaties. Mensen die afspraken te weinig naleven, worden als incompetenter of ongeïnteresseerder gezien. Wees daarom zuinig met al te royale beloften en makkelijke toezeggingen. Zelfs als mensen denken dat je het goed bedoelt, krijgen ze toch het gevoel niet van jou op aan te kunnen.

Leugentje om bestwil: wiens bestwil precies?
In sommige situaties gaan we ervan uit dat de werkelijkheid écht verborgen moet blijven. Bijvoorbeeld als je geliefde vraagt: ‘Vind je mij te dik in deze jurk?’ De meeste partners horen daar een commando in: ‘Zeg me dat je me aantrekkelijk vindt en van me houdt.’ Het is altijd goed om tussen de regels te lezen wat iemand nou precies vraagt, maar de angst om iemand te zeggen wat je vindt is vaak ongegrond. Vooral wanneer iemand écht om jouw feedback vraagt, faal je door niet te zeggen wat je vindt.

Harris komt in zijn boek met een voorbeeld: Hij zat ooit met een goede vriend bij diens zwembad toen deze hem vroeg: ‘Zeg eerlijk, vind je mij dik?’ De vriend – waarschijnlijk op zoek naar geruststelling – kreeg van hem te horen: ‘Nou ja, niemand zal jou nawijzen in de trant van: gut, moet je die dikzak nou eens zien, maar als ik jou was zou ik zo’n tien kilo’s willen afvallen.’ De meeste mensen zouden zich er met een leugentje om bestwil van af hebben gemaakt: ‘Nee joh, maak je geen zorgen om een beetje babyvet. Je ziet er prima uit.’ Daarmee was de kous waarschijnlijk af geweest. In dit geval gebeurde er iets anders. De vriend was het met Sam eens en besloot ter plekke om iets aan zijn overgewicht te doen. Een paar maanden later was hij op zijn oude gewicht. Er was zo’n twaalf kilo af. Zowel de vriend als Sam hadden voor het gesprek niet kunnen bedenken wat het gevolg van deze eerlijkheid zou zijn. Veel mensen vinden dit soort eerlijkheid moralistisch, betuttelend en zelfs arrogant.

‘Wie ben ik nou om te zeggen dat mijn vriend te dik is?’
‘Wie ben ik nou om te zeggen dat ik het toneelstuk van mijn vriendin niet mooi vindt?’
‘Wie ben ik om te zeggen dat ze maar beter een andere partner kan vinden?’

Je kunt deze vragen natuurlijk prima omdraaien: wie ben jij als vertrouweling om het níét te zeggen? En hoe zou jij het vinden als jij eerlijke feedback wilt op jezelf of je prestaties. Heb jij – als je er echt bij stil staat – liever valse geruststelling of eerlijke feedback? Door te liegen ontneem je anderen een waardevolle kans iets te leren en hun situatie te verbeteren. Eerlijk zeggen wat je vindt, betekent uiteraard niet dat jij de waarheid in pacht hebt, maar wel dat je de ander jouw kijk op de zaak geeft. Als jij denkt dat iemand beter af is door jouw versie van de werkelijkheid te kennen dan hebben jullie uiteindelijk hetzelfde doel: het verbeteren van andermans leven.

Maak onderscheid tussen mening en objectieve werkelijkheid
‘Eerlijk zijn’ is niet synoniem voor ‘de moralist uithangen’. Het gaat er natuurlijk níét om te pas en te onpas je intimi ongevraagd advies te geven en hen rot te laten voelen. Een beetje zelfcensuur en nadenken over wat de kern van jouw waarheid is en hoe je die het best kunt brengen, hoort daarbij. Er zijn verschillende manieren om dezelfde waarheid te brengen en ze zijn niet allemaal even goed of nuttig. In de meeste situaties is er een waarheid te vinden die jullie bindt in plaats van uit elkaar drijft. Als het gaat om je partner dan is de achterliggende waarheid dat je van hem/haar houdt en ofwel jullie relatie wilt verbeteren ofwel de ander (uiteindelijk) gelukkiger en succesvoller te zien. En als dat niet zo is, dan zit je waarschijnlijk in de verkeerde relatie.

Pas daarbij op ‘jouw subjectieve mening’ niet te verwarren met ‘objectieve werkelijkheid’. Mensen die hun waarheid als ‘de enige waarheid’ zien en het daarom graag opdringen aan anderen zijn vaak wel eerlijk, maar vergeten vaak dat die werkelijkheid in veel gevallen nogal relatief is. Eerlijkheid klinkt vaker als ‘Ik weet het niet’ dan ‘Ik weet precies hoe het zit.’

Let op het verschil tussen onderstaande uitspraken:

1. ‘Ik vind je speech nu nogal technisch en daardoor minder inspirerend dan zou kunnen… ik zou er denk ik wat persoonlijke anekdotes aan toevoegen.’

2. ‘Nee sorry, je verhaal heeft écht geen flow. Hou maar op, het is saai.’

‘Gezonde eerlijkheid’ is verwoorden wat je denkt, voelt en zou willen, niet het opdringen van jouw wereldbeeld als waarheid. Het eerste begint vaak als ‘ik vind…’, het tweede als ‘het is…’. Dat laatste lijdt tot problemen in relaties. Nergens zie je dat zo duidelijk als in relatietherapie. Vaak is er een van de twee partners die stellig meent te weten wat goed voor de ander is: ‘Mijn vrouw zou meer moeten sporten en minder tv moeten kijken. Ook het dagelijkse wijntje zou ze moeten laten staan. Ze geeft een slecht voorbeeld aan onze dochter.’ Hoewel zijn opmerking misschien aannemelijk klinkt en bovendien goed bedoeld is, is het niks meer dan zijn subjectieve mening. Eentje die hun relatie geen goed doet. Zou zijn vrouw meer moeten sporten? Zouden zowel zijn vrouw als dochter niet zelf weten wat goed voor hun is? Is de fietstocht naar haar werk en haar werk als bloemist niet sportief genoeg? Is tv-kijken eigenlijk wel zo slecht? En een wijntje?

Over de antwoorden op al deze vragen kun je van mening verschillen, maar geen enkele mening is de allerhoogste werkelijkheid. Veel relaties zijn een ware hel door dit soort mening-versus-feit-misverstanden. Eerlijkheid in dit geval is dat de man graag wil dat zijn vriendin hem serieus neemt en naar zijn argumenten luistert. Dat is de achterliggende werkelijkheid. Door stellig en betweterig te zijn, bereikt hij juist het tegenovergestelde. Hij kan beter iets zeggen als: ‘Ik ben bezorgd over je gezondheid en het effect wat je op onze dochter hebt.’ Op die manier ontstaat er eerder een eerlijke, gelijkwaardige dialoog.

Verstoppertje spelen: wie ben je eigenlijk?
Mensen die veel liegen zijn zelden slechte of gemene mensen. Het zijn juist vaak lieve, conflictvermijdende mensen die ooit misschien goede redenen hadden om systematisch te liegen. Ik denk bijvoorbeeld aan een homoseksuele cliënt die uit angst voor zijn streng religieuze ouders van jongs af aan had geleerd om de essentiële dingen over zichzelf totaal te verzwijgen. Rond zijn vijfentwintigste was zijn leven een totale leugen – verloofd met een vrouw, werkend in een baan waar hij niet thuishoorde, ontspanning vindend in darkrooms. Verstoppertje spelen was een levensstijl voor hem geworden. Op een gegeven moment had hij ondanks de verloving met een vrouw een stiekeme affaire met zijn mannelijke collega, die hij ook weer bedroog met andere mannen. Zijn leven was een zootje. Het kaartenhuis stortte in toen de collega – de man waarvan hij echt hield – erachter kwam en hun relatie verbrak. Pas toen is hij hulp gaan zoeken om zijn leven op de rails te zetten. De meeste mensen hoeven gelukkig niet uit zo’n diepe, donkere kast te kruipen, maar er zijn veel mensen die zichzelf onnodig verstoppen in hun relaties. De meeste partners doen geen dingen die het daglicht niet verdragen, maar ze laten belangrijke verlangens en behoeften in hun relatie onbesproken.

Als liegen eenmaal een gewoonte is geworden, ben je jezelf aan het verstoppen. En dat is, als je het maar bij voldoende mensen doet, een goed recept om eenzaam, onbegrepen en ongelukkig te worden. Het wordt bovendien lastig een coherent zelfbeeld te hebben: je gedraagt je anders in het bijzijn van anderen dan hoe je echt bent. Dat is verwarrend. De ander reageert niet op jou, maar op een versie die jij van jezelf laat zien. Echte leugenaars hebben vaak problemen met hun identiteit: ze weten eenvoudigweg niet meer wie ze nou echt zijn. Hoe minder maskers je hebt, hoe makkelijker en transparanter je leven daardoor wordt. Mensen weten wat ze aan je hebben en jij weet sneller wat jij aan anderen hebt.

Toegegeven, deze transparantie is niet altijd eenvoudig. Bijvoorbeeld: homoseksueel of atheïst zijn in een gezin of cultuur waarin dat wordt afgekeurd, is een stuk lastiger dan wanneer de omgeving meer progressief is. Je seksuele wensen uiten is lastig als je weet dat jouw partner daarvan walgt. Enzovoorts. Hoe meer jouw meningen, verlangens en slaapkamergedrag overeenkomen met wat in jouw (sub)cultuur, familie, relatie of vriendenclub algemeen aanvaard is, hoe makkelijker het is om daarover eerlijk te zijn.

Als we een andere mening hebben dan de rest, dan zullen we onbewust proberen gemeenschappelijke grond te vinden met de heersende opinie. Genoeg groepsdruk (en cognitieve dissonantiereductie) kunnen zelfs de meest onafhankelijke individuen tot een modelburger maken. Meedoen is vaak meer belonend en een stuk eenvoudiger dan rebelleren. Maar lang niet altijd zaligmakend. De ‘moeilijke’ weg kiezen is meestal een bevrijding. Iemand die echter te weinig ruggengraat heeft ontwikkeld om af en toe te zeggen wat hij écht vindt, mist waarschijnlijk iets heel essentieels in zijn leven: een band met anderen. En dat gebrek aan connectie zie je helaas ook in veel liefdesrelaties terug.

Liegen kan verhullen dat je in de verkeerde relatie zit
Goede relaties zijn vaak gelijkwaardig. Die gelijkwaardigheid blijkt vaak uit een simpele graadmeter: eerlijkheid. Hoe eerlijker je tegen elkaar kunt zijn en hoe meer jullie daardoor jezelf kunnen zijn, hoe langer jullie het waarschijnlijk met elkaar uithouden. Eerlijkheid zorgt dat de relatie niet scheefgroeit en dat misverstanden worden gecorrigeerd. Het werkt als een spiegel. Als jij belangrijke menings- en behoefteverschillen onbesproken laat om ongemak te voorkomen, saboteer je – vooral op de lange termijn – je relatiegeluk. Terwijl de relatie steeds meer op gewoonte en routine vaart, zal jij onderwijl steeds ontevredener worden en misschien zelfs stiekem toch doen waar je behoefte aan hebt en niet doen waar de ander behoefte aan heeft. En daar moet je in toenemende mate voor liegen. In een liefdesrelatie kan dat zijn: vreemdgaan; hoofdpijn veinzen om maar geen seks te hebben, liegen om minder thuis te hoeven zijn, enzovoorts.

Door je toevlucht te nemen tot de leugen, word je misschien niet direct geconfronteerd met het feit dat dat je in een onvruchtbare relatie zit, maar je geeft je relatie ook geen kans om uit te bloeien tot iets moois. Eerlijk zijn – zowel tegen jezelf als de ander – is de beste manier om uit te vinden of je überhaupt in de juiste relatie zit.

eKudos Nu Jij

Veel voorkomende communicatievalkuilen tussen partners


Sinds de mens taal heeft ontwikkeld is zijn positie op de hiërarchie van de evolutieladder onbetwist. Door met elkaar te praten kunnen we beter samenwerken en onszelf op grote schaal organiseren. Het gemiddelde dier heeft slechts wat klanken en gebaren tot zijn beschikking om zijn toehoorders iets duidelijk te maken. Dat gebrek aan duidelijkheid en nuance moet hij compenseren door weg te rennen of aan te vallen.

Maar, hoewel taal een hoop kan verduidelijken, verwart het net zo goed. We gebruiken taal ook om te verhullen wat we echt vinden. Liegen, slijmen, goedpraten, allemaal producten van de taal.

Daarnaast heeft taal ook onbedoelde bijeffecten. Ze creëert namelijk haar eigen werkelijkheden. Zo hebben we hebben bijna overal wel een woord voor, maar we vergeten vaak dat veel van die woorden niet een concreet ding beschrijven dat je in de werkelijkheid kunt aanwijzen. Ze bestaan alleen omdat we er een woord voor hebben verzonnen. Veel woorden zijn containerbegrippen die iedereen op zijn eigen manier kan invullen of interpreteren. Een woord als ‘liefde’ is er ook zo één. Voor iedereen betekent het – door cultuur, ervaring en verschillende biologische behoeften – net iets anders. Voor de een is het een seksuele obsessie die meer lijkt op een verslaving dan genegenheid, voor een ander de wens om voor anderen te zorgen, voor weer een ander is het vooral een gelijkwaardige vriendschap waarbij je meest intieme gedachten met elkaar deelt.

Het schijnt dat de meeste mensen zo’n zestigduizend woorden in hun vocabulaire hebben en die gebruiken ze, bij nadere beschouwing, vaak op een nogal willekeurige, slordige, dwingende of indirecte manier. Elke relatietherapeut zal dat beamen. Partners raken geregeld geïrriteerd of teleurgesteld omdat hun metgezel maar niet ‘wil’ begrijpen wat voor hen zo vanzelfsprekend is. Hieronder nemen we twee veel voorkomende valkuilen onder de loep, maar eerst geef ik je de twee belangrijkste adviezen voor een vruchtbare communicatie.

De belangrijkste twee vragen die je in al je interacties als leidraad kunt nemen:

1. Welk gedrag wil ik uiteindelijk oproepen?
2. Hoe communiceer ik zo dat de kans dat dit gebeurt zo groot mogelijk is?

Over het algemeen probeer je elkaar te begrijpen of iets te laten doen of ervaren. Er zijn verschillende manieren om dat te doen. Als je graag een glimlach op het gezicht van je partner ziet, dan kun je beter zelf wat vaker glimlachen of iets grappig vertellen dan er direct om vragen. De vraag ‘kun je eens lachen?’ werkt meestal nogal averechts. Probeer maar eens.

Effectief communiceren is meer dan het aanleren van regeltjes. Het vraagt om aandacht en nieuwsgierigheid. Aandacht voor wat je zelf voelt en wilt. Aandacht voor je woorden, toon en gebaren. Aandacht voor de reacties van de ander. Soms zijn minimale (non-verbale) signalen al genoeg om een betekenisvolle communicatie op gang te houden. Een liefdevol tikje op de schouder om te laten zien dat je er voor iemand bent. Aandachtige stilte en een luisterend oor in plaats van je goedbedoelde advies er doorheen willen drukken. Of juist een blik op je horloge om te laten zien dat de tijd dringt en dat de ander maar eens ter zake moet komen.

In andere gevallen is er meer nodig om tot elkaar te komen: een goede verklaring waarom je de afspraak vergeten bent. Een oprecht excuus nadat je bent betrapt op een leugen. Een goed verhaal om de ander te overtuigen jou geld te helpen. Een eerlijke confrontatie over iets wat jou in de relatie stoort.

Zowel subtiele als directe communicatie kan om verschillende redenen lastig zijn. En niet iedereen is behept met voldoende inlevingsvermogen en sociale vaardigheden. Veel partners bedoelen niets dan goeds en toch komt dat bekaaid hun mond uit. Ik ken mensen die een compliment kunnen laten klinken als een belediging. ‘Je ben toch een stuk minder dom dan ik dacht.’

Gelukkig is de oorzaak van communicatieve misverstanden vaker een gebrek aan oefening dan iets anders. Een beetje meer moeite, helderheid en eerlijkheid in je communicatie kan wonderen doen. Vooral in liefdesrelaties waarin we nogal veel van elkaar verwachten is het nuttig om je communicatie te scherpen. Veel partners zwijgen of liegen liever dan dat ze de moed verzamelen om aan te geven waar ze écht behoefte aan hebben. Deze ‘luiheid’ voorkomt strijd op de korte termijn, maar brengt veel partners op de lange termijn in de problemen.

Hoe vager en indirecter de communicatie, hoe meer speling en ruimte er is voor misverstanden en groeiende onvrede. Soms is het geen luiheid of angst voor confrontatie, maar is er een blinde vlek aan het werk. Veel mensen gaan er vanuit dat hun partner zou moeten snappen waar zij behoefte aan hebben. ‘Dat klinkt vaak zo: ‘Ze zou toch moeten voelen dat ik nu even alleen moet worden gelaten.’ ‘Hij snapt het heus wel als ik later kom en het avondeten skip.’ Zij raden de gedachten of stemmingen van hun partner zonder deze eerst te checken. Dit ‘gokken’ is een veel gebruikte en vaak slechte communicatiestrategie.

Veel partners worden achteraf boos op hun geliefde zonder deze überhaupt een eerlijke kans te hebben gegeven. Ze doen mopperend klusjes die hun partner had moeten doen. Ze verwachten romantische acties die de ander niet in zijn repertoire heeft. Door het er niet over te hebben, nemen de ergernissen en misverstanden alleen maar toe. En door je vervolgens alleen maar te richten op wat er niet goed gaat bevestig je al snel dat dát inderdaad zo is. Je creëert niet de geschikte voorwaarden voor een positieve interactiespiraal. Zelfs als je partner daar verder best voor open zou staan.

Wat wil ik? Wat wil jij?
De kern van veel relatieproblemen: veel partners waarderen de dingen die hun geliefde voor hen doet anders dan hoe hun geliefde ze bedoeld heeft. Als Piet de lekke fietsband repareert van Petra en als extra het wasrek meepakt, doet hij misschien moeite die hij niet gewaardeerd ziet. Die fiets interesseert Petra misschien niet zo, ze neemt de bus wel. Zij heeft liever dat hij echt luistert als ze ergens mee zit zonder te reageren met een dooddoener, opmerkt dat ze naar de kapper is geweest of vraagt naar haar functioneringsgesprek. Persoonlijke aandacht dus. Veel mensen denken hun partner kennen, terwijl dit vaak niet zo is.

Een van de grootste eye-openers die ik in mijn wetenschappelijke zoektocht naar duurzame liefde vond, betreft een opmerkelijk Zwitsers onderzoek. Daaruit bleek dat hoe langer partners bij elkaar zijn, hoe minder goed ze elkaar blijken te kennen. In het onderzoek moesten oude en jonge stelletjes hun kennis over elkaar testen. Ze moesten vragen beantwoorden als ‘is je partner tevreden met de relatie?’ tot ‘wat is het lievelingseten van je partner?’ Paradoxaal genoeg hadden jonge stelletjes het vaker bij het juiste eind. Hoe dat kan? Elkaar kennen is geen kwestie van tijd, maar van aandacht.

Oude stellen denken dat ze elkaar beter kennen, maar ze verwarren voorspelbare reacties van hun partner (‘hij knikt weer zijn hoofd’) met wat ze denken dat er in diens hoofd omgaat (‘hij zal wel weer denken dat…’). Oude stellen checken het minder bij elkaar en gaan er ten onrechte van uit dat ze partnerlief door en door kennen. Een voorspelbare relatie hebben betekent niet dat je elkaars binnenwereld per se goed kent. Een relatie kan steeds meer en meer op routine en vanzelfsprekendheid draaien, terwijl er in beide hoofden misschien wel heel andere binnenwerelden aan het ontstaan zijn. Dat verklaart ook meelijwekkende verzuchtingen als: ‘Alles ging goed tussen ons, maar toch ging die eikel (M/V) vreemd en maakte ze het uit.’

Om elkaar te kennen moet je in het hier en nu je voor elkaar blijven interesseren en vragen stellen om met elkaar in tune te blijven. Zowel jij als je partner veranderen. Het leven verandert. Alles verandert. Dat vraagt om aandacht voor wat er nu tussen jullie speelt (zonder te blijven hangen in wat er in het verleden is gezegd en gedaan.)

Een eerste stap is daarom om – per situatie – stil te staan bij wat je concreet van je partner verwacht (in specifieke situaties) en erachter te komen wat je partner precies van jou verwacht. Dit lijkt simpel, maar in de praktijk blijken mensen veel beter te weten wat ze níét willen. En dat geeft een heel ander eindresultaat.

Maak daarom regelmatig jullie verwachtingen over elkaar concreet.

Een relatie is geen contract, het is een levend ding. Zie de relatie (en je partner) niet als iets vanzelfsprekends, zoals een huis- of arbeidscontract, en zorg dat er tussen jullie een sfeer is waarin het natuurlijk is om elkaars binnenwerelden te blijven herontdekken en prikkelen. Toegegeven, dat is niet met iedere partner even makkelijk. We verschillen allemaal in de mate waarin we onze gedachten en gevoelens willen delen. Voor extraverten is die transparantie een standaardneiging, terwijl introverten spaarzamer zijn.

Hoe verschillend jullie karakters ook zijn, als je weet wat je concreet van je partner kunt verwachten en andersom, dan hebben jullie daarmee een waardevolle gebruiksaanwijzing voor de relatie in handen. Het betekent niet dat jullie die verzoeken van elkaar moeten inwilligen, maar je weet nu wel waar de echte issues en verschillen tussen jullie zitten, en waar je wel en niet aan kan of wil voldoen. Dat kan een hoop misverstanden, strijd en onnodige irritatie besparen.

In de praktijk vinden partners het vaak onnatuurlijk om te onderzoeken en te ‘onderhandelen’ over wat ze van elkaar willen. ‘Het zou vanzelf moeten gaan’ is daar vaak de impliciete gedachte erachter. Veel mensen vinden het nogal kunstmatig om preciezer te communiceren dan ze gewend zijn, maar het is vaak de belangrijkste eerste stap voor het verbeteren van verschillende aspecten van hun liefdesleven. We maken hier een beginnetje. Twee valkuilen die je vanaf nu maar beter kunt vermijden:

Lees geen gedachten
In de omgang met anderen worden we gedwongen elkaars gedrag te interpreteren. Gedachtenlezen (zonder te checken of het klopt) is een vorm van te snel conclusies trekken. Het is een projectie van je eigen ideeën, en die stroken lang niet altijd met de werkelijkheid. Ook partners die elkaar al jaren kennen komen soms tot conclusies die niet overeenkomen. ‘Oei, ze vindt me vast een vaatdoek sinds ik niet meer sport. Nu al drie weken geen seks meer gehad.’ Zij ondertussen kan denken: ‘Nou, hij doet afstandelijk de laatste tijd. Zo heb ik er geen zin in hoor.’ Uit beleefdheid, gewoonte of ongemakkelijkheid checken we soms niet wat ons dwarszit. Vaak wordt die onvrede vertaald in stekende verwijten die het echte issue onbesproken laten en de partner in het ongewisse laten. ‘Ik ga naar het café, de gezelligheid is hier ver te zoeken.’

Aldus gaan veel mensen door het leven met allerlei vermoedens en vooroordelen over elkaar die nooit eens goed gecheckt of uitgepraat worden (en die hun eigen leven beginnen te leiden).

En zelfs al heb je het vaak bij het juiste eind en ben je gezegend met buitengewoon veel mensenkennis: het zorgt sowieso niet voor een goede sfeer door te doen alsof je beter weet wat je partner voelt en denkt dan hem/haarzelf. Vooral als je partner jouw ‘telepathische krachten’ niet van je wil aannemen, doe je er goed aan je partner in zijn/haar waarde te laten. Gedachtenlezen kan de sfeer nogal verpesten:

‘Oh gut, er is weer iemand chagrijnig.’
‘Valt mee. Gewoon een zware dag op het werk. Ik ben moe.’
‘Ach man, ik ken je toch. Ben je nou nog steeds boos omdat ik je vroeg mijn moeder op te halen.’
‘Waar heb je het over? Mens ik ben moe.’
‘Ik ben dat chagrijnige gedoe van jou meer dan zat hoor. En ook nog ontkennen, zeker.’

Het is altijd beter voor de sfeer om je partner serieus te nemen:

‘Oh jee, je ziet er niet vrolijk uit. Chagrijnig?’
‘Valt wel mee. Gewoon een zware dag op het werk. Dat komt zo wel goed.’
‘Oh vervelend, was het niet leuk op je werk dan?’
‘Misschien dat ik er zo over wil praten. Eerst koffie drinken?’
‘Ik zet wel even.’

Wees concreet als je ergens behoefte aan hebt
Mensen zeggen vaak in vage bewoordingen wat ze van elkaar missen. Dat klinkt dan ongeveer zo:

‘Neem me nou eens serieus.’
‘Ik wil dat je er vaker voor me bent.’
‘Ik wil graag meer quality time.’
‘Ik voel me niet bijzonder bij jou.’

Zonder dit soort uitingen te specificeren weet je als partner natuurlijk niet wat de ander er precies mee bedoelt. Om dit te weten moet je doorvragen totdat het concreet wordt. Als twee partners dezelfde woorden gebruiken betekent het lang niet altijd dat die mensen ook hetzelfde bedoelen. Hebben jullie het wel over hetzelfde? Wat bedoelt je partner eigenlijk met liefhebben, eerlijk zijn, snel afspreken, serieus genomen worden, een opgeruimd huis, enzovoorts? Hoe ziet dat er in de praktijk uit? Neem een opgeruimd huis: is dat een keer per week schoonmaken? Of drie keer? Misschien ziet je partner dat anders dan jij. Daar moet je dus achter komen, voordat je de ander allerlei verwijten naar het hoofd slingert als: ‘Je bent een vieze smeerpoets.’

Ander voorbeeld. Zie jij wat hieronder misgaat?

Zij (teleurgesteld): ‘Ik vind het gewoon belangrijk dat je er voor elkaar bent.’
‘Ja ja, dat vind ik toch ook.’
‘Nou daar zie ik helemaal niks van.’
‘Wat een onzin, ik ben er toch voor je als het nodig is. Weet je toch?’
‘Waar was je gisteren toen ik het zo moeilijk had op mijn werk?’
‘Ik was gewoon bezig in het magazijn met Cees, ik kan toch niet zomaar weggaan?’
‘Je bent er dus gewoon niet voor me als het écht nodig is.’
‘Wel waar, ik wist niet dat je het zo zwaar had.’
‘Je weet toch hoe belangrijk die nieuwe baan voor me is en dat ik niet kan opschieten met die klotebaas.’
‘Ja, dat weet ik wel, ik heb je laatst nog meegenomen naar Carré, omdat ik vond dat je wat ontspanning nodig had.’
‘Ja, maar dat is gewoon omdat jij het zelf leuk vindt, dat heeft niks met mij te maken.’
‘Hoezo? Zó leuk vind ik Herman van Veen echt niet.’
En. Zo. Eindeloos. Voorts.

In dit voorbeeld is het voor beiden onduidelijk wat ‘er voor elkaar zijn’ betekent. De discussie zou eindeloos kunnen duren. Omdat ze niet concreet bespreken wat dat nou concreet betekent, blijft hun communicatie moerassig. Onbevooroordeeld luisteren en doorvragen is altijd beter voor het contact dan er van uitgaan dat je hetzelfde bedoelt. Op die manier corrigeer je elkaar in de communicatie en kom je echt tot de kern van jullie conflict. Laten we dit gesprekje opnieuw voeren:

Zij (teleurgesteld): ‘Ik vind het gewoon belangrijk dat je er voor elkaar bent.’
‘Ja, dat klinkt redelijk, maar wat bedoel je daarmee? Ik kan niet in jouw bovenkamer kijken.’
‘Je weet best hoe belangrijk die baan voor me is. Dat had je toch wel zelf kunnen bedenken. Toen ik je belde na dat gesprek had ik je nodig, ik wilde dat je naar me toe kwam of zo. Je had me toch even kunnen ophalen?’
‘Sorry, maar ik ben geen helderziende. Hoe kan ik weten dat jij dat wilde als je me dat niet vraagt?’
‘Dat is zo, maar was je anders wel gekomen?’
‘Als ik had begrepen dat je je zo slecht voelde… zeker weten.’
‘Mmm… oké.’

Er voor elkaar zijn betekent in dit geval. ‘Mij ophalen als ik me slecht voel.’ In een andere situatie kan het betekenen:

‘Sms mij als je later thuis komt dan verwacht.’
‘Zet mij niet voor schut bij je vrienden.’
‘Een kus of bedankje als ik voor je gekookt heb.’

eKudos Nu Jij

Waar de een gelijk krijgt, verliezen er twee


Ik ken een stel dat regelmatig hevige ruzies had om het gebruik van de computer. Hij had de computer bijvoorbeeld nodig voor zijn werk, maar woensdag was normaliter haar online pokeravond. Of zij had afgesproken te skypen met haar zus in Australië, terwijl hij net mee wilde doen aan een online antiekveiling. Dat werk.

Deze intelligente, welgestelde mensen konden geen goed antwoord geven op de meest voor de hand liggende vraag: ‘Waarom kopen jullie eigenlijk geen tweede computer?’

Hadden ze tijdens hun emotionele getouwtrek geen tijd om daar eens constructief over na te denken? Onwaarschijnlijk. De oorzaak van hun issues lag natuurlijk dieper dan de strijd om de computer. Die was exemplarisch voor hoe zij met al hun onvrede omgingen. Hun ruzies gingen namelijk ook over rondslingerende tandpastadopjes en open kastdeurtjes. Eigenlijk over niks dus.

Hun relatie was verzand in een egostrijd waarbij het niet ging om de vraag ‘Hoe kunnen we leuker met elkaar omgaan?’ maar ‘Wie heeft er gelijk?’ mooi!

Op het gevaar betuttelend te klinken: veel psychologische klachten en relatieproblemen zijn overbodig. Ze zijn het product van een groot ego, zelfmedelijden en ongepaste trots en klinken zo:

‘Niemand luistert toch naar mij’
‘Waarom zou ik afwassen, als hij het ook niet doet’
‘Als hij lief doet, doe ik het misschien ook.

‘Zelfmedelijden is de meest destructieve kracht waar de mens aan kan lijden. Het verziekt alles om zich heen, behalve zichzelf,’ zei komiek Stephen Fry ooit. ‘Het houdt je tegen iets van je leven te maken.’

In relatietherapie wordt dat soms pijnlijk duidelijk. Niet het tandpastadopje is de oorzaak van de laatste ruzie, maar twee gekrenkte ego’s die eindeloos kunnen blijven wachten op een stukje liefdevolle ‘rechtvaardigheid’. Een bekende uitspraak onder relatietherapeuten luidt niet voor niks: ‘Waar de één gelijk krijgt, verliezen er twee.’

Terug naar ons stel. Behalve dat ze hun egostrijd hebben gestaakt en meer van elkaar (en hun leven) hebben leren genieten, hebben ze inmiddels ook minder vrije tijd om ruzie te maken: hij heeft haar een iPad cadeau gegeven. En om hun snel escalerende ruzies te voorkomen hebben ze nu met elkaar afgesproken conflicten voorlopig alleen nog via de mail te beslechten. De ander mag die mail pas een dag later lezen en beantwoorden. Op die manier doorbreken ze hun gebruikelijke ruziepatroon. Dat blijkt prima te werken.

Wanneer twee partners allebei het laatste woord willen hebben, neemt de Lulligheid der Dingen waarover ze het oneens zijn exponentieel toe. En dat terwijl ze ook iets leuks of nuttigs kunnen doen. Zoals online pokeren.

eKudos Nu Jij

Wat maakt liefdesrelaties en vriendschappen duurzaam en crisisbestendig?

Relaties, zowel romantische als vriendschappelijke, branden op een mengeling van wederzijds vertrouwen, gelijkwaardigheid, gedeelde ervaringen en een dosis gezond opportunisme. Je wordt nou eenmaal eerder vrienden met iemand waar je iets aan hebt en bij wie je jouw behoeften en interesses kwijt kunt. Zowel in woorden als daden. Dat houdt paradoxaal genoeg ook in dat relaties een bepaalde gelijkwaardigheid vereisen. Als één van beide vrienden of partners te weinig uit zo’n relatie haalt dan houdt zo’n relatie al snel op. Je moet elkaar wel allebei iets te bieden hebben.

Die gelijkwaardigheid is lang niet altijd één op één. Wat voor een buitenstaander een ongelijkwaardige (tot mislukken gedoemde) relatie lijkt, kan in de praktijk prima werken. Als buitenstaander zie je niet altijd wat mensen precies bindt. Iemand die op sleeptouw genomen wil worden, heeft baat bij een controlefreak als vriend, iemand die graag alles bepaalt. Iemand die graag doceert, praat en inspireert kan prima vrienden zijn met iemand die graag luistert en leert. Iemand die zich nodig en nuttig wil voelen, kan goed samen met iemand die zich graag laat pamperen.

De meeste relaties laten zich makkelijker ontleden: partners en goede vrienden hebben vaak veel met elkaar gemeen. Uit onderzoek blijkt dat mensen die voldoende op elkaar lijken en de wereld met eenzelfde soort bril bekijken vaak duurzamere en bevredigendere relaties hebben. Het zal niet verbazen dat deze mensen elkaar beter begrijpen, elkaar sneller vertrouwen en elkaars misstappen makkelijker vergeven en elkaar daardoor een beter gevoel kunnen geven.

Uit onderzoek blijkt ook dat mensen van nature geneigd zijn meer over te hebben voor de mensen die op henzelf lijken. We worden in al onze relaties meer gedreven door herkenning dan de zucht naar het onbekende. Niet alleen een geestelijke klik, ook fysieke gelijkenis vergroot gek genoeg de gevoelsband. Mensen hebben blijkbaar graag partners die enigszins matchen qua aantrekkelijkheid en uitstraling. Dat voorkomt jaloezie en een ongelijke concurrentiestrijd. Handig. In de praktijk kunnen onderlinge verschillen natuurlijk razend interessant en leerzaam zijn, maar je hebt voldoende overeenkomsten nodig om ze te compenseren. Als je langere tijd gelukkig samen wilt zijn tenminste.

Behalve gelijkwaardigheid spelen ook een gezamenlijk verleden en gedeelde belangen een bindende rol. Mensen die samen veel hebben doorgemaakt, veel tijd en moeite in elkaar hebben geïnvesteerd ervaren ook een hechtere band. Die relatie heeft de tand des tijds doorstaan en ook dat geeft vertrouwen. Dat zullen ze niet zomaar op willen opgeven. De factor tijd verklaart ook dat je goed bevriend kunt zijn met mensen, die je – wanneer je ze nú zou ontmoeten – niet eens op de koffie zou willen.

Voldoende gelijkwaardigheid, een gemeenschappelijk verleden en wederzijdse tevredenheid helpen een relatie in stand houden. Geen enkele relatie is echter onvoorwaardelijk en niets kan een relatie zó op de proef stellen en veranderen als een flinke persoonlijke crisis. Een crisis – per definitie een ontwrichtende ervaring – verandert niet alleen individuele behoeften, maar ook verwachtingen binnen relaties.

Vooral relaties die gebaseerd zijn op een specifieke voorwaarden (context, levensfase of activiteit) kunnen in zwaar weer komen. Mensen met wie je vooral vrienden bent omdat ze óók wielrennen of vrijgezel (met uitgaansdrang) zijn vallen waarschijnlijk eerder af dan de mensen die vrienden zijn gebleken in tal van verschillende situaties en periodes.

Maar dat is geen wet: een crisis kan ‘oppervlakkige’ relaties verdiepen en oude ‘hechte’ relaties breken. Het kenmerk van crisis is nou eenmaal dat je de uitwerking ervan niet goed kunt voorspellen. Dat maakt de crisis tot een crisis. De dood van een kindje, burnout door je werk, baan kwijt, traumatisch ongeluk: het zijn allemaal situaties waarin je niet alleen jezelf in zekere zin opnieuw moet uitvinden, ook de relatie krijgt een nieuwe vorm. En die moet wel bij jullie allebei passen.

Tot slot zijn er nog enkele individuele factoren die mensen tot goede dan wel minder goede vrienden of partners maken.

Sommige mensen ontberen empathie en voelen gewoon minder persoonlijke warmte en hechting. Ze zijn iets kouder. Deze mensen gaan instrumenteler om met anderen dan de gemiddelde mens. Als er moeilijkheden dreigen zullen ze eerder afhaken. Mensen met een narcistische aanleg bijvoorbeeld kunnen extreem charmant en aantrekkelijk zijn, maar als partner of vriend een hel. Andere mensen zijn iets onschuldiger, maar kunnen wat egocentrisch van aard zijn, vooral gericht op eigen successen en prestaties. Iemand mist dan gewoon de motivatie om er echt iets van te willen of kunnen maken.

Mensen die deze eigenschappen hebben zijn – niet verbazingwekkend – eerder gebrekkige en onbetrouwbare partners of vrienden. In de beginfase waarin alles nog koek en ei is zullen die eigenschappen geen doorn in het oog zijn, maar als er moeilijkheden dreigen die meer aandacht en tijd vragen steken deze gebreken waarschijnlijk de kop op.

Een belangrijke voorspeller of partners en vrienden bij elkaar blijven is overigens niet hoe vaak ze conflicten en ruzies hebben, maar hoe ze die ruzies oplossen. Sommige notoire ruziemakers hebben een prima verhouding. Dat komt doordat zij met hun woorden en gedrag de ander niet nodeloos kwetsen en weinig schade aanrichten.

Meer lezen over goede relaties?
Hoe houd je het langer (en gelukkiger) met elkaar uit? Twintig adviezen.

eKudos Nu Jij